Hulpverleners in de jeugdzorg hebben geregeld te kampen met taalbarrières. En dat zorgt er voor dat kinderen van wie de ouders de taal niet goed machtig zijn, niet goed geholpen kunnen worden. Dat blijkt uit onderzoek van het onderzoeksjournalistieke programma Argos, dat de afgelopen maanden met tientallen organisaties en hulpverleners die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor kinderen sprak. Deskundigen waarschuwen dat kinderen onnodig schade wordt toegebracht.

Mustafa Uriakhel is als klinisch psycholoog verbonden aan een jeugd-GGZ-instelling in Hoorn waar veel kinderen met een migratieachtergrond komen. Hij noemt de huidige situatie uiterst pijnlijk. “We hebben het over kinderen die echt bedreigd worden in hun ontwikkeling en veiligheid. Die oorlogsgeweld hebben meegemaakt, zijn gevlucht. Het valt niet uit te leggen dat bij deze kwetsbare doelgroep, die echt lijdt onder psychische problematiek, dat het daar niet vergoed wordt.” 

Het niet tijdig kunnen behandelen van deze kinderen zorgt bij veel hulpverleners voor frustratie, zo zeggen zij tegen Argos. Ook Uriakhel deelt dat gevoel: "Ik zie dat kinderen last hebben van forse klachten en daar iedere dag last van hebben. Nachtmerries, angsten, op school gaat het niet goed, gedragsproblemen. Ja dan jeuken mijn handen. En niet alleen van mij maar ook van collega’s in het vak, om ze de juiste behandeling tijdig te kunnen aanbieden."

Bezuinigingen

Hulpverleners wijten de problemen aan een bezuinigingen uit 2012, waarbij de landelijke tolkentelefoon in de zorg is afgeschaft. Dat zorgt er in de praktijk voor dat te vaak geen tolk ingezet kan worden.

Het idee achter de afschaffing van tolken in de zorg is dat mensen die hier mogen blijven, de Nederlandse taal binnen zes maanden moesten leren. Maar de afgelopen jaren is het Rijk onder druk van verschillende beroepsorganisaties weer deels van dat beleid teruggekomen. Inmiddels kunnen de meeste anderstalige volwassenen die psychische zorg nodig hebben, zwangeren en Oekraïners wel weer op een tolk rekenen. Maar voor kinderen die in Nederland mogen blijven bestaat zo’n regeling nog niet. 

Kinderbescherming

Het tekort aan tolken in de zorg voor kinderen leidt ook tot gevaarlijke situaties, zo vertelt Lisalore Varkevisser van de Raad voor de Kinderbescherming. Zij ziet hoe spraakverwarring er regelmatig toe leidt dat zij onnodig worden ingeschakeld. “Bij ons kwam de melding binnen dat een moeder haar kind aan het uithongeren zou zijn. Maar uiteindelijk bleek het probleem te liggen bij de borstvoeding, ze produceerde zonder dat zij dat door had te weinig melk. Toen haar uiteindelijk uitgelegd kon worden met een tolk wat er aan de hand was, was ze erg geschrokken. Ze schaamde zich enorm.”

Varkevisser maakt zich zorgen om het feit dat deze signalen nu bij haar organisatie binnenkomen. “Er zijn genoeg kinderen waar wel sprake is van een onveilige situatie thuis, die nu moeten wachten. Dit zijn geen zaken voor ons, dit los je met een tolk gewoon op.”

Onnodige schade

Barbara Schouten is verbonden aan de UvA en gespecialiseerd in communicatie met anderstaligen in de zorg. “Door het niet goed te regelen breng je kinderen onnodig schade en ook lijden toe”, zo waarschuwt zij. “En dat heeft uiteindelijk niet alleen negatieve consequenties voor het kind zelf maar ook voor maatschappij als geheel.”

Dat heeft volgens haar onder andere te maken met het niet tijdig behandelen van trauma’s. “Dit kan op latere leeftijd voor grote problemen zorgen bij volwassenen met alle gevolgen van dien. Je wil niet dat iemand over twintig jaar ontploft.” 

Organisaties moeten kinderen weigeren

Volgens meerdere bronnen bij gemeenten, jeugdzorgorganisaties en hulpverleningsinstanties komt het geregeld voor dat kinderen door organisaties geweigerd moeten worden. Een directeur van een jeugdzorgorganisatie, die graag anoniem wil blijven, zegt daarover tegen Argos: “In de praktijk zijn we vaak aangewezen op kinderen of het netwerk om te tolken. En dat is heel belastend voor de kinderen. Je zult maar moeten tolken als je het gaat over vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld.”

Ook maakt de organisatie zich zorgen om de veiligheid van het kind en de medewerkers als er geen tolk ingezet wordt. Daarom zie je dat veel organisaties, waaronder wij, de hulpverlening niet op pakken. En dan krijgen kinderen dus niet de juiste hulpverlening, omdat taal en daardoor vaak veiligheid een barrière is.”

Iedereen wijst naar elkaar

In Nederland worden de jeugdzorg en jeugd-GGZ uitgevoerd door de gemeenten. Maar volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zijn zij niet verantwoordelijk voor de kosten voor de inzet van tolken. Dat blijkt ook uit een steekproef die Argos hield 125 gemeenten. 60% noemt de kosten van tolken een verantwoordelijkheid van jeugdzorgaanbieders en ouders zelf. Maar een tolk inzetten drukt behoorlijk op de begroting. En ook uitvoerende jeugdzorgorganisaties en ouders kunnen die kosten lang niet altijd dragen. In de praktijk zegt 33% van de ondervraagde gemeenten wel eens uitzonderingen te maken.

Het ministerie van VWS schrijft in een reactie op onze vragen dat er in de jeugdzorg relatief al best veel tolken worden ingezet en dat het aan de gemeenten en aanbieders is om onderling afspraken te maken over de inzet daarvan. Maar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ziet dat toch anders. Volgens hen kunnen zij niet verantwoordelijk gehouden worden voor de kosten van tolken, aangezien het geld daarvoor is wegbezuinigd voordat zij in 2015 de jeugdzorg in hun pakket krijgen. 

Tolken landelijk regelen veel goedkoper

Beroeps- en belangenorganisaties pleiten ervoor om de inkoop van tolkendiensten landelijk te regelen. Simone Goosen, campagneleider Tolken terug in de zorg, alstublieft van de Johannes Wier Stichting: “Een landelijke regeling bespaart jeugdzorgprofessionals, 343 gemeenten en een veelvoud aan jeugdzorgaanbieders veel geregel en tijd. En bovendien kan een betere prijs-kwaliteitverhouding voor de tolkendiensten worden bedongen.“De VNG schrijft niet negatief tegenover een landelijke regeling te staan, maar: “wanneer gemeenten daarin een rol moeten spelen, zal er eerst een opdracht en geld uit Den Haag moeten komen.