Sinds de toewijzing van het WK eindtoernooi 2022 bouwt Qatar voor tientallen miljarden stadions en infrastructuur. Volgens de Britse krant The Guardian overleden daarbij tot nu toe meer dan 6500 arbeidsmigranten. Nederlandse ondernemers en financiële instellingen verdienen miljoenen in de Golfstaat. Maar kun je wel zakendoen in een land waar de rechten van honderdduizenden met voeten worden getreden?

Deze week melden vijf mensenrechtenorganisaties dat de Keniaanse activist Malcolm Bidali, die zich in Qatar sterk maakt voor de positie van arbeidsmigranten, al drie weken gevangen wordt gehouden. Volgens Amnesty International zit Bidali 23 uur per etmaal in eenzame opsluiting en heeft hij geen toegang tot een advocaat. 

De handtekening van Nederland staat onder VN-verdragen over mensen- en arbeidsrechten. Nederland is ook lid van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).  Dat betekent dat ons land ‘internationaal erkende mensenrechten respecteert en inbreuken daarop helpt te voorkomen of aanpakt als die zich voordoen’. 

Die belofte maakt de regering niet waar. Aangenomen Kamermoties om dat wel te doen, zijn door het kabinet genegeerd. ‘De regering is in gebreke gebleven’ vindt Joel Voordewind (CU). Intussen doet de BV Nederland volop zaken in Qatar, daarbij geholpen door de overheid.

Ketenverantwoordelijkheid

Volgens Rob Bauer, hoogleraar Institutionele Beleggers aan de universiteit in Maastricht vergt zakendoen volgens de OESO- richtlijnen een forse inspanning van bedrijven vanwege de zogeheten ketenverantwoordelijkheid.
 
‘Stel, je zit in Qatar en je bent een stadion aan het bouwen. Je huurt iemand in die jou helpt om dat te doen en die huurt nog iemand in. En je weet dat daar iets niet helemaal koosjer zit, in die tweede of derde lijn. Dat voel je aan. Dan kun je twee dingen doen. Je zegt: ik zie het niet, óf je gaat erachteraan en analyseert het. Als je dat doet en je stelt vast dat er een probleem is, dan moet je ook maatregelen nemen.’ 

Bedrijven moeten bovendien transparant communiceren over rotte appels in de keten én als ze constateren dat mensen schade hebben geleden, die schade herstellen of compenseren. Bauer: ‘Je moet als bedrijf eigenlijk graven naar dingen die fout kunnen zijn. En wat je wilt is kansen pakken, zakendoen. Dus ik kan me voorstellen dat dit niet hoog op de prioriteiten agenda van de wekelijkse bestuursvergadering staat.’

Het roept de vraag op of je in Qatar zaken kunt doen zonder de OESO- richtlijn te schenden. We leggen het voor aan Gert Jan Hoetjes, universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen op de afdeling Midden-Oosten, met als specifieke expertise de Golfregio.

‘Eigenlijk kan het niet. Er is sprake van een totalitair regime. Honderdduizenden arbeidsmigranten werken en leven onder slechte condities. Ze zijn rechteloos. Vakbonden zijn verboden. Dat staat natuurlijk allemaal lijnrecht tegenover de uitgangspunten van de OESO. En dat weet je als je daar naar toe gaat. ‘ 

Oud-Kamerlid Sadet Karabulut (SP) reageert resoluut: ‘Als de OESO- richtlijnen strikt zouden worden gehanteerd en gecontroleerd, en dus serieus genomen, dan kun je in Qatar geen zakendoen. En dat wist iedereen vanaf het begin. Dat land drijft op arbeidsmigratie, het hele verdienmodel is gebaseerd op goedkope arbeidskrachten die zeer slecht worden behandeld.’

Het weerhoudt overheid en bedrijfsleven niet. Sterker nog, Qatar is een ‘prioritaire markt in de handelsagenda van het kabinet’ zoals demissionair minister Sigrid Kaag (D66) van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking het in een recente brief aan de Kamer omschrijft.

‘Je moet als bedrijf eigenlijk graven naar dingen die fout kunnen zijn. En wat je wilt is kansen pakken, zakendoen'

Hoe groot zijn de Nederlandse handelsbelangen in Qatar?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat de goederenuitvoer naar Qatar in 2018, 524 miljoen euro was. De invoer bedroeg dat jaar 301 miljoen. De positieve handelsbalans bedroeg dus 222 miljoen. Daarnaast was er dat jaar sprake van 320 miljoen aan Qatarese investeringen in Nederland, vice versa 120 miljoen.

Klik op 'open' om verder te lezen

In 2014 concludeerde onderzoeksbureau Profundo: 25 financiële instellingen, waaronder veertien pensioenfondsen, en twee banken investeren in bedrijven die, volgens waarnemingen van maatschappelijke organisaties en vakbonden, betrokken zijn bij arbeidsrechtenschendingen tijdens bouwprojecten bedoeld voor het WK in Qatar. Het gaat in totaal om honderden miljoenen aan leningen, beleggingen en aandelen.

In 2017 sluit de RVO (Rijksdienst voor Ondernemen) na vijf jaar het exportprogramma ‘Task Force Qatar’ af. De dienst meldt dat de deelnemende bedrijven ‘naar schatting tien miljoen euro aan opdrachten’ hebben binnengehaald. Aan ondersteuning heeft de RVO daarbij ‘135.952,85 euro’ uitgegeven.

Op 25 maart 2019 ondertekent het Orange Sports Forum (OSF), een cluster van 17 Nederlandse bedrijven en kennisinstituten op de Nederlandse ambassade in Doha, een samenwerkings- overeenkomst met de RVO. Inzet: het verwerven van 175 miljoen aan export en omzet.

Op 2 december 2010 wijst de FIFA Qatar aan als organisator van het WK 2022. Er klinken vanuit regering en bedrijfsleven geen bezwaren. Toch is dan al lang bekend is dat het in het gastland beroerd gesteld is met de arbeids- en mensenrechten van de honderdduizenden migranten.
 
Qatar- deskundige Gert Jan Hoetjes schetst hoe dat is ontstaan: ‘Qatar is een tribale samenleving. Geregeerd door de Al- Thani familie die alle belangrijke functies in het land in handen heeft. Vanaf de jaren vijftig kwam, met de olie- exploitatie, de instroom van arbeidsmigranten op gang. Er is sprake van een vrij kleine groep oorspronkelijke bewoners. Die kon de hoeveelheid werk niet aan, die de aanleg van een goede infrastructuur met zich meebracht. Met de positie van de migrantenarbeiders was het ook toen al slecht gesteld. Ze hebben een minderwaardige status.’

De Hollandse koopmansgeest

Officieel is het geen handelsdelegatie maar een staatsbezoek wanneer Koningin Beatrix, kroonprins Aleander en zijn vrouw Maxima in maart 2011 naar hoofdstad Doha vliegen. Maar in hun kielzog worden de economische belangen van ons land stevig vertegenwoordigd door VNO/NCW voorzitter Wientjes en, op uitnodiging, vertegenwoordigers van negen bedrijven waaronder oliemaatschappij Shell en baggeraar Boskalis. Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen en Maxime Verhagen completteren het gezelschap. De minister van Economische Zaken laat tegenover zijn gastheren geen twijfel bestaan over de inzet en ambities van de trip: 'Wij kunnen jullie alles leveren wat nodig is voor een succesvol wereldkampioenschap, behalve het kampioenschap zelf', grapt hij. Nederland is volgens de bewindsman een expert op het gebied van stadionbouw. Zo zette BAM International tijdens het WK in Zuid- Afrika het stadion neer waar de finale in werd gespeeld. Nico de Vries, de meegereisde bestuursvoorzitter van het bedrijf, bevestigt tegenover vakblad Cobouw dat Qatar 'bijzonder attractief’ is voor zijn bedrijf.
 
Politiek en bedrijfsleven in Nederland weten ook dat het met de mensenrechtensituatie van de migrantenarbeiders in de Golfregio slecht gesteld is. In Qatar is dat niet anders. Jonge mannen uit landen als India, Nepal en de Filipijnen moeten werken in de zinderende hitte, hun huisvesting is beroerd, vakbonden zijn verboden en ze zijn zo goed als rechteloos door het zogeheten Kafala- systeem.
 
Golfspecialist Hoetjes legt uit hoe het werkt:  ‘Een arbeidsmigrant uit bijvoorbeeld India heeft een lokale sponsor nodig voor een verblijf -en werkvergunning. Dat is de werkgever. Daardoor is er sprake van structurele ongelijkheid want als die zich terugtrekt, kan de arbeidsmigrant geen kant op.’

Internationale verdragen

Twee maanden na het Nederlandse staatsbezoek publiceert de ITUC (International Trade Union Confederation) een multimediaal rapport inclusief een korte documentaire over misstanden in Qatar waar op dat moment een begin is gemaakt met de bouwwerkzaamheden voor het WK 2022. Veel van de dodelijke slachtoffers vallen volgens ITUC binnen enkele dagen nadat ze aan het werk zijn gegaan in de hitte van de Golf.
 
Een maand later publiceert mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) een al even alarmerend rapport. De organisatie doet verslag en publiceert foto’s van bezoeken aan zes werkkampen waar arbeidsmigranten zijn ondergebracht. Net als ITUC doet HRW een beroep op de FIFA en het Organiserend Comité in Qatar om hun rechten te respecteren. De zorgen nemen toe want het aantal hedendaagse lijfeigenen in Qatar zal, met voor tientallen miljarden aan WK- gerelateerde bouwprojecten in het verschiet, alleen maar groter worden. Het is voor de BV Nederland geen reden tot terughoudendheid. Integendeel.

In september 2012, een jaar na de het koninklijke handelsbezoek, tekenen onder meer BAM International, Ballast Nedam, Nedap Security Mangement en Philips Lighting een samenwerkingsovereenkomst met Agentschap NL (dat vanaf 2014 RVO, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zal gaan heten). Het exportprogramma krijgt de naam ‘Task Force Qatar 2022’. Intussen verslechtert in Qatar de situatie van het snel groeiende aantal arbeidsmigranten.

'Als beesten behandeld'

In het najaar van 2013 publiceert The Guardian een artikel én een videoreportage over tientallen Nepalese mannen die zijn overleden aan een hartaanval. De krant spreekt van de ‘slaven van de wereldbeker’. De ITUC reageert met een oproep aan landen met handelsbelangen in Qatar. De vakbondsfederatie voorspelt dat, als er niet wordt in gegrepen, vierduizend migrantenarbeiders zullen overlijden al vóór de aftrap van het toernooi in november 2022.
 
Volgens Amnesty International neemt de bevolking van Qatar ieder uur met twintig arbeidsmigranten toe. De mensenrechtenorganisatie meldt dat Pakistanen, Indiërs, Filipino’s, Kenianen en Nepalezen gedwongen hun paspoort inleveren. Ze moeten een schuld aflossen voor gemaakte reis- en bemiddelingskosten en krijgen slecht of zelfs helemaal niet betaald. Ze worden, meldt het rapport ‘als beesten behandeld’.
 
De berichtgeving is voor Frans Timmermans, dan minister Buitenlandse Zaken, reden om in de Tweede Kamer te vertellen over een bezoek aan Shell en Damen Shipyards. Twee Nederlandse bedrijven die actief zijn in Qatar en volgens hem aantoonbaar hechten aan goed werkgeverschap. ‘Ze vullen dat ook echt in en ik heb dan ook geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat Nederlandse bedrijven het verkeerd doen. Sterker nog: ik denk dat zij een voorbeeldfunctie vervullen in Qatar en in de regio.’  Het organiserend comité in Qatar heeft volgens de bewindsman met afgrijzen gereageerd op de berichtgeving en staat open voor dialoog. ‘Een mogelijkheid die Nederland zeker aan zal grijpen’, zegt hij toe.

Een genegeerde motie

Een meerderheid van de Tweede Kamer verlangt meer daadkracht; de uitvoering van de door Nederland onderschreven OESO- richtlijnen moet meer handen en voeten krijgen, vindt ze. Een begrijpelijke wens, meent hoogleraar Institutionele Beleggers Rob Bauer. ‘Het is een richtlijn dus per definitie niet keihard. Hij geeft wel een bandbreedte aan waarbinnen je je bewegen moet. Wat boterzacht is, is dat we niet checken of bedrijven zich daar aan houden. Dat is de zachte kant van het verhaal. En zolang we niet meten, heeft het weinig zin om een richtlijn te hebben.’
 
Joel Voordewind (CU) dient op 17 december 2013 een motie in. Hij wil ook in de financiële sector ‘duurzaamheid en transparantie bevorderen’. Het voorstel wordt met een meerderheid van stemmen aangenomen.
 
Inmiddels hebben de financiële instellingen per sector convenanten, afspraken gemaakt. Daarin ligt vast dat ook zij zich aan de OESO- richtlijnen zullen houden. Maar de vraag is hoe de overheid controleert of ze dat ook daadwerkelijk doen. De Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandse bank laten desgevraagd weten bij dat toezicht geen actieve rol te spelen. DNB mailt ons: ‘Het al dan niet investeren of beleggen in het buitenland bijv. in Qatar is in principale een morele afweging van de financiële instelling in kwestie. DNB gaat hierbij niet op de stoel van de bestuurder zitten.’

Terugkijkend vindt Joel Voordewind (CU) dat zijn motie niet het gewenste effect heeft gehad:

‘We zien nog steeds dat banken en verzekeraars investeren in de wapenindustrie en investeren in fossiele brandstof. Dus het blijven vrijblijvende convenanten. En uit de evaluatie bleek een jaar geleden ook dat ze slecht scoorden. Te weinig bedrijven deden mee en de output was te verwaarlozen.’

Ook Sjoerd Sjoerdsma van D66 dient op 17 december 2013 een motie in. Hij verzoekt de regering: ‘…. ervoor zorg te dragen dat bedrijven rijksbreed enkel in aanmerking komen voor overheidssteun indien zij handelen conform de OESO-richtlijnen’. Het voorstel wordt aangenomen. 

Volgens hoogleraar Bauer markeert het een belangrijk punt omdat de regering wordt gedwongen om actief te monitoren: ‘Het element dat wordt toegevoegd is natuurlijk dat de rijkssubsidies, alleen nog verstrekt mogen worden als bedrijven ‘compliant’ dus ‘overeenkomstig’ de OESO- richtlijnen ondernemen. En ja, dat weet je alleen als je het toetst. Dus ik zou wel graag willen weten hoe dat dan vanaf toen is uitgevoerd.’

'Eigen verantwoordelijkheid'

Hoe heeft de overheid de controle geregeld? De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is de instantie die de subsidies aan bedrijven verstrekt, ook als ze zaken willen doen in Qatar.  ‘Mogelijk komt u in aanmerking voor financiële overheidssteun’ zegt de commentaarstem in het animatiefilmpje op de website.

‘Maar hier zijn voorwaarden aan verbonden. Eén daarvan is maatschappelijk verantwoord ondernemen volgens de internationale OESO- richtlijnen. Ketenverantwoordelijkheid is hierin belangrijk. Dit betekent dat u inzicht hebt in de hele keten en op de hoogte bent van risico’s en kansen in uw productieproces. (…). Ook fatsoenlijke salarissen en goede arbeidsomstandigheden behoren tot uw verantwoordelijkheid.’

De RVO verlangt van bedrijven dat ze een verklaring ondertekenen waarin ze beloven de OESO- richtlijnen te zullen respecteren. Maar hoe controleert de dienst of ondernemers zich er ook daadwerkelijk aan houden?

‘Uiteindelijk dragen bedrijven zelf de verantwoordelijk om te ondernemen volgens de OESO-richtlijnen, inclusief de richtlijnen over werkgelegenheid en arbeidsverhoudingen, meldt een woordvoerder van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. ‘Als bedrijven gebruik maken van subsidies en regelingen van RVO gericht op internationaal ondernemen dan moeten ze laten zien dat de OESO-richtlijnen worden onderschreven.’
 
Hoogleraar Bauer vindt het te mager:  ‘Het wordt dus niet getoetst, tenminste niet expliciet. Er is geen toezichthouder die het checkt. Handhaving is er niet. Ik ben geen jurist, maar ik kan me voorstellen dat een toetsing zonder enige handhaving, geen zoden aan de dijk zet. Acht jaar na de motie van Sjoerdsma zijn er in Qatar nog steeds wantoestanden en werknemers die het leven laten. En daar gaan bedrijven naar toe en die krijgen subsidie. Dus ik zie niet dat er iets veranderd is. Betreurenswaardig. Waarom moeten we daar zo lang op wachten? We hebben acht jaar verloren wat mij betreft.’

‘De regering is in gebreke gebleven’ vindt Voordewind. Het D66-initiatief uit 2013 had volgens hem tot een aparte toezichthouder moeten leiden. ‘Een onafhankelijke partij met de capaciteit om, signalen van mensenrechtenschendingen, arbeidsrechtenschendingen, zelfstandig en autonoom, ook in het veld, te onderzoeken. Wat dan zelfs tot boetes kan leiden als bedrijven hun leven niet beteren. Een stok achter de deur. We moeten toe naar een goed toezichtapparaat en dat hebben we tot de dag van vandaag niet.’

6500 doden

In de tien jaar sinds de WK-toewijzing zijn meer dan 6500 migrantenarbeiders in de Golfstaat overleden. Dat onthulde The Guardian afgelopen februari. Het werkelijk aantal is volgens de Britse krant nog veel hoger, omdat de Filipijnse en Keniaanse slachtoffers ontbreken in de data-analyse.
 
Toch moedigt de RVO Nederlandse bedrijven nog altijd aan om te investeren in ‘de sportsector van Qatar’ en wijst daarbij expliciet op de kansen die er liggen ‘vooral bij de aanbestedingen bij onderaannemers voor de grote stadions’. Vier Kamerleden, onder wie de inmiddels vertrokken parlementariërs Voordewind en Sadet Karabulut, vragen minister Kaag om opheldering.

Karabulut: ‘Onder deze omstandigheden, vlak nadat bekend is geworden dat er tenminste zesduizend doden zijn gevallen, reclame maken en bedrijven oproepen en wijzen op de kansen die er liggen om geld te maken rond de bouw van stadions, dat lijkt mij niet geheel zuiver. Dat neem je de OESO-richtlijnen niet serieus. Laat staan dat je ze uitvoert. Dit is in strijd met alles waar we voor staan.’

In de antwoorden die Kaag de Kamer twee weken geleden stuurde, benadrukt ze het belang van de OESO-richtlijnen en het feit dat de RVO alleen ondernemers steunt die zich eraan houden. De vragen over de pijnlijke RVO- oproep ontwijkt ze, maar de demissionaire minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) bevindt zich dan ook in een lastige positie.

Een 'WK van verdriet'

Eind februari jongstleden, na de onthullingen in de Guardian over de duizenden doden is voor minister en D66 fractieleider Sigrid Kaag de maat vol. Dat blijkt als ze deelneemt aan een verkiezingsbijeenkomst met jongeren op televisie waar Gert Jan Segers oproept tot een boycot: ‘Dit wordt een WK van verdriet’, aldus de fractieleider van de ChristenUnie. ‘We dansen straks op graven van 6500 mensen die, in de hoop dat ze een beter leven zouden krijgen, daar zijn gaan werken en de dood hebben gevonden. Echt, m'n hart breekt. Dat we daar straks gaan voetballen.’ Kaag is het, zegt ze, roerend met hem eens: ‘Er moet ergens een lijn worden getrokken.’
 
Een helder standpunt maar haar VVD- collega Stef Blok van Buitenlandse Zaken is faliekant tegen. Hij houdt vast aan de koers van het kabinet: ’In jouw plaats zullen anderen gaan. De regering maakt de keuze om de contacten te gebruiken die je hebt om verbeteringen te bereiken. We hebben belangrijke stappen gezet. Er is nog veel te doen. Daarom onderhouden we die contacten ook.’
 
De demissionaire regering spreekt dus niet met één mond. Het legt de scheidslijn bloot tussen de promotors van de Hollandse koopmansgeest enerzijds en de strijders voor een betere wereld, de dominees, aan de andere kant. Sigrid Kaag plaatst zich met haar oproep tot een boycot bij de laatstgenoemden maar als minister van BHOS  wordt ze geacht de belangen van het bedrijfsleven te behartigen. Zeker ook in Qatar dat hoog genoteerd staat in de handelsagenda van het kabinet.
 
Toch laat de minister die economische belangen begin dit jaar niet prevaleren. Kaag zet resoluut een streep door een geplande digitale handelsmissie naar de Golfstaat. Ook de Tweede Kamer geeft een signaal af. SP-kamerlid Sadet Karabulut wil met een motie voorkomen dat een afvaardiging van de Nederlandse regering het voetbalevenement in 2022 bezoekt:

‘We vinden het in Nederland niet normaal dat mensen omkomen bij de bouw van stadions. Ik zag vanuit onze regering geen stappen om daar iets aan te doen. Daarom is dit als drukmiddel belangrijk. Ik bedoel, wat hebben we daar te zoeken? Waarom moeten koning Willem-Alexander en de ministers daar een beetje gezellig lopen doen? In die stadions waarvoor mensen zijn gestorven.’

Alleen VVD, CDA en FvD stemmen tegen. Het voorstel van Karabulut wordt aangenomen, maar minister Kaag liet vorige week weten het niet relevant te vinden, omdat Nederland zich nog moet kwalificeren.

Verschuilen achter Europa

Sigrid Kaag is behalve minister ook fractieleider van D66 en onderhandelt over de totstandkoming van een nieuw kabinet. De vraag is hoe hoog Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen op haar verlanglijstje staat.  Acht jaar nadat haar partijgenoot Sjoerdsma een motie indiende die de OESO- richtlijnen had moeten versterken, presenteerde Kaag eind vorig jaar haar visie. Joel Voordewind (CU) kent de plannen. Hij oordeelt mild, maar ziet een schaduwkant:

 ‘Ze wil dat er een goede toezichthouder komt en duidelijke normering. Ze geeft ook bouwstenen aan voor hoe een wet eruit zou moeten zien. Goede intenties. Maar het teleurstellende is dat ze tot de conclusie komt dat we het vooral allemaal via Europa moeten doen. En dat betekent dat je alles weer in de wachtstand zet. ‘

Hoogleraar Rob Bauer, die ook de Elverding-leerstoel voor Duurzaamheidscultuur en Samenwerking bekleedt, is het met hem eens: ‘We dreigen weer in een oeverloos debat te verzanden waarin we moeten wachten op Europa waar detaildiscussies over proportionaliteit de boventoon voeren. Terwijl het er uiteindelijk om gaat hoe wij als Nederland toetsen, of onze bedrijven, onze ondernemingen zich houden aan de OESO-richtlijnen. Daar gaat het om. En daar hebben we al acht jaar geleden van gezegd dat we dat belangrijk vinden en nog steeds hebben we het niet in kaart gebracht.’

Initiatiefwet

Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland hebben de OESO- richtlijnen al in wetten verankerd. Op zijn laatste dag als Kamerlid diende Voordewind, samen met Groen Links, de PvdA en de SP, een initiatiefwet in om dat in Nederland ook te doen. Wanneer zijn wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen, zullen Nederlandse bedrijven en financiële instellingen daarna geen zaken meer kunnen doen in landen waar arbeids -en mensenrechten worden geschonden.

Maar zo ver is het nog lang niet. Tegen die tijd heeft het laatste fluitsignaal in Qatar al lang geklonken, erkent hij. ‘We doen het voor alle anderen. Denk bijvoorbeeld aan de Oeigoeren in China. Mensen die lijden onder dwangarbeid, kinderarbeid, onveiligheid, te veel uren, geen leefbaar loon. Voor alle mensen in dat soort omstandigheden, en dat zijn er miljoenen, daar doen we het voor.’

Research: Bart Nijpels & Sophie de Rijk

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten’  (www.fondsbjp.nl)