'We hebben zachtheid nodig'

, Ilse van der Velden

Regisseur Johan Simons geldt als de nestor van het Europese theater. ‘Kies onderwerpen die ertoe doen. Wees niet bang.’ Laatste interview in een serie van acht met Nederlandse cultuuriconen, bij de televisieserie Made in Europe. Thema deze week: idealen.

Johan Simons (1946) ontvangt in zijn ruime, rommelige, met boeken bezaaide woonkamer in de Betuwe. Dit is het laboratorium. Hier, omringd door groene vergezichten, leest hij, kiest hij zijn stukken, bereidt zijn voorstellingen voor en vliegt hij uit naar Gent, Duitsland, Antwerpen, Rotterdam – van rusten op de lauweren is geen sprake. Integendeel, de bedrijvigheid is groot. De mogelijkheid van een sabbatical, die, zo vertelt hij, zich nu presenteert, wimpelt hij af. ‘Ga ik niet doen.’ Hij maakt koffie, smeert boterhammetjes met kaas en dan verzinken we in een breed, meanderend gesprek dat heen en weer schiet tussen Europa, theater, politiek, Pasolini en de kracht van empathie.

Johan Simons is een bij uitstek internationale toneel- en operaregisseur die geldt als de nestor van het Europese theater. Een constante is sterke voorkeur voor het werk van maatschappijkritische, politiek bewuste en thematisch geladen auteurs zoals Elfriede Jelinek, Arnon Grunberg, Sarah Kane, Pier Paolo Pasolini en Michel Houellebecq. Simons maakte naam met Theatergroep ZT Hollandia (2001-2005), indertijd een van de belangrijkste Nederlandse gezelschappen. Hij pionierde met locatietheater in de provincie, in stallen, kerken en autosloperijen. Daarna was hij vijf jaar artistiek leider bij NTGent en vijf jaar intendant van de gerenommeerde Münchner Kammerspiele. Door acteurs zoals Pierre Bokma mee te nemen naar het buitenland, zorgde hij voor een kruisbestuiving tussen het Nederlandse, Vlaamse en Duitse toneelwezen. In 2009 zag Simons zijn oeuvre bekroond met een eredoctoraat van de Universiteit Gent, uitgereikt om zijn ‘vernieuwende visie, de internationale weerklank en het maatschappelijk engagement’ in zijn werk. Zijn verdiensten voor het Duitse theater zijn bekroond met onder andere de Theaterpreis Berlin (2014). In datzelfde jaar kreeg Simons ook de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs.

Dit seizoen regisseert Simons bij NTGent Cosmopolis van Don DeLillo, en Onderworpen naar Soumission van Houellebecq, in een double bill met Platform (dat hij twaalf jaar geleden al regisseerde) in april te zien in Amsterdam. Vanaf 2018 is Simons artistiek leider van Schauspielhaus Bochum. Ook is hij intendant van de Ruhrtriënnale, een toonaangevend festival dat plaatsvindt in industrieel erfgoed in het Ruhrgebied. Dit jaar is de laatste editie onder zijn auspiciën. Toen het programma bekend werd citeerde Simons enkele woorden uit Schillers Ode an die Freude: ‘wees verbonden’, ‘vreugde’, ‘schoonheid’ en ‘iets van God’.

U heeft hart voor Europa. Wanneer is dat hart gaan kloppen?
‘Dat begon ten tijde van Twee stemmen, een monoloog uit 1997 met Jeroen Willems in de hoofdrol, gebaseerd op teksten van Pasolini. Een scherp maatschappijcriticus, Pasolini, die het morele verval ontleedde van politici, managers en industriëlen die publiek belang verwarren met eigenbelang. Hij voorzag ontwikkelingen zoals het versmelten van boven- en onderwereld in Italië, en de globalisering. Jeroen deed dat stuk ook ontzettend goed in het Engels, en vooral in het Duits. Zijn Duits was beter dan dat van de Duitsers zelf. Dat moest ook, vond hij, hij had zich dat opgelegd. We speelden het stuk door heel Duitsland, het heeft me daar echt op de kaart gezet. Uiteindelijk hebben we het tien jaar lang ruim 400 keer opgevoerd, van Oslo tot Palermo. Dan leer je Europa wel kennen. Ik werd me bewust van de complexiteit en de enorme mentaliteits- en cultuurverschillen. Ook in het theater werkt dat door. Waar Nederland een consensuscultuur heeft, kent Duitsland een polemische cultuur. Ik ken geen land waar je zonder problemen een lezing van vier uur kunt houden. Moet je in Nederland mee aankomen. Daarnaast was mijn ontmoeting met Gerard Mortier bepalend.’

De grote theater- en operavernieuwer van Salzburg en Parijs. Hij bestelde in 2014, het jaar van zijn overlijden, een Così fan tutte bij Michael Haneke, die Mozarts klucht veranderde in een vreugdeloze, sadomasochistische exercitie.
‘Mortier was een groot voorbeeld voor me. Hij heeft me geïntroduceerd in de wereld van de opera en de grote ensceneringen. Hij was een echte Europeaan, en een humanist die mensen, of in elk geval mij, altijd goed behandelde. Hij bleef me trouw, ook als het een keer wat minder was. Hij heeft me fantastische kansen gegeven. De ontmoeting met hem, het reizen en mijn tijd in München bij de Kammerspiele hebben mijn vermoeden gevoed dat er meer mogelijk moest zijn op het gebied van theater. Ik leerde van hem dat meertaligheid een mogelijkheid is, en het samenvoegen van verschillende nationaliteiten in een ensemble. Dat is verrijkend.’

'Het Duitse theater voert je niet naar de wereld van tovenarij, maar naar de wereld van de realiteit.'

Johan Simons

Op welke manier?
‘Samen kom je tot een hoger niveau. Maar het is pas echt helemaal goed als Hamlet wordt gespeeld door een Chinees, zijn moeder door een Duitse en zijn vader door een Canadees. Als dat geen punt meer is, maar het alleen gaat over het gedachtengoed, dan bevrijden we de toneelkunst. Volgend jaar begin ik in Bochum. Daar is nu een ensemble van dertig man, daarvan ontsla ik er 27. Dat is keihard natuurlijk, maar acteurs weten dat, het is gebruikelijk in het Duitse theater bij de komst van een nieuwe intendant. Ik heb 400 sollicitaties gekregen. In het nieuwe ensemble zitten acteurs uit China, Senegal, Canada en Nederland. Veel vrouwen. Puur toeval, maar de vrouwen waren het best. Zo simpel is het. Dit wordt een amazonen-ensemble. Wát een goeie wijven zaten ertussen. Die speelsheid, dat vloeibare. Het viel me echt op bij de audities: ik vond bijna alle mannen te macho, of in ieder geval hadden ze een manier van spelen die niet past bij deze tijd. Bij deze tijd past een androgyne speelstijl. We hebben zachtheid nodig. Wat niet hetzelfde is als slappigheid hè. Maar empathie. Rekening houden met de ander. Proberen te voelen wat de ander voelt. En ik ben daar ook nieuwsgierig naar, niet alleen naar mijn eigen pijn, maar ook naar de pijn van de ander.’

Al lang voor u in 2010 de Münchner Kammerspiele ging leiden, was u in Duitsland een veelgevraagd regisseur. Hoe verklaart u uw succes daar?
‘Mijn stukken zijn politiek en ik ga risico’s niet uit de weg. In Duitsland waardeert men dat, daar worden kunstenaars betaald om risico te nemen en niet om op veilig te spelen. Er is meer ruimte voor het experiment. Duitsers houden niet van het well made play waar Engelsen en Amerikanen zo gek op zijn. Het Duitse theater voert je niet naar de wereld van de tovenarij maar naar de wereld van de realiteit. Het verschil zit ook in de begrippen die we hanteren: ons woord voor repeteren komt van het Franse répéter, herhalen, in het Duits is het proben, proberen. En zo is het ook; theater moet een plek zijn waar we dingen proberen. Kunst moet een póging zijn iets te maken, en dat moet ook mogen mislukken. De Duitse overheid heeft veel meer bemoeienis met de kunst dan in Nederland. In Nederland heerst het Thorbecke-model: de staat moet zich zo min mogelijk met kunst bemoeien. Kunst en politiek zijn van elkaar losgezongen, waardoor de kunst ook moet inleveren tijdens een crisis. In Duitsland draagt de politiek uit dat cultuur belangrijk is voor een gelaagde samenleving. Het recht om in vrijheid kunst te maken, staat er zelfs in de grondwet.’

Twee stemmen is nu twintig jaar geleden. Laten we de balans eens opmaken; hoe staat het er nu voor, in Europa?
‘Ernstig natuurlijk. De waarden die wij toekennen aan Europa staan nu veel meer onder druk dan toen ik begon. Het is de taak van de kunst om de samenleving met helikopterblik, van enige afstand, streng te becommentariëren. Dat is nodig om de democratie levend, doorzichtig en vloeibaar te houden. Voor het theater is daarin een enorme rol weggelegd. Theater moet de dialoog met de bevolking aangaan, het gesprek weer op gang brengen. Ik werk nu aan een stuk naar Soumission, het boek Houellebecq, waarin het Frankrijk van 2022 een moslimpresident krijgt. In 1985 was het ondenkbaar dat zo’n scenario beschreven zou worden in een roman. Het geloof heeft een onvoorstelbare opgang gemaakt. Overigens ben ik het totaal niet eens met hoe er over Soumission wordt gedacht; het wordt bestempeld als een cynisch boek, maar dat is het allerminst.’

Wat is het dan wel?
‘Het is juist superromantisch. De hoofdpersoon is vooral op zoek naar geborgenheid, die in onze over-geïndividualiseerde samenleving nog maar moeilijk is te vinden. Er heerst een volstrekt gebrek aan sociale cohesie, aan gemeenschapszin. Dat voelt Houellebecq aan, dat is waar zijn oeuvre in wezen over gaat. Zijn schreeuw is een schreeuw om liefde, saamhorigheid, samenhang. Houellebecq is een visionair, net zoals Pasolini dat was. Vrij zeldzaam. Hij is een van de belangrijkste schrijvers van nu, omdat hij werkelijk aanzet tot denken, tot vragen stellen. En zo kom je ineens terecht bij ons menselijk tekort. Waarom zijn wij niet in staat die gemeenschapszin te creëren? Daar hebben we geen antwoord op. Zoals we ook geen antwoord hebben op de ontevredenheid in de samenleving. Wij kennen de ontevredenheid niet goed.’

Wat zit u het meest dwars?
‘Dat links de afgelopen jaren geen verhaal had in de grote thema’s, zoals immigratie en de bankencrisis. Er is weggekeken. Op de bankencrisis heeft links niet of te zwak gereageerd, die kon gewoon worden afgewenteld op de bevolking. De grote privatiseringen, de graaicultuur, links heeft het gewoon laten gebeuren. Ik incluis. Je mond roeren is nog wat anders dan in verzet komen. En dat hebben we, ik, nagelaten.’

Waarin wortelt dat enorme politieke bewustzijn van u?
‘Dat begon al op de lagere school in het dorp. Wij waren arm thuis, met drie kinderen en een vader die gokverslaafd was, maar dat wilde mijn moeder niet laten blijken. Op school kregen de kinderen van de dokter bijles, en ik kreeg dat niet. Dat zette veel kwaad bloed bij mij. Die woede ligt ten grondslag aan al mijn theater.’

De Toverberg ligt op tafel, zie ik. Wat heeft u met dat boek?
‘Ik ken het goed, ik moest het lezen voor Sentimenti, een muziektheaterstuk dat ik maakte op instigatie van Gerard Mortier die destijds Intendant was van de Ruhrtriënnale. Hij wilde De Toverberg als een soort basismateriaal gebruiken, omdat het ten grondslag ligt aan de Europese gedachte. Die wordt daarin op een heel heldere manier geformuleerd. Dat Thomas Mann in zo’n vroeg stadium al het Europese denken heeft weten te verwoorden, ongelooflijk. Ik zal je iets voorlezen. Settembrini, dat is de man in het verhaal die in de toekomst kijkt, zegt “in uw land had u tweehonderd jaar geleden een schrijver, een schitterende babbelaar, die grote waarde hechtte aan een mooi handschrift omdat hij dacht dat zulks leidde tot een mooie stijl. Hij had nog iets verder moeten gaan, en moeten zeggen dat een mooie stijl tot mooie handelingen leidt. Mooi schrijven, dat betekende bijna meteen al mooi denken, en vandaar was het niet ver meer naar mooi handelen. Alle beschaving en zedelijke vervolmaking ontsproot uit de geest van de literatuur.’’ Dat is natuurlijk heel zuiver geformuleerd, in een heel andere tijd. Dat zou je nu nooit meer zo kunnen opschrijven. De Toverberg is “meer dan enig ander werk het symbool geworden van de verdwenen wereld van de geest”, zegt Thomése in de flaptekst. Prachtig. Laat dat het motto zijn van dit interview.’

'Kies onderwerpen die ertoe doen. Wees niet bang. Probeer een nieuwe esthetiek te ontwikkelen, nieuwe vormen te kiezen, die mensen wakker schudden.'

Johan Simons

Wat wilt u jonge theatermakers meegeven?
‘Kies onderwerpen die ertoe doen. Wees niet bang. Probeer een nieuwe esthetiek te ontwikkelen, nieuwe vormen te kiezen, mensen wakker te schudden. Dat heeft niks te maken met agressie of geschreeuw, juist niet. Ik had hier vorige week een groep jonge makers afkomstig van toneelscholen, die een eigen groep willen beginnen. Toevallig zes vrouwen. Ze zeiden tegen elkaar dat ze het niet moesten hebben over hun vrouwelijke waarden. Dat weten we nu wel. Dus niet. Die vrouwelijke waarden, daar moeten we het nu van hebben.’

Waarop kijkt u terug als zonder meer geslaagd?
Elementarteilchen uit 2005, naar het boek van Houellebecq uit 1998. Toen speelde de hele discussie over de islam nog niet, onvoorstelbaar. Rode draad was een zin van de filosoof Peter Sloterdijk: als wij in staat zijn de nieuwe mens te scheppen die beter is dan die van nu, waarom doen we dat dan niet. Wie zijn wij, dat we onszelf zien als eindstation van de beschaving? Dit was een voorstelling waar mensen na afloop niet zeiden goh, wat een mooie regie, mooi decor of mooi spel, maar direct begonnen te discussiëren over de inhoud. Dat vind ik een van de meest waardevolle stukken die ik ooit heb gemaakt. En Urban Prayers, vorig jaar, een stuk voor vijf acteurs en een zangkoor, gemaakt voor de Ruhrtriënnale. Dat speelde in verschillende geloofsgemeenschappen. We hebben het opgevoerd in de moskee, in de protestantse kerk en bij de boeddhisten. Het thema was verdraagzaamheid. Daar was het werkelijk zo dat de vrouw met de hoofddoek naast de rabbijn zat; ik heb dat meegemaakt in de synagoge in München. Dat was fenomenaal. Binden. Dat is het beste wat theater kan doen.’