John List

De economische wetenschap heeft meer veldwerk nodig

Economen doen volgens John List veel te weinig veldwerk om hun theorieën te testen. Zelf ondervindt hij graag in de praktijk dat mensen zich heel anders gedragen dan zijn collega's aannemen.

Te zien in the mind of the universe (8): de speler
Zondag 2 juli 2017 om 21.05 uur op NPO 2
Herhaling donderdag 6 juli om 9.15 uur op NPO 2

‘Don’t guess, experiment!’

Regisseur Rob van Hattum over John List

‘John List is een enorm dynamische man, bijna tegen het hyperactieve aan: heel grappig en levendig. Hij is ook echt heel Amerikaans, omdat hij totaal gek is van honkbal. Toen hij jong was, verzamelde hij honkbalplaatjes. Die zitten allemaal keurig ingepakt in plastic in een diepe kluis. Hij heeft daar echt een kleine erfenis liggen, maar hij wilde niet vertellen hoeveel. Ik kan je wel zeggen: er ligt daar op zijn minst een paar honderdduizend dollar zo niet meer aan honkbalplaatjes, want hij heeft echt complete collecties. Zo is hij eigenlijk in de economie terecht gekomen. Toen hij jong was ging hij hele collecties kopen en schaarste creëren door plaatjes te bewaren en te ruilen. Door letterlijk te experimenteren, heeft hij kennis gemaakt met de economieprincipes.’ (lees verder door op 'open' te klikken)

‘Hij is overtuigd van de marktwerking, maar hij vindt dat alles in de economie maar te makkelijk wordt aangenomen. Hij wil van de economie een experimentele wetenschap maken. In zijn boek The Why Axis zet hij bijvoorbeeld vraagtekens bij de aanname dat vrouwen niet door het glazenplafond heen komen, omdat vrouwen minder competitief zouden zijn dan mannen. Hij onderzoekt dit aan de hand van een experiment met twee verschillende stammen: een stam in Afrika waarin de vrouw niets waard is en een stam in India waar de man ondergeschikt is aan de vrouw. Hoe beter de mannelijke en vrouwelijke deelnemers ballen in een bak water gooien, hoe meer geld ze kunnen verdienen. Wat blijkt is dat vrouwen in India en mannen in Afrika extreem competitief zijn. Competitiviteit is dus niet per se geslachtsafhankelijk, maar wordt cultureel bepaald.’   

‘Hij is ook heel begaand met het lot van mensen. Hij is enorm voor de markteconomie, maar hij is tegelijkertijd ook heel sociaal, omdat hij vindt dat alle mensen gelijke kansen moeten krijgen. Als je het marktprincipe zuiver wil houden, moet er wel ‘fair’ gespeeld worden. Helaas is dit niet zo in de realiteit. Mensen worden ondergewaardeerd, doordat ze bijvoorbeeld uit een zwarte wijk komen. Zo onderzoekt hij het ‘loss aversion principe’ in een achterstandswijk. Dit principe gaat er van uit dat verliezen van dingen erger is dan het niet krijgen. In een experiment geeft hij de kinderen van te voren geld, wat ze alleen mogen houden als hun resultaten aan de eind van de maand goed zijn. Dit heeft als gevolg dat kinderen beter hun best gaan doen en dus betere resultaten en meer zelfvertrouwen krijgen. Dit principe wordt wel vaker toegepast in de maatschappij. Zo krijgt een bankdirecteur vaak al van te voren aandelen van een bedrijf die hij hoogstwaarschijnlijk niet terug hoeft te geven. Als dat daar werkt, waarom zouden we dat dan ook niet in het onderwijs doen als we daarmee achtergestelde groepen omhoog kunnen tillen?’  

leven en werk

‘Don’t guess, experiment!’ Dat is het motto van de Amerikaanse econoom John A. List (1965). Economie is hoofdzakelijk een theoretisch vak. Menselijk gedrag zou voorspelbaar zijn, op basis waarvan (impactvol) beleid tot op het hoogste niveau gemaakt wordt. Maar is dat zo? Is menselijk gedrag voorspelbaar? Zouden we die theorieën niet eerst eens moeten testen? Tegen de stroom in roeiend pionierde John List jarenlang met het doen van economische veldexperimenten. Hij werd toen voor gek verklaard, maar inmiddels wordt zijn werk erkend, veelal geciteerd en wordt hij getipt als potentiele Nobelprijswinnaar voor de economie.

Als je economie als een groot spel kunt zien, is List zijn vraag, hoe kunnen we de spelregels dan zo veranderen dat het spel meer winnaars dan verliezers gaat opleveren? John List vond een werkbare manier om grote economische theorieënin de praktijk te testen. Die praktijk varieert van de bankensector, de beurs, charitatieve instellingen tot de basisschool en de middelbare school.

List groeide op in een blue collar family in Wisconsin, the midwest. Zijn vader was vrachtwagenchauffeur, zijn moeder secretaresse. Als jongen met een bijbaan als vrachtwagenchauffeur ondervond hij ongelijkheid op de werkvloer (op basis van sekse, ras en sociaaleconomische achtergrond) aan den lijve. Het motiveerde hem later om er onderzoek naar te doen. De onlogische spelregels van het ruilen en kopen van sportkaarten onder verzamelaars - List was er zelf een - fascineerden hem zo dat hij op jonge leeftijd al zijn eerste experiment verzon om het koopgedrag van verzamelaars te doorgronden.

List is vader van vijf kinderen en nog steeds honkbalfanaat. Hij was economisch adviseur van de regering van George W. Bush en auteur van het populair wetenschappelijk boek The Why Axis, in het Nederlands vertaald als Alles is economie.

Card

'Je kunt ongelijkheid pas oplossen als je weet hoe het ontstaat.' - John List