Tot vorig jaar maakten nog zeker vijf gemeenten gebruik van de zogenoemde ‘fraudescorekaart’: een algoritme dat mensen wel of niet zou bestempelen als fraudeur. Naar aanleiding van eerder onderzoek van Argos richtte de vakbond FNV in juli 2022 een meldpunt op voor mensen die meenden slachtoffer te zijn geworden van deze fraudescorekaart. Een van de mensen die zich daar meldde, is Anne Marie Appeldoorn.

Anne Marie leeft een fijn en rustig leven. Ze woont in een gezellige buurt, heeft een goede baan bij de bank en runt samen met haar man een Egyptisch restaurant. Alles verloopt voorspoedig. Tot 2006. 
 
Zoals elk jaar doet Anne Marie belastingaangifte. Aangezien zij werkzaam is bij de bank, is dit voor haar geen moeilijke opgave. Toch is deze keer anders dan de keren ervoor. Ze hoort namelijk niets over haar aangifte terug. Anne Marie belt de Belastingdienst, maar krijgt nul op het rekest. ‘Zij zeiden dat ze geen aangifte van mij hebben ontvangen.’ Voor de zekerheid schakelt zij een boekhouder en accountant in. Ze doet nog een poging, maar de situatie wordt steeds vreemder. 
 
Een inspecteur van de Belastingdienst staat bij haar op de stoep. Weer hoort zij hetzelfde: ‘Jullie hebben geen aangifte gedaan.’ Anne Marie doet alles wat ze kan, maar dat mag niet baten. De eerste aanslagen stromen binnen.

'Je denkt, wat gebeurt er eigenlijk? Je weet gewoon niet meer waar je moet beginnen.'

Inkomen te hoog ingeschat

De Belastingdienst schat het inkomen van Anne Marie vervolgens hoger in dan zij werkelijk verdient, wat betekent dat zij meer belasting over ‘haar inkomen’ moet betalen. ‘Het bedrag werd uit de duim gezogen. Je moet dus extra belasting én boetes betalen. Want ja, je hebt geen aangifte gedaan.’ 
 
Ze belt, mailt en schrijft brieven, maar de Belastingdienst houdt voet bij stuk. Tot overmaat van ramp concludeert de overheidsinstantie dat Anne Marie te veel toeslagen heeft ontvangen, op basis van haar - door hen te hoog ingeschatte - inkomen. ‘Mijn toeslagen werden teruggevorderd. Ik heb in totaal €50.000 terugbetaald voordat ik in 2013 in de schuldsanering terecht kwam.’ 
 
Wat zij toen nog niet wist, maar inmiddels officieel is erkend: Anne Marie is een van de slachtoffers van het toeslagenschandaal. 

Op staande voet ontslagen

In 2008 is Anne Marie na een scheiding van haar man opeens alleenstaand, met inmiddels twee jonge kinderen. Haar baan bij de bank heeft ze gelukkig nog. Totdat ze op een dag op het matje geroepen wordt bij haar manager en te horen kreeg: ‘Je zou schulden hebben en frauderen, dus je kunt hier niet meer werken.’ Ze kan haar oren niet geloven. Ze probeert uit te leggen dat dit een misverstand moet zijn, maar verdachten van fraude worden niet gewenst bij de bank: Anne Marie verliest haar baan.

De Belastingdienst zou de bank waar Anne Marie werkzaam was, geïnformeerd hebben over deze beschuldigingen. Maar de bank wil niet bevestigen of ze dit destijds daadwerkelijk te horen kregen van de Belastingdienst. De Belastingdienst laat aan Argos weten dat zij geen gegevens over de zogenoemde FSV-lijsten met banken gedeeld heeft. Dit zijn de verboden lijsten die de Belastingdienst bijhield met daarop mensen die zij van fraude verdachten. Anne Marie staat inderdaad op die lijsten.

Veel ongeluk

Anne Marie vindt een nieuwe baan bij een callcenter, maar tegen alle aanmaningen, terugvorderingen en te hoog ingeschatte belastingen valt niet op te werken. Dan krijgt ze ook nog een auto-ongeluk. ‘Ik kwam gewoon helemaal stil te zitten, maar je moet toch verder. Je gaat letterlijk in de overlevingsstand.’ De Belastingdienst legt beslag op haar inkomen en toeslagen. En op de voedselbank heeft ze geen recht. De schulden lopen op. 

Haar laatste redmiddel is haar recht op bijstand. Hiervoor klopt ze aan bij haar gemeente. Maar wat zij niet weet, is dat haar gemeente gebruikmaakt van de omstreden fraudescorekaart.

Nergens meer recht op

Nadat zij bij de gemeente verschillende vragen heeft beantwoord over haar woon- en leefsituatie, wordt zij verzocht met twee opsporingsambtenaren mee naar haar huis te gaan. ‘Ze wilden direct mee naar binnen en in mijn kasten kijken.’ Ze is als fraudeur bestempeld door de fraudescorekaart; ze scoort als alleenstaande jonge moeder met schulden hoog op samenlevingsfraude.  

Na anderhalf jaar vindt Anne Marie nieuw werk. Hiermee kan ze uit de bijstand komen, waar ze uiteindelijk wel recht op heeft gekregen. Tijdens de eerste maand van haar nieuwe werk, krijgt ze de bijstand uitbetaald van de maand ervoor. De sociale recherche houdt haar nog steeds in de gaten en vindt dit verdacht. Ze moet naar het politiebureau komen voor verhoor. Daar krijgt ze te horen dat ze zwart zou werken. Ze beschuldigen haar wederom van fraude: werken naast je bijstand is namelijk verboden. Maar dit deed Anne Marie niet, ze had immers nog recht op de bijstand van de maand voordat ze weer begon met werken. 

Er is nooit enig bewijs op tafel gekomen dat Anne Marie fraude heeft gepleegd: ‘Nooit, helemaal nooit.’ zegt ze. Nu, een aantal jaren later, heeft ze weer een baan bij een bank waar ze gelukkig mee is. Maar haar vertrouwen zal voor altijd geschaad blijven, zegt ze. ‘Daar ben ik toch nog weleens onzeker over. Straks verlies ik weer mijn baan, straks gebeurt er weer wat. Ik blijf toch altijd op mijn hoede.’