Deze week staat bij Argos in het teken van De Leugen. In dit tweede deel: een gesprek met rechtspsycholoog Glynis Bogaard. Bogaard neemt uitspraken van leugenaars onder de loep. Kun je iemand ontmaskeren door enkel naar het taalgebruik te kijken?

Een nieuwe Argos-podcast: Dr. Bones

Een man doet zich voor als forensisch patholoog en arts. Hij noemt zichzelf Dr. Bones. Op zijn visitekaartje staat zijn credo: I open corpses to close cases. De man stapelt leugen op leugen en weet zo bij tal van organisaties binnen te komen. Totdat een oplettende collega ziet dat Dr. Bones geen bloeddruk kan meten. De serieleugenaar valt door de mand en wordt veroordeeld voor oplichting.

Hoe kon Peter B. jarenlang zijn omgeving voor de gek houden? In de podcastserie Dr. Bones gaan journalisten Hansje van de Beek en Michelle Salomons op zoek naar antwoorden. Onderweg rezen er nieuwe vragen over leugenachtig gedrag die de makers niet in de podcast behandelen, zoals: hoe betrap je iemand eigenlijk op een leugen? Kunnen we met de technieken van nu met 100 procent zekerheid achterhalen of iemand liegt?

In het tweede deel van dit online tweeluik over leugendetectie: een gesprek met rechtspsycholoog Glynis Bogaard.

Bogaard is universitair docent en onderzoeker bij de sectie Forensische Psychologie aan de Universiteit van Maastricht. In 2017 promoveerde ze daar met haar studie naar kansrijke en minder kansrijke methoden van verbale leugendetectie. Daarin onderzocht ze onder meer welke opvattingen politiebeambten hebben over signalen die gerelateerd zijn aan liegen.

Hoe kunnen we een leugen opsporen?

‘Mijn onderzoek richt zich op wat iemand zegt. En op hoe gedetailleerd iemand een verhaal kan vertellen. Dat verhaal kan over een delict gaan of een auto-ongeluk. Ik denk dan ook aan verzekeringskwesties: fraude, dat soort dingen. Dan kun je kijken naar verschillende soorten details in een verklaring, zoals ruimtelijke aspecten. Kan iemand goed uitleggen waar iets plaatsvond? Wie er allemaal aanwezig waren? Hoe ver je van iemand af stond toen het gebeurde? Ik kijk ook naar ook visuele details: kan iemand goed uitleggen wat een persoon droeg? Of waar hij of zij zich precies bevond? Wat voor soort gebouwen waren daar?

We weten uit onderzoek dat leugenaars over het algemeen geneigd zijn om minder details te geven en vagere verhalen te vertellen. Ook lijken de verklaringen van mensen die de waarheid spreken over het algemeen net iets langer dan die van leugenaars. Als je veel vragen stelt, vooral onverwachte vragen, kunnen waarheidssprekers daar makkelijker op antwoorden dan leugenaars. Waarheidssprekers kunnen terugvallen op hun geheugen. Leugenaars niet. Die bereiden hun verhaal meestal voor en die hebben dat dus in hun hoofd zitten.’

Kunt u een voorbeeld geven?

‘Stel dat je zegt dat je in een restaurant bent gaan eten met iemand en eigenlijk is dat niet zo. Vragen die mensen verwachten zijn dan: waar ben je geweest? Wat heb je gegeten? Dat soort dingen. Als je dan vraagt: wie kreeg het eten als eerste geserveerd? Waar was jullie tafeltje ten opzichte van de ingang? Hoe lang heeft het geduurd voor jullie je eten kregen vanaf het moment van bestellen? Dat zijn onverwachte vragen. Als je het werkelijk hebt meegemaakt, kun je daar vaak makkelijk op antwoorden. Mijn onderzoek gaat altijd over het aantal details en specifieke soorten details dat mensen geven. Ook kijk ik naar de lengte naar een verklaring.’

Hoe onderscheidt u daarin een leugenaar van een waarheidsspreker?

‘In de praktijk is dat heel moeilijk. In een wetenschappelijk experiment laten wij mensen liegen en de waarheid spreken over een bepaald onderwerp. Als we dan waarheidssprekers en leugenaars met elkaar gaan vergelijken zien we dat leugenaars over het algemeen een kortere verklaring geven.

Wij onderzoekers kijken altijd naar groepsverschillen. Maar in de praktijk heb je als politieagent vaak één verdachte voor je zitten. Je hebt één of meerdere verklaringen van dezelfde persoon en op basis daarvan wil je een uitspraak kunnen doen over of die persoon de waarheid spreekt. Dan wordt het moeilijk om iets te zeggen over hoe gedetailleerd en hoe lang die verklaring moet zijn voordat je iets kan zeggen over het waarheidsgehalte, want iedereen praat anders. De gemiddelde leugenaar bestaat niet: de ene persoon is geneigd om een lang verhaal te vertellen met heel veel details, terwijl de andere persoon misschien de waarheid spreekt maar heel kort van stof is.

In het onderzoek waar ik nu aan werk, wil ik af van die groepsverschillen. Als we nou meerdere verklaringen van dezelfde persoon met elkaar gaan vergelijken, kunnen we dan iets zeggen over de waarachtigheid op basis van afwijkingen in taal? We laten mensen een verklaring geven waarvan we zeker weten dat ‘ie waar is. Stel dat er een misdaad is gepleegd. Je weet dat het delict op woensdag is gepleegd, maar je vraagt mensen naar hun activiteiten op dinsdag. Ze hebben immers vaak geen reden om over die dag te liegen. Dus je vraagt: waar ben je dinsdag geweest? Wat heb je allemaal gedaan? Vervolgens vraag je ze naar die woensdag. De kans is groot dat de leugenaar daarvoor een vals alibi opgeeft: ‘Ik ben niet op de plek van de misdaad geweest.’ Vervolgens ga je die twee verklaringen met elkaar vergelijken.

Wat we tot nu toe zien is dat de mensen die liegen minder details geven in hun twijfelachtige ‘woensdagverklaring’ dan over de dag ervoor. Terwijl mensen die de waarheid spreken en tegen wie je zegt dat die verklaring heel belangrijk is, juist geneigd zijn meer details te geven. Let wel: de twee studies die we gedaan hebben, zijn nog niet gepubliceerd. Ik ben nog volop bezig met dit onderzoek. Maar hier lijkt wel iets in te zitten.’

U doet regelmatig onderzoek in een politiecontext. Waarom?

‘Omdat leugens tijdens strafzaken en verhoren verregaande consequenties kunnen hebben. Als iemand die een delict heeft gepleegd een vals alibi presenteert en er is niemand die dat opmerkt, zijn de gevolgen groot. Maar andersom ook: het kan verregaande consequenties hebben als een onschuldige verdachte niet geloofd wordt. Dat is de reden dat rechtspsychologen zich focussen op die politiecontext.’

De Nederlandse Politieacademie zegt zelf helemaal niet aan ‘leugendetectie’ te doen, omdat de verdachte het recht heeft om te liegen. Het is aan rechercheurs om de waarheid te reconstrueren: datgene wat de verdachte zegt in een verhoor probeert de politie op waarheid te toetsen door dit systematisch te vergelijken met andere bronnen van informatie.

‘Het is natuurlijk goed dat de politie zich baseert op waarheidsvinding en vooral probeert informatie te verifiëren. Leugendetectie moet volgens mij alleen maar gebruikt worden als je voor de rest niks anders hebt. De nauwkeurigheid is vrij laag. En als we ons baseren op intuïtie bij het detecteren van leugens zitten we op 54 procent. Dan kun je net zo goed een muntje opgooien. Vanaf het moment dat je informatie kunt toetsen, moet je dat altijd doen. Heb je niks, dan kan leugendetectie misschien het laatste redmiddel zijn.’

Kunnen we ooit met 100 procent zekerheid bepalen of iemand liegt?

‘Ik denk dat 80 of 85 procent zekerheid al heel veel is. Ik weet niet of 100 procent ooit mogelijk gaat zijn. Volgens mij zijn mensen daar veel te verschillend voor. Onderzoek laat ook zien dat we vooral verschillen in hoe goed we kunnen liegen. Er zijn mensen die wél altijd rood of nerveus worden als ze liegen. Er zijn ook mensen die heel goed zijn in liegen. Denk aan oplichters bijvoorbeeld. Ik vraag me af of we die mensen ooit gaan vatten op basis van leugendetectiemethodes.’

‘We doen al meer dan vijftig jaar onderzoek naar leugendetectie, maar we kunnen nog steeds niet zeggen: deze methode moet je gebruiken. Op dit moment heb ik het idee dat we beter kunnen zeggen wat niet werkt dan wat wél werkt. Dat is iets wat mensen niet leuk vinden; zij willen gewoon een kant en klare oplossing. Vanuit de wetenschap hebben we die nog helemaal niet.’

Eerder sprak Argos met leugenonderzoeker Sophie van der Zee. Zij gelooft sterk in de rol van techniek. Uit al haar experimenten blijkt dat technologie beter is in het herkennen van leugens dan mensen. Wat vindt u daarvan?

‘Technologie wordt gemaakt door mensen. Het is wel betrouwbaarder, omdat het alles op dezelfde manier doet. Dat is bij mensen natuurlijk niet het geval. Daarom denk ik dat we met technologie ver kunnen komen. Tegelijkertijd weten we nog niet precies hoe mensen zich gedragen als ze liegen. Althans, er bestaat wel onderzoek naar, maar dat is allemaal gebaseerd op groepsverschillen. Dat gaat allemaal over de gemiddelde leugenaar, maar die bestaat niet. Je laat de technologie daar dan op los: je laat een computer bijvoorbeeld meten of iemand wegkijkt of jou juist aankijkt. Wat jij programmeert vangt de technologie op. Dat betekent dat wat jij als parameter invoert betrouwbaar moet zijn. Anders werkt het nog steeds niet.’

U bedoelt: je kan technologie zeggen om alleen naar oogbewegingen te kijken. Dan heb je al bepaald waar de computer op moet letten.

‘Precies. Wij bepalen waar computers naar moeten kijken, dus de basis moet al goed zijn wil het werken. Sophie doet heel experimenteel onderzoek, dus ik denk dat zij ook naar enorm veel signalen kijkt. Dan moet je natuurlijk ook veel proefpersonen testen om je foutenpercentage omlaag te halen. Ik weet niet hoeveel mensen ze tot nu toe getest heeft, maar het is interessant om te kijken wat daar dan uitkomt.’

Luister alle aflevering van de podcast Dr. Bones

Regie & scenario: Hansje van de Beek en Michelle Salomons
Eindredactie: Eric Arends
Productie: Jorinde Hiddema en Sanne van der Peijl
Eindmix: Hens Zimmerman 
Dramaturgisch advies: John Appel
Muziek: Tornado Beat!
Dank aan: Harry Lensink 

Met steun van het Fonds Bijzondere Journalistiek Projecten