'Verbeelding biedt mij troost'

, Ilse van der Velden

Puttend uit haar eigen bewogen leven weet Neske Beks feit en fictie te vervlechten tot een uniek oeuvre, of het nu is als documentaire of als roman. ‘In verhalen kan ik wonen.’ Vierde in een serie van acht interviews met Nederlandse cultuuriconen, bij de televisieserie 
Made in Europe. Thema deze week: verbeelding.

Op een ijzige februaridag pikt ze me op bij de bushalte in Westbeemster met haar rommelige bestelbus die is voorzien van een prominent boeddhabeeld op het handschoenenvak, kussens, kleden en een heuse kachel achterin. Een mobiel huisje voor de nomade die Neske Beks (Antwerpen, 1972) naar eigen zeggen is. Hier, in de rust en stilte van de Noord-Hollandse weilanden, bewoonde ze afgelopen jaren een tot atelier verbouwd klooster met uitzicht op groen. Ze troont me mee naar de achtertuin, waar zich een heuse grot bevindt met een groot Mariabeeld. Een stille blauwe beschermengel.

Ze kan hem gebruiken. Niemand weet wanneer voor hem of haar de bel zal luiden, maar bij Neske Beks is de dood nooit ver weg. Als tiener overleefde ze een longembolie en een herseninfarct, en een paar jaar geleden had ze in één week tijd nog eens een herseninfarct en een -bloeding. ‘Een in de linker- en een in de rechterhersenhelft. Nu ben ik weer in balans,’ grapt ze. ‘De eerste keer kon ik maandenlang niet spreken of schrijven, de tweede keer was ik alleen maar woest en verdrietig.’ Heeft het haar veranderd? ‘Jazeker. Het gaat om het nu, hè. Nu, want morgen valt nog maar helemaal te bezien. Ik maak andere keuzes. Binnenkort verhuis ik naar de stilte van de bergen van Ibiza, waar ik nu al vaak ben om te werken, en te schrijven. Voor nog meer rust en ruimte.’

eigen volk

Ze is het liefdeskind van een Gambiaanse passant en een Vlaams-Amerikaanse moeder. Althans, zo vertelt die laatste in Beks debuutfilm Eigen volk (2011), een poëtisch en persoonlijk portret over haar Vlaamse roots, uitgezonden door de VPRO. Toen het liefdeskind drie weken oud was, ging het naar een pleeggezin in het dorp Mortsel-Oude God onder de rook van Antwerpen. Een multicultureel, idealistisch en warm gezin, dat wel. ‘Ge waart mijn eerste echte liefde, het haardvuur na de vorst,’ bezingt Beks haar moeder. Neske werd het chocoladezusje tussen de oudere, witte Simonneke en een jongere, eveneens witte broer in. Als ze negen is, sterft haar pleegmoeder, en in haar tienertijd zet haar pleegvader haar na een ruzie voorgoed de deur uit.

Ze verkast naar Amsterdam, waar ze zich ontwikkelt tot een even veelzijdig als productief kunstenaar, afwisselend actief als theater- en documentairemaker, zanger, performer en schrijver. ‘Ik besefte wel dat ik trager groeide, omdat ik zoveel verschillende dingen tegelijk deed. Maar bij mij versterkt het een het ander.’

In de tussenliggende jaren is haar Vlaamse familie verrechtst, en het gezin waarin ze opgroeide stemt nu Vlaams Belang. Beks keert terug als filmmaakster, en combineert de zoektocht naar de ontwikkeling binnen haar familie met een trip down memory lane in haar eigen jeugd. We zien foto’s van een klein bruin meisje met wijde pijpen tussen blanke kindertjes en ander archiefbeeld, vermengd met interviews met familieleden. Het zijn soms pijnlijke gesprekken die daar gevoerd worden, maar Eigen volk is steeds onderzoekend, nooit beschuldigend van toon.

Tegelijk schetst ze een tijdsbeeld van een open samenleving die met de komst van nieuwe generaties immigranten gaandeweg steeds geslotener wordt. De film is door Beks voorzien van half gesproken, half gezongen, loom swingend commentaar waarin ze reflecteert op wat we zien. Een mooie vondst, die het toch al flinke contrast tussen haarzelf, de stadse kunstenaar met de dreadlocks, en het kleinburgerlijke Vlaamse milieu waaruit ze stamt, nog eens extra aanzet. ‘Het Vlaams Belang belooft terugkeerpolitiek,’ zingt ze. ‘Maar waar moet ik dan naar terug dan, ik kan niet terug naar Afrika, want ze hebben geen Vlaams bier. En ik heb nooit getwijfeld over België.’

'Ik ben geen beeldhouwer, maar schrijven is hetzelfde proces: vanuit de klei of de steen die er al is, haal je een nieuwe vorm naar voren.'

Neske Beks

Op z'n plek

Alsof de tijd haar op de hielen zit, verschijnt er sinds Eigen volk met de regelmaat van de klok een nieuwe productie van haar hand. ‘Sinds een jaar of zeven valt alles op z’n plek bij mij,’ zegt ze daar zelf over. In 2012 verscheen haar bekroonde jeugddocumentaire Mookie (NCRV) die in première ging tijdens Idfa. In 2014 haar debuutroman De Kleenex kronieken (De Harmonie), over de Vlaams-Afrikaanse Priscilla die opgroeit in een dorp waar de keuze is om later óf te gaan werken in de bierfabriek, of in de Kleenexfabriek. Beeldend geschreven in sappig Vlaams: hadden Dimitri Verhulst en Luuk Gruwez een kindje gekregen, dan was het Neske Beks geweest, schreef de Volkskrant.

‘Grappig genoeg kwamen sommige dorpelingen aan me vragen waar die Kleenexfabriek toch stond, maar die heeft nooit bestaan. Het is mijn dorp, mijn sfeer, maar het is geen autobiografisch boek. Ik ben geen beeldhouwer, maar volgens mij is schrijven hetzelfde proces: vanuit de klei die al bestaat, of de steen die er al is, haal je een nieuwe vorm naar voren.’

In Beyond My Walls, een 2doc uitgezonden door de VPRO in 2015, analyseert ze haar eigen Facebookverslaving. Beks, 2800+ vrienden op Facebook, staat ermee op en gaat ermee naar bed. Videodagboeknotities die haar verslaving genadeloos blootleggen, koppelt ze in haar film aan onder andere het wereldberoemde onderzoek over het resusaapje zonder moeder. Om melk te krijgen moet het op een koud ijzeren geraamte klimmen, maar dat kan het nauwelijks opbrengen. Liever klampt het zich vast aan een zacht dekentje zonder melk; zo sterk is de behoefte aan warmte en liefde.

Iets soortgelijks speelt bij het liken op Facebook, waarbij het knuffelhormoon oxytocine wordt aangemaakt en de behoefte daaraan kan tot verslavend gedrag leiden. Zo laat Beks zien hoe we allemaal prooi zijn van de like-knop. Ook leest ze voor uit de essays van Montaigne, volgens wie het ik wegvalt in de liefde. Maar de selfiecultuur op Facebook doet het ego juist groeien. Pijnlijk wordt het verhaal, wanneer ze tijdens maken van de film een herseninfarct krijgt. Haar vrienden zijn ineens ver weg. Al met al ontstaat zo een intiem, bedachtzaam en raak beeld van aandachtverslaving en een op hol geslagen behoefte aan contact. ‘Voor mij was de enige remedie radicaal stoppen, de stekker eruit.’ Hoe lang heeft ze dat volgehouden? Ze zit nu weer op Facebook, hadden we met eigen ogen al geconstateerd. ‘Net zo lang tot de verslaving was uitgedoofd. Maar ik moet  er voorzichtig mee blijven.’

Still uit Beyond My Walls

reis om de wereld

Steeds weet Neske Beks elementen uit haar persoonlijk leven in te zetten in een breder verhaal, gegoten in een fraaie, vaak essayistische vorm. Haar werk is uniek van toon. Wat haarzelf betreft is alles wat ze maakt afkomstig van steeds dezelfde stam: storytelling. ‘De verbindende factor is het verhaal. Het mijne, het uwe, het onze,’ schrijft ze op haar website. Hoe oud was ze toen ze wist: hier pas ik, in het leven? ‘Dat is heel geleidelijk gegaan. Ik durf nu te zeggen dat ik kunstenaar ben. Klaar. Maar dat heeft lang geduurd. Natuurlijk is de kunstwereld op zich heel elitair, maar kunstenaarschap heeft daar in wezen niks mee te maken. Uiteindelijk gaat het er om dat er een creatieve stroom is. Daar gaat het over, want dat is de levenskracht. Die in ons allemaal zit overigens, en volgens mij schuilt er in ieder mens in potentie een kunstenaar.’

Als kind was haar lievelingsboek Reis om de wereld in 80 dagen van Jules Verne. Toevallig ook een onderwerp in de vierde aflevering van Made in Europe, gewijd aan het thema verbeelding. Verne, die bekend staat als de schrijver die de toekomst voorspelde, en die verre vreemde werelden toverde uit zijn fantasievolle geest.

Beks pakt het boek erbij, het is een fraai exemplaar met grote illustraties. ‘Het ligt altijd onder handbereik en ik word nog steeds emotioneel als ik het zie. Dit was echt mijn boek. Ik kon nog niet eens lezen, toen ik het kreeg, ik was drie of vier geloof ik, maar ik bewonderde de donkere mevrouw met de sluier op de omslag zo. Als kind had ik wel andere donkere mensen in mijn omgeving, met name mijn zwager, maar de kernpersonen in mijn leven, mijn pleegouders, broer en zus en mijn oma, waren wit. Dankzij het plaatje van die mevrouw kon ik me voor het eerst in mijn leven met iemand vereenzelvigen. Het is notabene een Indiase, niet eens een zwarte vrouw, haha. Maar het was een prinses! Ik wilde ook zo’n leven.’

'Ik ben beducht voor de allure en de status die er wordt gegeven aan zo'n creatief beroep als het mijne. Het is een valkuil, denk ik.'

Neske Beks

puur autobiografisch

Dit najaar verschijnt haar tweede boek, geschreven met steun van het Nederlands Letterenfonds, en ze werkt met steun van het Filmfonds aan een nieuwe documentaire. ‘Mijn nieuwe boek is voor het eerst puur autobiografisch. Ik heb geprobeerd een eerlijk boek te schrijven en niet weg te kijken van het verdriet, maar het was niet makkelijk,’ zegt ze. Ineens schiet ze vol. ‘Wat ik zo fijn vind aan verbeelding en fictie, is dat het mij troost. Echt troost, zoals een fles wijn me troost. Op papier creëer ik families die ik had willen hebben, een wereld waar ik had willen zijn en waarin ik kan lopen. Ik ben dol op kunstenaars die andere werelden creëren waar ik mezelf in kan verliezen. In verhalen kan ik wonen.’

Dan, relativerend: ‘Maar er is een andere kant aan die medaille, een donkere kant. De verbeelding regeert, ja, maar verbeeld je er ook weer niet te veel van. Bij veel kunstenaars is het werk sterk verweven met henzelf. Maar wat is dan de conclusie? Wanneer we onze identiteit te veel laten bepalen door erkenning, gaat het vaak mis. Dat zag ik afgelopen jaren om me heen te vaak gebeuren. Nogal wat mensen in de creatieve wereld waarin ik verkeer, maakten recent  de keuze om uit het leven te stappen.’

Het zette haar aan tot nadenken, zegt Beks. ‘We leven in zo’n succescultuur. Een prestatiecultuur ook. Het moet allemaal zo goed gaan. Dat willen we zo graag horen, dat het goed gaat. We kunnen de vlekjes niet meer zo makkelijk laten zien. Ik ben beducht voor de allure en de status die er wordt gegeven aan zo’n creatief beroep als het mijne. Het is een valkuil, denk ik. Lof om wat je kunt en maakt geeft je identiteit een boost, maar wie gelooft dat hij is wat hij maakt, heeft zichzelf zo te pakken. Het gevaar is dat je je laat meeslepen in het beeld dat de buitenwereld van je heeft. Want dat stelt niks voor. Op het moment dat je in een rolstoel belandt, stelt dat echt niet veel voor. Begrijp me goed, ik ben heel blij met mijn vak. Ik dacht vroeger: later, dan ben ik schrijver… Het leek me het summum.’