Tijdens mijn trip door Canada heb ik een reisdagboek bijgehouden, voor jullie en voor mezelf. Deze aflevering waren we in Toronto, waar we in de man-vrouwverhoudingen doken en 'giftige mannelijkheid' in Canada onderzochten.

31 mei 2019

‘Canada heeft geen ziel,’ zegt Sasha, onze researcher en de vriendin van regisseur Hans Pool. Het is haar verklaring waarom Canada niet echt ‘voelt’, haar verklaring waarom alles hier, vergeleken met Rusland of Amerika, mat lijkt. Ondanks de talloze stuiptrekkende daklozen op straat, ondanks al die verschillende culturen.

Ik voel ook nog weinig bij Toronto. We zijn er nu drie dagen en mijn hart sprong alleen even op bij Howland Avenue, waar ik tien jaar geleden woonde. Mijn eigen oude straatje, met de reusachtige Esdoorns die in de herfst opgloeiden alsof ze in brand stonden. Het sprong ook op bij het kleine stukje Bloor Street om de hoek van Howland: bij Future’s Bakery, waar ik taart at met Tsjechische medestudenten Hanna en Karel; bij het poppodium Lee’s Palace, waar ik met andere meisjes ging dansen, maar waar we niemand vonden om mee te zoenen.

Het is niet Toronto dat me warme gevoelens geeft, maar die tijd van toen, tien jaar geleden, een deel van mijn leven (jeugd!) dat niet meer terug te halen valt. Alle studenten van toen zijn nu elders, Hanna en Karel zijn al lang uit elkaar, zij zit nu in Londen baby’s te testen en andere mensen de slappe lach te bezorgen.

Ondertussen in het zelfhulpboek van psychologieprofessor Jordan Peterson dat ik lees ter voorbereiding van het naderende interview met hem (12 Rules for Life): Hitler en Stalin hadden vermoedelijk slechte moeders.

Inmiddels is het ook Pride month geworden, de regenbogen zijn overal. Terwijl wij in Toronto zijn om uit te zoeken hoe het nu zit met feminisme in Canada en de backlash daartegen, is er in Vancouver een feministisch congres waar ook Trudeau komt luisteren en spreken.

Tegen de tijd dat wij in Vancouver aankomen, zijn de feministen daar alweer uitgepraat. Maar we zoeken ook geen congresgangers, we zoeken het antwoord op de vraag hoe er in Toronto in hemelsnaam een aanslag specifiek gericht op vrouwen kon plaatsvinden, of de mensen hier daar ook zo van schrokken, en of en hoe ze daarvan zijn bekomen.

We filmen agenten die bij de van attack waren, en nabestaanden, maar vooral veel mannen en vrouwen die gendergelijkheid praktiseren of er juist fel op tegen zijn (voor zover Canadezen ‘fel’ zijn).

1 juni 2019 - onvervalst seksisme

Emy in gesprek met de Proud Boys.

Emy in gesprek met de Proud Boys.

Een van de meest gebruikte stopwoorden hier is ‘exactly’. Men wil het graag eens zijn, conflict vindt men onprettig. Ik vraag me af: is de gemiddelde Canadese man door de beleefheidscultuur toch al wat ‘zachter’, komt hij minder voor zichzelf op? Hoe Canadees te zijn en man, zonder je gelijk als zwijgende houthakker in een boreaal bos terug te trekken? Hoe bouw je hier een gezonde mannelijkheid op – of gewoon een menselijkheid, tussen al die taboes en eisen

Bij de Proud Boys in Brantford, Ontario, een mannenclub met dubieus imago, hopen we onvervalst seksisme te vinden, maar zelfs deze mannen praten met behoorlijk wat meel in de mond.

Als de camera uit is, halen ze zwarte plastic bekers tevoorschijn in de vorm van een vrouwenlichaam zonder hoofd. Als je eruit wil drinken, druk je ofwel haar borsten tegen je lippen ofwel haar kont tegen je kin. ‘Ik neem wel gewoon een blikje,’ zeg ik.

Ik ga geen ruzie schoppen om een provocerende plastic beker en deze jongens ook niet, ze willen alleen even laten zien dat ze nog steeds íets durven, dat ze nog steeds de mannen zijn hier. Sasha zegt later dat een van de jongens in haar billen kneep.

2 juni 2019 - 'wisdom'

Yonge Street in Toronto.

Yonge Street in Toronto.

We filmen op Yonge Street, waar de Toronto Van Attack plaatsvond die acht vrouwen en twee mannen het leven kostte. Ik loop eindeloos op en neer zodat Hans genoeg materiaal heeft om door andere beelden heen te snijden. Op een gegeven moment klampt een graatmagere, zwarte vrouw me aan. Ik denk dat ze wisselgeld wil, maar wat ze wil, zegt ze, is ‘wisdom’. Of ik voor haar wil bidden, zodat ze meer wijsheid zal verkrijgen. Natuurlijk wil ik dat, zeg ik. Of ze ook voor mij kan bidden, vraagt ze, en wat ik dan zou willen. ‘Health,’ zeg ik, zonder te twijfelen.  

Af en toe denk ik aan haar, maar haar naam heb ik niet goed verstaan, ik hoop voor haar dat het zonder naam alsnog werkt. Al denk ik dat ze het al heeft, die wijsheid.

3 juni 2019

Lopend door de uitgaansstraten van Toronto, vol jonge vrouwen in ultrakorte rokjes, begrijp ik de frustratie van de incels (involuntary celibates, een internetgemeenschap van gefrustreerde jongens en mannen). De incels maken deel uit van de online ‘manosphere’, de ‘red pill communities’ die het huidige feminisme als onderdrukkend zien, die vinden dat vrouwen nu meer privileges hebben dan mannen. Incels zijn ervan overtuigd dat zij nooit de vrouwen zullen krijgen die ze willen, dat er niets is wat je kunt doen om je aantrekkingskracht te verhogen.

Als er één duidelijk voordeel is aan man-zijn dan is het dat je op zoveel verschillende manieren je gebrekkige fysieke aantrekkingskracht kunt compenseren

Ik snap niet hoe ze daarbij komen, als er één duidelijk voordeel is aan man-zijn dan is het dat je op zoveel verschillende manieren je gebrekkige fysieke aantrekkingskracht kunt compenseren. Jean-Paul Sartre, Woody Allen, Michel Houellebecq, Bill Gates – ik houd op, want dit rijtje kan eeuwig doorgaan.

Hoezeer mannen beloond worden voor compenseren, daar heb ik ze tijdens vele eenzame nachten als tiener en later als twintiger om benijd. Ik speelde gitaar, ik schreef verhalen, ik zette de eerste stap in cafés – ik deed de dingen waarmee jongens meisjes vangen, maar desondanks (of misschien daardoor) ving ik zelden wie ik wilde, bleef ik jarenlang rondlopen met gefrustreerd verlangen.

Om als meisje succes te hebben bij jongens, bleek keer op keer, was het vooral zaak om mooi te zijn en op de juiste momenten te lachen.

De oorspronkelijke site voor onvrijwillig celibatairen werd opgericht door een vrouw, de Canadese studente Alana, in 1993. De site heette Alana’s Involuntary Celibacy Project en iedereen die net als zij moeite had om aan een partner of alleen al aan seks te komen, was er welkom.

Ze merkte al snel dat de site meer mannen aantrok en dat die mannen ook nogal geneigd waren tot zelfbeklag en antagonisme. Rond 2000 stopte Alana, zelf inmiddels zelfverzekerder, met haar project. Ze droeg de site over aan een onbekende en keek niet achterom, vertelde ze aan tijdschrift Elle.

Tot ze in 2014 las over de aanslag in Californië door de Amerikaanse incel Elliot Rodger. ‘Holy shit,’ dacht ze toen, ‘Look what I started.’ Aan vrienden schreef ze dat ze zich voelde als een wetenschapper die per ongeluk iets heeft uitgevonden dat als oorlogswapen wordt ingezet: ‘I can't uninvent this word, nor restrict it to the nicer people who need it.

De mannelijke incels die Alana’s site ontdekten en het online-incelschap begonnen te domineren, verzonnen de mythe dat vrouwen niet onvrijwillig vrijgezel kunnen zijn. De etterbakken. Geen wonder dat geen vrouw met hén wil daten.

4 juni 2019

Jordan Peterson.

Jordan Peterson.

Vandaag interview ik Jordan Peterson, wat een bron is van spanning. Van tevoren drink ik mezelf enige Dutch courage in. Niet te veel, want bij Peterson moet je ook scherp zijn. Als scheelt het dat het doel niet is om een kritisch interview te maken dat geschikt is voor integrale uitzending, maar om hem simpelweg zijn mening te laten geven over feminisme en over de Toronto van attack. 

Gisteravond liet Hans weten dat Peterson op Netflix staat. ‘Oh nee,’ zegt Sasha, ‘daar heb ik écht geen zin in.’ We hebben al dagen ruzie over zijn gedachtegoed. Of: Hans en Sasha hebben daar ruzie over. Ik probeer de brug te zijn, en zeg telkens: ‘Misschien moeten jullie eerst 12 Rules eens lezen.’

Al is het de vraag of dat helpt, want Peterson is de meester in dingen nét niet zeggen. Omslachtig en omzichtig, selectief maar overdadig met zijn feiten, overdreven zelfverzekerd over de eeuwige waarheid van evolutie en christendom, hamerend op de intrinsieke waarde van ‘dominance hierarchies’ (wie aan de top staat, moet dat wel verdienen) – dat is Peterson. Zomaar een citaat uit 12 Rules: ‘Perhaps primordial Eve had more reason to attend to serpents than Adam. Maybe they were more likely, for example, to prey on her tree-dwelling infants. Perhaps it is for this reason that Eve’s daughters are more protective, self-conscious, fearful and nervous, to this day (even, and especially, in the most egalitarian of modern human societies 51).’

Voor de duidelijkheid: er staat veel zinnigs in 12 Rules. Bijvoorbeeld: ‘Beware of single cause interpretations—and beware the people who purvey them.’ Of wat je zou moeten doen als je ontevreden bent met je leven: ‘Have you made peace with your brother? Are you treating your spouse and your children with dignity and respect? Do you have habits that are destroying your health and well-being? Are you truly shouldering your responsibilities? Have you said what you need to say to your friends and family members? Are there things that you could do, that you know you could do, that would make things around you better? Have you cleaned up your life? If the answer is no, here’s something to try: Start to stop doing what you know to be wrong.’

‘Waarom denk je dat feministen zo kritisch op je zijn,’ vraag ik aan Peterson, als hij eenmaal tegenover me zit in een anonieme hotelkamer

Maar in alle nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, schuift Peterson systemische ongelijkheid al te gemakkelijk terzijde. En dan is er dus steeds die suggestie dat de traditionele, uit Bijbel en evolutie voortgesprongen rolverhouding de enige juiste is, zoals in de passage over de moeders van Hitler en Stalin: ‘To honour your wife as a Mother of God is to notice and support the sacred element of her role as mother (not just of your children, but as such). A society that forgets this cannot survive. Hitler’s mother gave birth to Hitler, and Stalin’s mother to Stalin. Was something amiss in their crucial relationships? It seems likely, given the importance of the maternal role in establishing trust —to take a single vital example. Perhaps the importance of their motherly duties, and of their relationship with their children, was not properly stressed; perhaps what the women were doing in their maternal guise was not properly regarded by husband, father and society alike.’ Of, zoals de Proud Boys zeggen: ‘We venerate the housewife.’ Eerbied hebben voor de huisvrouw en moeder, prima natuurlijk, alleen jammer dat er bij die eerbied niets gezegd wordt over financiële beloning, en dat de eerbied voor vrouwen in de rol van moeder en huisvrouw zo moeilijk samen lijkt te gaan met eerbied voor vrouwen in andere rollen.

‘Waarom denk je dat feministen zo kritisch op je zijn,’ vraag ik aan Peterson, als hij eenmaal tegenover me zit in een anonieme hotelkamer, ‘heb jij daar zelf niet óok een rol in?’ Nee, vindt hij, als mensen krankzinnig doen, hoef ik daar geen verantwoordelijkheid voor te nemen. Dat gaat in tegen zijn 12 Rules, waarin hij voortdurend benadrukt dat je naar je eigen verantwoordelijkheid moet kijken, ook in ruzies. Een andere regel (nummer 9): dat je goed moet luisteren naar anderen, ervan uitgaand dat ze iets weten wat jij niet weet. In mijn ruim twee uur durende interview met hem is hij geregeld aan het snauwen, in eindeloze monologen waarin hij van alles bij elkaar gooit. Al mijn non-verbale tekenen of hij een antwoord zou willen afronden omdat hij te ver afdwaalt of omdat ik deze monoloog als lezer van 12 Rules al ken en die kant niet op wil gaan, negeert hij.

Naderhand biedt Peterson zijn excuses aan voor zijn gesnauw. ‘I triggered my Jungian shadow self,’ zegt hij. En dat dat nodig was, omdat zijn vrouw ernstig ziek is en hijzelf fragiel. (Later die zomer blijkt het Peterson allemaal te veel te zijn geworden; na eerst een eigen poging te hebben gedaan van de angstremmer clonazepam af te komen, die hij begon te slikken om met de ziekte van zijn vrouw om te gaan, laat hij zich opnemen in een afkickkliniek.)

5 juni 2019

Margaret Atwood.

Margaret Atwood.

In hetzelfde hotel waar we gisteren Jordan Peterson interviewden, spreek ik vandaag Margaret Atwood, schrijver van (onder veel meer) The Handmaid’s Tale (1985, in 2017 verfilmd als serie). Een verschil van dag en nacht. Zo strakgespannen als Peterson was, zo ontspannen is Atwood. Té ontspannen, eigenlijk. Ze behandelt het interview als een gesprek: ze stelt wedervragen en elke keer als zij vindt dat ze niet de aangewezen persoon is om op een bepaalde vraag te antwoorden, gaat ze de mensen opnoemen die ik volgens haar echt zou moeten contacteren. Ook lijkt ze het onmiddellijk door te hebben als we naar sterke uitspraken lopen te vissen – ze wil zich vrijwel nergens op laten vastpinnen.

Maakt de aanslag in Toronto deel uit van een backlash tegen feminisme in Canada? Atwood wil daar niet aan, net zomin als (vanzelfsprekend) Peterson. Beiden spreken van een lone wolf. Tijdens mijn vooronderzoek naar de manosphere online geloofde ik wel dat de incels pasten in een bredere misogyne tendens, nu weet ik het niet meer zo zeker. Dat ze een hekel hebben aan het feminisme en aan vrouwen, dat is duidelijk, alsook dat ze potentieel gevaarlijk zijn voor zichzelf en anderen, maar het blijft de vraag in hoeverre hun haat wordt aangewakkerd door Trudeaus ‘feministische’ kabinet en hoe wijdverbreid het vrouwonvriendelijke klimaat is in Canada? Is het toeval dat zowel Peterson als de Proud Boys uit Canada komen, dat er zowel eind jaren tachtig als nu in Canada zo’n grote aanslag op vrouwen is geweest? Atwood lijkt te vinden van wel. Backlashes tegen het feminisme heb je overal, zegt zij, en als je echt vrouwonvriendelijke plekken zoekt, ga dan naar Zuid-Amerika.

Mijn beide oma’s waren praktisch broedmachines, terwijl ze slimmer waren dan hun mannen

In februari filmden we in Quebec over een aanslag op een moskee die zes mensen het leven kostte. Daar was juist de consensus dat die aanslag paste in een breder kader van anti-moslimsentimenten. Waarom hebben we – de Canadezen, maar wijzelf ook – bij een aanslag tegen vrouwen daar zoveel meer moeite mee? Is dat omdat vrouwen geen minderheid zijn, is de dreiging dat er maatregelen worden genomen die tegen de rechten van alle vrouwen ingaan te onvoorstelbaar? Tegelijkertijd worden op dit moment, in deze maand, in verschillende Amerikaanse staten anti-abortuswetten aangenomen die van vrouwen die over hun eigen zwangerschap willen beslissen misdadigers maken. Gelijke rechten lijken nu voor ons zo vanzelfsprekend, maar tot 1956 golden vrouwen in Nederland nog als handelingsonbekwaam, mochten ze niet zelfstandig reizen of grote aankopen doen. Mijn beide oma’s waren praktisch broedmachines, terwijl ze slimmer waren dan hun mannen. De angst die mij bekruipt bij de internationale opkomst van alt-right bewegingen: wie te lang achterover leunt, leunt straks alleen nog tegen een aanrecht. De Amerikaanse anti-abortuswetten ziet Atwood trouwens wel als backlash tegen het feminisme.

Ik wil mijn oordeel graag opschorten, in een tijd die voortdurend om oordelen vraagt – aan welke kant sta je? ‘Er zijn wel 75 soorten feminisme,’ zei Atwood. Achteraf heb ik betere vragen voor haar, bijvoorbeeld of er dan ook 75 soorten backlash zijn, of zij ook het gevoel heeft dat ze een kant moet kiezen. Man versus vrouw helpt niemand verder, en een vorm van feminisme die de problemen van mannen negeert, broedt onvermijdelijk ressentiment. Maar begrip tonen voor mannen die klagen over de toename in vrouwelijke actiehelden, zoals de Peterson-fans die we hebben gesproken, of de mannen van CAFE (een mannenpraatgroep), dat gaat me dan weer te ver. Ze ondergraven zelf hun echte grieven met zulke klachten, die getuigen van een doorgeslagen slachtofferschap, een slachtofferschap waarvan ze denken dat feministen het opeisen, zonder werkelijk naar die feministen te luisteren. Het contrast in twee beelden: onze vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld hadden gebroken ribben, moesten vrezen voor hun leven, onze mannelijke slachtoffers van huiselijk geweld voelden zich vooral vernederd.

De interpretatie van de incels als onderdeel van een backlash tegen het feminisme horen we uiteindelijk alsnog, als we het al niet meer verwachten, uit de mond van een heel gewone Canadese man: jeugdwerker Jesse James. Hij woont om de hoek van Yonge Street en organiseerde na de aanslag een bijeenkomst voor de buurt. Ik spreek hem terwijl hij op zijn zoontje past, die rustig op de achtergrond met een schepje speelt. Samen bieden ze ons hun zelfgebakken koekjes aan.