De bewijsmiddelen die in de strafzaak-Nicky Verstappen zijn gebruikt om Jos B. te veroordelen, bewijzen niet dat hij de dader is. Ze passen evengoed bij een alternatief scenario waarin Jos B. onschuldig is en de werkelijke dader moet worden gezocht onder de toenmalige leiders van het zomerkamp waar Nicky om het leven kwam.

Andere bewijsmiddelen passen zelfs beter bij dat onschuldscenario, maar die zijn tijdens de strafzaak tegen Jos B. niet of nauwelijks aan de orde gekomen. Dit zeggen emeritus-hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen en oud-advocaat Leonie Ebbekink zaterdag in Argos. Van Koppen en Ebbekink bestudeerden samen met universitair hoofddocent rechtspsychologie Robert Horselenberg het complete dossier in de zaak-Verstappen.

Zij uiten scherpe kritiek op het openbaar ministerie en de rechters die de strafzaak tegen Jos B. hebben behandeld. ‘Wij doen geen uitspraak over de vraag of deze man terecht of onterecht veroordeeld is’, zegt Peter van Koppen. ‘Maar wel over de vraag: heb je nou je werk gedaan, als rechter? En het antwoord is: dat heeft het hof niet gedaan.’

Jos B. werd begin dit jaar in hoger beroep door het gerechtshof in Den Bosch veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf wegens de vrijheidsberoving, het plegen van ontucht en doodslag op Nicky. Eerder legde de rechtbank Limburg hem 12,5 jaar cel op.

Route onduidelijk

Volgens de drie deskundigen heeft het openbaar ministerie niet duidelijk gemaakt hoe het de verdachte is gelukt om Nicky ongemerkt van het tentenkamp op de Brunssummerheide mee te nemen, terwijl daar een groot deel van de nacht kampleiders rondliepen. Ook alternatieve scenario’s werden niet of nauwelijks uitgewerkt. De rechtbank en het gerechtshof zijn daar ten onrechte overheen gestapt, stellen de onderzoekers. 

Van Koppen: ‘De route in de hele veroordeling is: het DNA van Jos B. zit op de onderbroek van Nicky, het DNA zit op plekken die samenhangen met het feit dat hij misbruikt zou zijn, dus dat betekent dat ie hem misbruik moet hebben, en dit jongetje gaat niet zomaar dood, dus hij is ook verantwoordelijk voor zijn dood.

‘Maar hoe Jos B. Nicky heeft meegenomen, daar heeft het hof het niet over, daar heeft de rechtbank het niet over, maar daar heeft ook het openbaar ministerie het niet over. En dat is natuurlijk een cruciale vraag. Het moet wel mógelijk geweest zijn voor Jos B. om Nicky mee te nemen.

Van Koppen, Ebbekink en Horselenberg achten het onwaarschijnlijk dat B., die uitsluitend over een fiets beschikte, Nicky in z’n eentje naar het dennenbosperceel ruim een kilometer verderop heeft gebracht. De jongen werd daar in augustus 1998, twee dagen na zijn vermissing, dood aangetroffen. Sporen van een strubbeling of geweld werden nergens gevonden.

DNA-sporen niet adequaat onderzocht

Hoewel op vele plekken van Nicky’s onderbroek het DNA van Jos B. is ontdekt, hebben de officieren van justitie te snel de conclusie getrokken dat B. schuldig is, menen de deskundigen. Ten eerste omdat er ook DNA van andere personen op Nicky’s kleding zat, wat niet adequaat is uitgezocht. Ten tweede zijn DNA-sporen op zichzelf niet bewijs van schuld. 

‘De vraag is: hóe is het DNA van Jos B. op de kleding van Nicky gekomen?’, zegt Van Koppen. ‘Is dat erop gekomen doordat hij hem heeft misbruikt? Of is het er opgekomen op een andere manier? 

‘B. heeft voor die andere manier een verhaal. Daar kun je van alles over denken, maar hij zegt: toen ik daar over de hei fietste en even stopte om te plassen, heb ik een jongetje zien liggen, ik heb hem aangeraakt, ik heb ook aan z'n kleding gezeten, en ben toen weer gegaan, hij bleek overleden. In dat geval is dus iemand anders de dader.

‘En dan is de volgende vraag: maakt het DNA op die kleding onderscheid tussen het verhaal van de verdachte en het verhaal van het openbaar ministerie? En het antwoord is: dat maakt dat onderscheid niet.’ ​

Volgens Van Koppen, Ebbekink en Horselenberg is het zeer wel mogelijk dat het DNA van Jos B. aanvankelijk slechts op één plek van Nicky’s ondergoed zat. Daarna zouden die sporen door ‘interne contaminatie’ zich over het kledingstuk hebben verspreid, vanwege de manier waarop bewijsstukken eind jaren negentig werden behandeld.

‘Die onderbroek is veiliggesteld in 1998’, aldus Van Koppen. ‘Naar de normen van die tijd kunnen we ervan uitgaan dat de onderbroek in een papieren zak is gedaan. En die is er vervolgens een aantal malen uitgehaald. Die is een aantal malen door mensen betast, die is weer ingepakt.

‘Als we ervan uitgaan dat het naar de normen van die tijd gebeurde, dan laat het onderzoek zien dat door de manier waarop die onderbroek behandeld is, DNA-sporen over de gehele onderbroek zich verspreiden. En dat schept de mogelijkheid dat als Jos B. die onderbroek bij de broekrand heeft vastgepakt - daar zat ook het meest heldere DNA-spoor - dat zich dat op allerlei plekken op die onderbroek verspreid heeft.’

De rechters hadden dit kunnen laten onderzoeken door een zogeheten activiteitenanalyse van het DNA te laten maken. Maar rechtbank noch gerechtshof vond dat nodig, zeggen de deskundigen. Zij noemen de 3D-presentatie die het OM tijdens de zitting over de DNA-sporen gaf daarom ‘misleidend’.

Chain of custody

Ook de raadsheren van het gerechtshof krijgen een veeg uit de pan van de onderzoekers. Zij hebben immers de beperkte informatie van het OM over de behandeling van Nicky’s kleding voor zoete koek geslikt. ‘Er is op geen enkele manier duidelijk geworden hoe iedere keer die onderbroek verpakt is geweest’, zegt Van Koppen. ‘Er zijn geen foto's van zegels die op de verpakking gezeten hebben. We weten niet bij wat voor gelegenheden hij eruit gehaald is en hoe dat onderzoek gedaan is. Dat is niet door de politie bijgehouden. Dat is niet door het NFI bijgehouden. 

‘En wat zegt het hof? De chain of custody - dus: wat is er met de kleding gebeurd? - die is prima in orde, toppie toppie. En ik dacht, toen ik dat stukje in het arrest las: jongens, dat hebben jullie bij elkaar verzonnen! Het hof heeft hier gewoon een stuk van het arrest bij elkaar zitten verzinnen!’ Want die chain of custody is volslagen onduidelijk.’

Kampleider

Van Koppen, Ebbekink en Horselenberg stellen dat het bewijsmateriaal uit het strafdossier tegen Jos B. eigenlijk beter past bij een alternatief scenario. Een scenario waarin één van de kampleiders de dader is, en Jos B. de ontdekker van Nicky’s lichaam.

‘De ouders van Nicky hebben verklaard van dat Nicky heel erg veel last had van heimwee’, zegt Leonie Ebbekink. ‘Maar de ouders hadden hem gerustgesteld, van: joh, als je naar huis wilt, spreek dan een kampleider aan. Ze hadden beloofd om hem dan onmiddellijk op te halen. Nou, de nacht voor de verdwijning heeft Nicky een fikse ruzie gehad met tentgenootjes. En toen heeft hij ook tegen tentgenoten gezegd dat hij weg wilde. 

‘Als je dan enerzijds kijkt naar het scenario waarin een onbekende man zo'n vol kamp op komt en een kind achter op de fiets ontvoert. En vervolgens kijk je naar het andere scenario, waarin Nicky ruzie heeft met z'n vriendjes, naar huis wil, even buiten is om te plassen of in ieder geval een kampleider met een gaslampje voorbij ziet komen, en die heeft hijaangesproken van: ik wil naar huis – waarna er dingen zijn gebeurd die de kampleider niet helemaal heeft bedoeld. Dan kun je je afvragen: welke van die twee scenario’s is aannemelijker? 

‘Als je puur kijkt naar de situatie op het kamp, dan past dat gewoon beter bij het scenario van bijvoorbeeld de kampleider als dader, en Jos B. alleen maar als ontdekker van het lichaam. In ieder geval is het scenario dat hij door de dader uit de tent is gehaald, heel onwaarschijnlijk. Het is veel waarschijnlijker dat hij zelf de tent heeft verlaten, hetzij omdat hij iemand zag lopen, hetzij omdat hij even moest plassen tegen de boom achter de tent. En dat toen de ontmoeting met de dader heeft plaatsgevonden.’

‘Het is heel belangrijk dat rechters, voordat ze een beslissing nemen, serieus naar bewijs kijken’, zegt Van Koppen. ‘En als het arrest van het hof een goede weergave is van het denkproces dat de raadsheren doorgemaakt hebben, dan is dat een uitermate zorgelijk arrest.’

Familie: 'Boek over bewijsvoering is dicht'

Het onderzoek van Van Koppen, Ebbekink en Horselenberg verschijnt zaterdag in boekvorm, onder de titel De fietser op de hei. Het openbaar ministerie noch het Hof in Den Bosch wil inhoudelijk commentaar geven op de kritiek van de drie deskundigen. Gerald Roethof, de advocaat van Jos B. reageerde zaterdag in de uitzending van Argos. B. legt zich niet neer bij de veroordeling tot zestien jaar cel en gaat in cassatie. Opvallend genoeg was het Roethof die publicatie van het boek vóór die procedure koste wat kost wilde verhinderen. Volgens de advocaat zou publicatie van bepaalde passages in een eerdere versie niet in het belang zijn geweest van zijn cilënt. Welke passages dat waren en waarom publicatie ervan het proces zou hebben geschaad, wil Roethof niet vertellen. 'Ik deed dat om mij moverende redenen.'

Royce de Vries, advocaat en vertrouwenspersoon van de ouders van Nicky Verstappen, laat namens de familie weten: 'De familie heeft niet de behoefte om te reageren. Inmiddels ligt er een duidelijk arrest van het gerechtshof, waarin Jos B. – net als in eerste aanleg – is veroordeeld. Voor de familie is het boek over de bewijsvoering dan ook dicht.'   

Advocaat Jos B. reageert op boek over bewijslast