Susanne Tempel behandelt als kinderrechter in Breda zaken waarin de vraag of een kind thuis kan blijven wonen centraal staat. Ingrijpende zaken, waarin veel op het spel staat voor kind en ouders. Zo’n uithuisplaatsing kan voor een tijdje zijn, maar ook voorgoed.

Laten we bij het begin beginnen. Wat is een ondertoezichtstelling?

Tempel: “Verplichte hulp vanuit de overheid. Ouders mogen op dat moment niet meer zelf beslissen hoe en op welke manier hun kind geholpen moet worden. Het kan zijn omdat ouders de eerder geboden hulp niet accepteren. Soms letterlijk de deur niet opendoen. Of ouders zeggen wel hulp te accepteren, maar op het moment dat er hulp wordt aangeboden, werken ze toch niet mee. Of er is zoveel aan de hand met zoveel verschillende hulpverleners dat het nodig is dat er iemand is die dat coördineert. En dan wordt er een onderzoek gedaan door de Raad voor de Kinderbescherming. Als daaruit komt dat gedwongen hulp echt nodig is, dan komt dat verzoek om ondertoezichtstelling bij mij als kinderrechter.”

In ons onderzoek naar uithuisplaatsingen volgen we alleenstaande moeder ‘Chantal’ die haar drie kinderen definitief ‘kwijt’ dreigt te raken. Begin november maakten we een uitzending over haar zaak. Eind januari doet de rechter uitspraak, maar het advies van de jeugdbeschermingsinstantie is zwaarwegend en dat stelt dat de voorlopige uithuisplaatsing gecontinueerd moet worden. Meer over dit dossier  

Kinderen die onder toezicht staan, wonen vaak gewoon thuis. Wanneer is een uithuisplaatsing dan nodig?

“Vaak is het niet aan de orde, gelukkig. Het is afhankelijk van hoe het verder gaat met een kind. Maar als het gaat om de veiligheid, dan moet er snel doorgepakt kunnen worden. Als er sprake is van mishandeling, verwaarlozing of misbruik dan is het duidelijk en kan het snel gaan. Vaker zitten ouders op het randje. Ze doen echt wel hun best, maar blijven een beetje hangen tussen een vier en een vijf als rapportcijfer. En dan kan het soms best lang duren voordat er doorgepakt wordt. Dat zijn ook voor mij de lastigste zaken.”

Hoe bereidt u zich voor op een verzoek tot uithuisplaatsing? 

“Ik lees me in, uiteraard. Basis is het onderzoeksrapport van de Raad voor de Kinderbescherming of het verslag van de jeugdbeschermende instantie. Als ouders een advocaat hebben, komen er vaak ook stukken van die kant.”

Spreekt u de partijen voorafgaand aan de zitting?

“Nee, dat gebeurt niet. Ik zie zowel de vertegenwoordigers van jeugdzorg als de     ouders voor het eerst tijdens de zitting. Als er kinderen zijn die ouder dan twaalf zijn, spreek ik die wel ongeveer een half uurtje voor de zitting. Soms als er stukken missen of ouders een verzoek hebben, bijvoorbeeld of een hulpverlener mee mag, dan is er wel contact, maar niet inhoudelijk. Dat loopt dan via de griffie.  Het is niet toegestaan om als rechter contact te hebben met de partijen voor de zitting.”

Waarom mag dat niet?

“Omdat je als rechter onafhankelijk bent. Ik ben geen hulpverlener, maar degene die beslist of het nodig is dat een kind uithuisgeplaatst moet worden. Dat zijn vergaande besluiten. Als ouder raak je een deel van je gezag kwijt, als kind ben je geen onderdeel meer van je gezin. Die knoop moet een rechter doorhakken en niet een hulpverlener.”
 

Luister de tweede uitzending over uithuisplaatsingen

Kinderpsychiater Peter Dijkshoorn zegt in Argos dat hij vindt dat de rapporten van kinder-en jeugdbescherming niet altijd adequaat zijn. Hij ziet oude informatie steeds terugkeren en copy-paste-gedrag. Krijgt u als rechter voldoende inzicht om een gedegen besluit te nemen?

“Het lastige is dat ik wel een beetje context nodig heb, dus dat ik ook weet wat er twee, drie jaar geleden is gebeurd. Aan de andere kant gaat het om de situatie nu, die ouders soms anders zien dan de hulpverleners eromheen. Dus je krijgt onvermijdelijk discussie en soms is dat terecht. Dan staat er een gewoon een fout in een rapport, die niet gecorrigeerd is. Maar over het algemeen zie ik rapporten waarin zowel de visie van de Kinderbescherming of de jeugdbescherming staat, als wat anderen zeggen. En uiteindelijk wordt de balans opgemaakt. Natuurlijk zijn het vaak interpretaties, maar zo werkt het. In elke zaak die je als rechter behandelt. Ik was er niet bij, er stond geen camera met microfoon bij en zelfs al was dat wel zo dan weet ik nog niet wat er de week ervoor is gebeurd. Je weegt de informatie die je krijgt.”

Lukt het om de kant van de ouders voldoende mee te wegen als je vooral stukken krijgt van de jeugdbeschermers?

“Daarom is de zitting zo belangrijk. Dat is het moment dat ouders de gelegenheid krijgen hun visie te geven. Die hebben niet altijd een advocaat. Dat is namelijk niet verplicht. Als ouders zonder advocaat komen is het mijn plicht als rechter om stevig door te vragen om helder te krijgen wat hun positie is. Als er een rapport ligt van soms veertig pagina’s waar iedereen hetzelfde zegt en de ouders iets heel anders, dan stel ik wel kritische vragen. Dat ervaren ouders soms als lastig. Dan is het mijn taak om uit te leggen waarom ik die vragen stel en dat ik dat doe om hun kant van de zaak beter te begrijpen.”

Zijn ouders onder dit soort -vaak emotionele -omstandigheden in staat om zichzelf te vertegenwoordigen? 

“Ik ben me er uitermate van bewust dat het spannend is voor ouders. Je zit niet dagelijks in de rechtbank en het gaat ook nog om jouw gezin, jouw functioneren als ouder. Je krijgt voor je gevoel een lading kritiek over je heen. Zeker kunnen emoties dan hoog oplaaien. Het is mijn taak dan om mensen desondanks hun zegje te laten doen. Steeds maar weer door te vragen en samen te vatten. Is dit wat u bedoelt? En zo nee, is dat dan wat u bedoelt? Dus daar houd ik zeker rekening mee.”

Is het een automatisme dat de kinderrechter meegaat in het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of het advies van de jeugdzorginstelling? 

“Gelet op wat er allemaal al heeft plaatsgevonden, gebeurt het relatief vaak dat de rechter het verzoek toewijst. De verzoeken die gedaan worden door de kinderbescherming of de jeugdbescherming gaan niet over één nacht ijs. Maar het is zeker geen automatisme. Ouders hebben dat gevoel wel eens en zeggen dat op zitting ook tegen mij. Dat spreek ik tegen. Het is echt een afweging van wat is voor dit kind of voor deze kinderen op dit moment de juiste beslissing. En daar heb ik alle informatie bij nodig, zeker als het gaat om uithuisplaatsing. Dat kan kiezen tussen twee kwaden betekenen. Op het moment dat ik vind dat de situatie thuis niet goed is voor een kind, dan realiseer ik me heel goed dat een uithuisplaatsing evengoed traumatisch is voor een kind. Moet je je voorstellen dat een kindje van anderhalf op een dag dan wordt opgehaald, tas ingepakt en meegenomen naar een totaal andere omgeving, misschien wel naar een pleeggezin, onbekende mensen. Dan moet ik afwegen: is een kind nu toch misschien beter af met hulpverlening in de thuissituatie? Het allerliefste wil ik dat kinderen bij hun eigen biologische ouders kunnen opgroeien en daar wil je als rechter ook best wel wat voor over hebben in de zin van met behoorlijk wat stutten en steunen als dat noodzakelijk is. En pas als dat niet mogelijk is, zal ik overgaan tot het toewijzen van een verzoek tot uithuisplaatsing.”

Wat is uw wens voor de toekomst?

“Ik zou het heel mooi vinden als mijn werk overbodig zou worden. Dat er geen gedwongen hulp, laat staan gedwongen uithuisplaatsingen, meer nodig zouden zijn. Dat is een grote wens. En als ik het iets kleiner zou houden, dan zou ik willen dat er geen wachtlijsten waren. Dat de juiste hulp op het goede moment kan starten. Dat zou ook al veel, heel veel betekenen voor die gezinnen.”