steun vpro

Argos

Indien Node Gesloopt: Monumentenzorg in Nederland

Argos

Indien Node Gesloopt: Monumentenzorg in Nederland

De sloop van twee monumentale hoven in Scheveningen heeft van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg groen licht gekregen. In het advies van deze dienst, die onder staatssecretaris Van der Ploeg van OC&W ressorteert, wordt de historische waarde van deze hoven benadrukt. Toch zal de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zich, "hoewel node", niet verzetten tegen sloop. Het monument gaat nu door de sloopvergunning die de gemeente Den Haag heeft afgegeven waarschijnlijk toch tegen de vlakte.
Sinds de decentralisatie van de monumentenwet in 1988 ligt de uiteindelijke beslissing om te slopen bij de gemeenten. Maar hoe deskundig en onafhankelijk zijn die gemeenten. Hoe gaat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg om met zijn rol als hoeder van ons cultureel erfgoed.
En waarom pleit de dienst voor het afpakken van die vergunningsbevoegdheid van de gemeenten.

-----------
Argos over de gevolgen van de decentralisatie van de Monumentenwet in 1988 voor de monumentenzorg in Nederland.
De reportage bevat de volgende onderdelen:
- verslag van een bezoek aan twee monumentale hoven in de Scheveningse wijk Duindorp waarvoor de gemeente Den Haag een sloopvergunning heeft afgegeven. Bevat vraaggesprekken met:
een bewoner; voorzitter Peter Bos (?) van de Vereniging Monumentaal Duindorp; Joris Weismuller (?) van de Haagse Stadpartij en tegenstander van de sloop. Aan de orde komt
o.a.: het beleid van de gemeente Den Haag; de weerstand van de oppositie in de Haagse gemeenteraad tegen de sloop; het standpunt van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, die heeft ingestemd met de sloop;
- verslag van een bezoek aan het gesloopte Enschede-terrein in Haarlem met een vraaggesprek met Wiek Röling, hoogleraar Bouwkunde aan de TU in Delft, voormalig stadsarchitect van Haarlem en lid van de vroegere Monumentenraad, over: de monumentale waarde die het gesloopte gebied had; de kritiek van Röling op het beleid van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ); de kwalijke gevolgen van de decentralisatie van de monumentenzorg naar de gemeenteraden;
- vraaggesprekken met: José van der Hagen (?) van de Bond Heemschut, een landelijke organisatie die zich inzet voor het behoud van monumenten; Hans Bollebakker (?), bestuurskundige en voorzitter van de Stichting tot Bevordering van Onderzoek en Onderwijs voor de Monumentenzorg; Fons Asselberg, directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg; Francisca Ravestein, lid van de Tweede Kamer voor D66 (telefonisch).
Aan de orde komt o.a.: het beleid van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg; de kritiek op het functioneren van de gemeentelijke monumentencommissies die beoordelen of een monumentaal gebouw mag worden gesloopt, waarbij onder meer wordt gewezen op de ondeskundigheid van de commissieleden.
Geïllustreerd met een HA-fragment.


Inleidende teksten, waarschijnlijk niet compleet:

Tekst 1
De heer Van der Toorn, bewoner van de Meeuwenhof, kort bij het strand in de Scheveningse wijk Duindorp. Omdat de wijk steeds verder dreigt de te verloederen, wil de gemeente Den Haag, waaronder Scheveningen valt, Duindorp gedeeltelijk slopen. En wel ínclusief de Meeuwenhof. Nu is er één probleem: de Meeuwenhof is namelijk officieel een Rijksmonument. Maar desondanks heeft de gemeente Den Haag al een sloopvergunning afgegeven.
Dit is één voorbeeld van een erkend monument dat toch ten prooi valt aan de slopershamer. Sinds de decentralisatie van de Monumentenwet in 1988 ligt de uiteindelijke beslissing om in zo’n geval al dan niet te slopen bij de gemeenten.
Argos onderzoekt vandaag hoe deskundig en onafhankelijk die gemeenten zijn. En vooral hoe de Rijksdienst voor de Monumentenzorg omgaat met zijn rol als hoeder van ons cultureel erfgoed.

Tekst 1-B
Felle kritiek, die een al even felle reactie oplevert:

Tekst 2
Peter Bos, voorzitter van de Vereniging monumentaal Duindorp. De Pluvierhof en de Meeuwenhof omvatten in totaal zo’n 350 woningen. Voor de sloop van deze twee monumentale hoven heeft de Rijksdienst voor de Monumentenzorg groen licht gegeven. Alvorens een monument te mogen slopen moet een gemeente namelijk eerst advies vragen aan deze Rijksdienst, die onder de verantwoordelijkheid valt van staatssecretaris Van der Ploeg van Onderwijs, Cultuur &Wetenschappen. Vervolgens beslist de gemeente of er wel of niet gesloopt gaat worden.
In het geval van de twee Scheveningse hoven heeft de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in zijn advies de historische waarde van de panden benadrukt. Desondanks, zo staat in hetzelfde advies, zal de Rijksdienst zich, “hoewel node”, niet verzetten tegen sloop.

Tekst 3
Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij. Zijn bewering dat in het advies van de Rijksdienst passages uit gemeentelijke stukken letterlijk zijn overgenomen, blijkt inderdaad te kloppen, als we de papieren naast elkaar leggen.
Cruciaal in het advies van de Rijksdienst is de formulering “hoewel node”. Joseeph van der Hagen is een van de directeuren van de ‘Bond Heemschut’. Deze landelijke organisatie zet zich in voor het behoud van monumenten. Van der Hagen legt uit wat de Rijksdienst bedoelt met dat “hoewel node”.

Tekst 4
Met ‘Zeist’ bedoelt Van der Hagen de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. In Zeist is de dienst namelijk gezeteld.
Tot het inwerkingtreden van de nieuwe Monumentenwet in 1988 had de Rijksdienst veel meer bevoegdheden. De dienst bepaalde toen of een monument wel of niet gesloopt mocht worden. Sinds 1988 is de monumentenzorg gedecentraliseerd en beslist niet meer het Rijk maar de gemeente over de sloop van monumenten. De Rijksdienst brengt nog slechts adviezen uit. Bindend zijn die niet, de gemeente mag zo’n advies terzijde schuiven.
Wat de advisering betreft is het zwaartepunt ook nog op een andere manier meer bij de gemeentes komen te liggen. Sinds 1988 hebben de meeste gemeentes eigen monumentencommissies, die voor een deskundig advies moeten zorgen. In het geval van de Scheveningse hoven speelde de gemeentelijke monumentencommissie een opvallende rol. Want in tegenstelling tot de Rijksdienst bracht de commissie wél een negatief advies uit over de sloop. Maar over het algemeen is er veel kritiek op het functioneren van die gemeentelijke monumentencommissies. Bijvoorbeeld van directeur Van der Hagen van de Bond Heemschut:

Tekst 5
De bestuurskundige Hans Bollebakker is voorzitter van een stichting die zich bezig houdt met monumentenzorg en doet promotieonderzoek naar de monumentenzorg in Nederland. Zijn kritiek op de gemeentelijke monumentencommissies gaat nog verder:

Tekst 6
Aan het woord is professor Wiek Röling, hoogleraar utiliteitsbouw aan de Technische Universiteit Delft. Hij is voormalig stadsarchitect van Haarlem en was lid van de vroegere Monumentenraad, die nu is opgegaan in de Raad voor Cultuur.

Tekst 7
De sloop van de voormalige Enschede-drukkerij in Haarlem heeft zich al in de eerste helft van de jaren ’90 afgespeeld, maar professor Röling kan er nog steeds erg boos om worden.
We vragen een reactie aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg op de beschuldigingen van Röling. We krijgen twee reacties van de dienst. Op de eerste plaats van woordvoerder Van Oeffelt. Volgens hem was het Enschedé-terrein destijds geen monument. En, zegt hij: “De gemeente Haarlem heeft ons ook niet gevraagd om het op de monumentenlijst te zetten. Wij zijn er wel geweest, maar toen was het al gesloopt. Zelf hebben wij geen bevoegdheid om het op die lijst te zetten. Daarvoor zou de wet veranderd moeten worden.” Maar in reactie daarop zegt een woordvoerder van de gemeente Haarlem weer tegen ons dat de Rijksdienst destijds precies wist wat er op het Enschedé-terrein stond, want de dienst had het terrein nota bene zelf in 1990 voorgedragen als beschermd stadsgezicht.
De tweede reactie van de Rijksdienst komt van Fons Asselbergs, sinds zeveneneenhalf jaar directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg:

Tekst 8
“Dan hebben we het oudste straatje van Nederland gesloopt. Daar ben ik trots op.” Aldus directeur Asselbergs van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
Veel minder trots is professor Röling, hoogleraar utiliteitsbouw van de Technische Universiteit Delft:

Tekst 9 = BREAKTEKST
U luistert naar Radio 1, de VPRO, het programma Argos. Vandaag over de monumentenzorg in Nederland. Er is veel kritiek op zowel gemeenten als de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Te vaak worden beschermde monumenten toch gesloopt.
Directeur Fons Asselbergs van de Rijksdienst ontkent dat zijn dienst water bij de wijn doet. In principe zijn wij tegen de sloop van monumenten, zegt Asselbergs:

Tekst 10
Directeur Asselbergs van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg hanteert een wel heel bijzondere interpretatie van de Monumentenwet. Volgens hem zou zijn dienst bij adviezen over het slopen van monumenten niet alleen cultuurhistorische waarden in ogenschouw moeten nemen maar ook bestuurlijke en maatschappelijke omstandigheden.
We pakken de wettekst erbij. Deze bijzondere interpretatie is daarin niet terug te vinden. Sterker nog in de wettekst staat expliciet: “Het is verboden een beschermd monument te beschadigen of te vernielen.”
Iets van Asselbergs interpretatie is wel terug te vinden in een antwoord dat de vorige staatssecretaris van cultuur Nuis in juni 1997 gaf op vragen uit de Eerste Kamer. Daarin zegt de staatssecretaris dat een advies van de Rijksdienst wint aan kracht en relevantie door niet geheel voorbij te gaan aan bestuurlijke en of maatschappelijke aspecten. Alleen zegt hij er zeer nadrukkelijk bij dat dat alleen opgaat voor: “incidentele gevallen”. Verder is, aldus de staatssecretaris, de taak van de Rijksdienst altijd “beperkt tot het geven van een oordeel over de monumentale waarde van het pand”.

Tekst 11
Feest in Nijmegen in maart van dit jaar. Feest, omdat de Raad van State een stokje heeft gestoken voor het nieuwbouwproject ‘Flash Gordon’ in het historische centrum van Nijmegen. Ook daarbij dreigde een rijksmonument, een oud weeshuis, te worden gesloopt. Een eerdere Argos-uitzending over die sloopplannen was de aanleiding voor de zo juist aangehaalde Kamervragen. Ook in dit Nijmeegse geval speelde het advies van de Rijksdienst een fatale rol. De dienst verklaarde in augustus 1996 weliswaar tegen de sloopplannen van de gemeente Nijmegen te zijn. Maar: “Vanwege de grote gemeentelijke belangen die op het spel staan en de onmogelijkheid het weeshuis als geheel in het Flash Gordon-plan op te nemen zal ik node in sloop berusten en daartegen geen stappen ondernemen.” De gemeente Nijmegen vatte dit advies op als een vrijbrief tot sloop. Totdat de Raad van State nog net op tijd die sloop tegenhield.
Volgens professor Wiek Röling is dit maar één van de vele voorbeelden.

Tekst 12
Directeur Asselbergs van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg:

Tekst 13
Röling onderbouwt zijn kritiek niet, vindt directeur Asselbergs van de Rijksdienst. Maar wie een overzicht wil hebben van wat er met de sloopadviezen gebeurt, krijgt bij de dienst nul op rekest. Wij hebben de afgelopen tijd veel moeite gedaan om de sloopadviezen van de afgelopen vijf jaar boven tafel te krijgen. Maar we stuitten steeds op “administratieve problemen, onze computer is nog niet aangepast.” De Rijksdienst heeft geen systematisch centraal archief en zou naar eigen zeggen bij zo’n 30 á 40 medewerkers in het land de verstrekte adviezen moeten opvragen.
Uiteindelijk krijgen we er tien van de dienst. Die zijn representatief voor de adviezen die wij geven, zegt adjunct-directeur Jan van de Voorde van de Rijksdienst er bij. We bespreken ze met directeur Asselbergs.

Tekst 14
Ook bij het tweede advies, waarbij in het midden werd gelaten of er wel of niet gesloopt kon worden, is het kwaad na ons gesprek met Asselbergs inmiddels al geschied: de boerderij in Hilvarenbeek waarom het gaat, is ook platgegooid. Volgens een woordvoerder van de gemeente Hilvarenbeek ging het weliswaar om een monument, maar “omdat de Rijksdienst met twee petten sprak”, hadden we de mogelijkheid om te slopen.

Tekst 15
Professor Röling vindt het hoog tijd dat er iets verandert in de monumentenzorg.

Tekst 16
Uiteindelijk pleit ook directeur Asselbergs van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg voor verandering:

Tekst 17
Asselbergs wil ook dat er externe controle komt op zijn dienst, ongeveer te vergelijken met de manier waarop de zogenaamde ‘visitatiecommissies’ het werk van de universiteiten controleren.

Tekst 18
We vragen een reactie aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Maar daar wil men absoluut niet reageren op de uitlatingen van directeur Asselbergs, ook al valt zijn Rijksdienst onder de verantwoordelijkheid van het ministerie. Een reactie daarop krijgen we wel van D66-Tweede Kamerlid Francisca Ravestein: