In juni reikte de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) een oeuvreprijs uit aan auteur Chris De Stoop, die uitgerekend zes jaar eerder teleurgesteld het reguliere journalistieke vak verliet. Zaterdag 28 augustus gaat Argos met hem in gesprek. Enkele van zijn meest opvallende werken.

Ze zijn zo lief, meneer (1992)

Het debuut van De Stoop, dat hem naar eigen zeggen het label ‘onderzoeksjournalist’ heeft opgeleverd. Undercover, als ‘seksbaas uit Antwerpen’ deed hij onderzoek naar de Bende van de Miljardair, een grote bende internationale vrouwenhandelaren waarvan het hoofdkwartier gevestigd was in de Rotterdamse seksclub Le Milliardaire. De Stoop ging van bordeel naar bordeel en legde bloot hoe er grootschalig verdiend werd aan internationale vrouwenhandel. Het boek werd wereldwijd opgepikt. Zo kwamen er parlementaire onderzoekscommissies, werden criminele netwerken aangepakt en leidde het boek tot een documentaire van de BBC: The Women Trade

Ze zijn zo lief, meneer kwam zelfs aan bod tijdens de uitvaart van koning Boudewijn, die van 1951 tot 1993 koning der Belgen was. De Stoop sprak toen namens de Filippijnse ex-prosituee Luz: ‘Men beloofde mij een goede job in Europa, maar mannen uit Belgie stopten mij in een seksclub (...) De koning vocht tegen deze sekshandel. Ik noemde hem mijn vriend.’ 

Vrede zij met u, zuster (2010)

De Stoop schreef al vroeg over jihadgangers. Daarbij lag zijn focus op de 38-jarige Muriel Degauque, een Brusselse vrouw die in Irak een zelfmoordaanslag op Amerikaanse soldaten pleegde. Hij probeerde te achterhalen wat haar bewoog om de bomauto in te stappen, onder andere door contact te leggen met vrienden van Degauque. Hoewel haar aanslag wereldwijd werd opgepikt, ging de media er niet veel dieper op in, legt hij in een interview uit. Tijdens de rechtzaak tegen haar vrienden leken journalisten er snel op uitgekeken. ‘De eerste dag was er veel pers. De tweede dag was ik de enige reporter in de zaal.’ 

De Stoop bleef het verhaal van de vrouw op de voet volgen en reisde uiteindelijk zelfs af naar Irak om de auto waarin Degauque zich had opgeblazen op te zoeken. NRC-boekenredacteur Jeroen van der Kris beschreef destijds hoe De Stoop de ‘absurde alledaagsheid’ van de moderne oorlog laat zien. ‘Bagdad is dichter bij Brussel dan je ooit had kunnen denken.’, aldus Van der Kris.
 

Dit is mijn hof (2015)

Een meer persoonlijk werk van De Stoop, waarin hij teruggaat naar de boerderij waar hij is opgegroeid nadat zijn broer uit het leven was gestapt. Hij bezoekt daar zijn moeder, die nog woont in de boerderij in de Hedwigepolder, een natuurgebied dat dreigt onder water gezet te worden voor een nieuwe haven. Het gebied representeert het oude boerenlandschap dat plaats moet maken voor nieuw aangelegde natuurgebieden. Een boek over de omgang met natuur en de rol van de boer heden ten dage. ‘Aboriginals van het Westen’ noemt de Stoop de huidige positie van de boer in zijn boek, wanneer hij reflecteert op zijn (boeren)familiewaarden. 

Het boek bracht een debat op gang over de verhouding tussen natuur en landbouw en werd een bestseller en Boek van de Maand in De Wereld Draait Door. In 2015 sprak publicist en recensent Margalith Kleijwegt bij Argos gepassioneerd over haar kijk op dit werk.
 

Ex-reporter (2016)

‘(…) ik ben echt een reporter die onderweg moet zijn, op kantoor kan ik niet gedijen en zeker niet in een hiërarchie. Dat is dan toch het onafhankelijkheidsstreven van de boer dat in mijn bloed zit.’ beschreef De Stoop in een interview in Vrij Nederland. Na dertig jaar deeltijds werkzaam te zijn geweest voor het Belgische weekblad Knack, besloot De Stoop de reguliere journalistiek achter zich te laten en alleen nog maar boeken te schrijven. Hij verkiest verhalende journalistiek en non-fictie boven de journalistiek die volgens De Stoop op dit moment de boventoon voert, die volgens hem steeds sneller en sensationeler wordt. Een stijlkeuze die door sommigen erg wordt gewaardeerd. Zo legt de jury van de oeuvreprijs van de VVOJ uit hoe De Stoop in zijn werk niet op zoek is naar ‘de scalp van een toevallige minister’, maar eerder naar ‘de mechanismen en de drijvende logica’ achter feiten.

Ex-reporter is een bloemlezing van zijn werk, waarin dertig reportages van 1986 tot 2015 die De Stoop schreef voor Knack zijn gebundeld. Het boek opent met een inleidend essay, waarin hij beschrijft waarom hij zich niet meer als ‘reporter’ identificeert. 
 

Wanneer het water breekt (2018)

Door zich te richten op één familie op een vissersboot, illustreert De Stoop hoe Vietnamese vluchtelingen het risico nemen om de oversteek te maken naar een beter bestaan. Het verhaal van tientallen reizigers op een boot geeft een inzicht in de ervaring en impact van migratie en vluchten. Zo vertelt De Stoop bijvoorbeeld het verhaal van Hung, de booteigenaar van de groep, die de oversteek wilde maken om een nieuw leven te beginnen, maar vol schuldgevoelens zijn zwangere vrouw achterliet, in de veronderstelling haar nooit meer terug te zien. 

De Stoop ging in gesprek met zoveel mogelijk inzittenden van de boot om hun familiegeschiedenis te beschrijven en te vragen naar hun nieuwe leven, aan de overkant. In zijn zoektocht probeert hij erachter te komen hoe mensen zover komen om hun eigen leven en het leven van hun kinderen te riskeren. De voornaamste redenen noemt De Stoop 'universele mensenwensen', zo legt hij uit in een interview in Trouw: de zoektocht naar een beter leven, uit liefde voor je kinderen.