'Dit moeten we niet willen'

, Yoran Staas & Mirte van Os

Steeds meer Europese landen tonen belangstelling voor de Israëlische veiligheidsindustrie. Hoe werkt Nederland samen met Israël op het gebied van veiligheid? En moeten we dat willen? We vroegen het aan Wendela de Vries van Stop Wapenhandel.

In het voorjaar van 2014 bracht minister Hennis van Defensie een bezoek aan Israël om de militaire samenwerking te versterken. Onze landelijke beveiligingssystemen kunnen namelijk wel wat vernieuwing gebruiken, zo was het idee. Na een bliksembezoek aan Nederlandse commandotroepen die trainen in de Israëlische woestijn inspecteerde de minister de nieuwste gevechtsvliegtuigen van het wapenbedrijf Elbit.

Je ontkomt er haast niet aan: geld stinkt soms, maar aan wapens kleeft vrijwel altijd bloed. Israël heeft van oudsher een florerende wapenindustrie. En sinds de terreuraanslagen van 2015 en 2016 en de toenemende vluchtelingenstromen tonen veel Europese landen steeds meer belangstelling voor Israël en hun beveiligingstechnologie. Ook Nederland is geïnteresseerd.

kennis, ervaring en kwaliteit

Israël is voor overheden en bedrijven wereldwijd om twee redenen interessant om zaken mee te doen. Ten eerste heeft het land sinds haar oprichting in 1948 veel ervaring opgedaan met militaire operaties en terreuraanslagen. Na een aanslag in 1972 op Ben Gurion International Airport waarbij 26 mensen omkwamen heeft het land zijn beveiliging flink opgeschroefd. Op het vliegveld in Tel Aviv zijn sindsdien geen aanslagen meer geweest, terwijl er over een periode van veertig jaar wel meer dan tachtig pogingen zijn gedaan op Israëlische luchtbases. Ten tweede levert Israël ook kwaliteit. De kennis en ervaring die het land heeft, wordt door een hechte samenwerking tussen het leger, de universiteiten en de wapenindustrie meteen omgezet in betere wapens, die dan meteen het label combat proven krijgen - getest op het slagveld.

Van die kennis kan Nederland profiteren. Want hoewel er in ons land nog geen directe terreurdreiging is geweest, liggen Brussel (aanslagen terminal Zaventem en metrostation Maalbeek, maart 2016) en Parijs (aanslagen op zes locaties, november 2015) toch akelig dichtbij. Ook de vluchtelingencrisis zorgt ervoor dat er steeds meer over betere grensbewaking nagedacht wordt. En omdat volgens veel experts het Israëlische vliegveld-beveiligingssysteem de gouden standaard is, wordt er dus naar Israël gekeken op het gebied van grensbeveiliging. Etnisch profileren, waarbij er wordt gekeken naar verdacht uiterlijk en gedrag, het alert maken van burgers en wapenhandel maken daar ook deel van uit.

aerostar drones en smart vests

Combat Proven

Sommige kritische partijen vinden dat Nederland geen wapens moeten kopen van Israël. Een van die organisaties in Nederland is Stop Wapenhandel, die actievoeren tegen wapenexport en de wapenindustrie. Dat doen zij onder andere door het doen van onderzoek. In hun rapport Combat Proven, waarin militaire relaties tussen Nederland en Israël in kaart zijn gebracht, staat een lijst van wapens die de Defensie de afgelopen jaren in Israël hebben aangeschaft. Een voorbeeld is het Gill anti-tanksysteem in 2001, getest tijdens beschietingen op de Palestijnse stad Beit Jala, zo is te lezen in het rapport. Of de Aerostar drone, die het Israëlische leger inzette tijdens een oorlog in Gaza waarbij 1391 burgers omkwamen. De meest recente aanschaf is het Smart Vest, een hypermoderne uitrusting voor de Nederlandse infanteriesoldaat, die 125.000 euro per stuk kost. Het Smart Vest is ontwikkeld op basis van Elbit kennis door het wapenbedrijf Thales in Hengelo, waar regelmatig Israëlische wapendeskundigen rondlopen. In een Nederlandse vestiging van dit bedrijf in Woensdrecht worden onze gevechtsvliegtuigen gerepareerd.

moeten we dit willen?

Wendela de Vries, coördinator van Stop Wapenhandel, vertelt dat de militaire relatie tussen Nederland en Israël niet eenzijdig is. 'Nederland is van oudsher terughoudend in de uitwisseling van militaire kennis en middelen met Israël, omdat onze regering niet wil exporteren naar landen die wapens inzetten tegen de burgerbevolking. Daarom houdt zij dit soort deals het liefst zoveel mogelijk onder de radar.'

Toch dragen we indirect bij aan oorlogsgeweld, stelt het rapport van Stop Wapenhandel. Zo levert de Brabantse hondenkennel Four Winds K9 al 23 jaar patrouillehonden aan het Israëlische leger. Deze honden worden gebruikt om Palestijnse burgers aan te vallen. Een hond is echter officieel geen wapen, maar valt onder het exportregime voor huisdieren - en dat is legaal. Ook gaat er fosfortrichloride en beryllium die kant op, vertelt De Vries. ‘Dat is onverstandig’, vindt ze. ‘Deskundigen nemen namelijk wel aan dat Israël een chemische wapenprogramma heeft.' In 1984 liep dat namelijk naar af, zo beschrijft het Combat Proven rapport. In dat jaar gebruikte de Iraakse dictator Saddam Hoessein strijdgassen tegen de eigen Koerdische bevolking - geproduceerd met chemicaliën van het Nederlandse bedrijf Melchemie.’

tussen vrijheid en veiligheid

Wapens brengen meer agressiviteit met zich mee. Maar hoe zit het dan met luchthavenbeveiliging? Niemand wil graag een herhaling van de gebeurtenissen in Brussel.

De Vries snapt dat de Israëlische technologische kennis erg interessant is voor Europese landen. ‘Maar’, stelt ze, ‘Israël is een land met veel vrijheidsbeperking en over de grenzen van het recht haar veiligheid probeert te bereiken. Bijvoorbeeld door mensen continu te volgen en intensief te ondervragen. Als wij die systemen gaan overnemen, dan creëer je een agressieve en paranoïde maatschappij. Dat moeten we niet willen.’ Toch maken de ontwikkelingen van afgelopen jaren de beslissing moeilijker. Want waar ligt de lijn tussen veiligheid en vrijheid?