De waterkwaliteit in Nederland staat er belabberd voor. Slechts 1% van het oppervlaktewater voldoet aan de Europese afspraken, zien onderzoekers. Als daar niet snel verandering in komt, dreigen niet alleen boetes uit Brussel: ‘We koersen af op om een impasse vergelijkbaar met de stikstofcrisis.'

Nederland staat onderaan

De kwaliteit van het Nederlandse water is dusdanig slecht dat juridische stappen gezet kunnen worden tegen de overheid, zeggen Tom Kunzler van Natuurmonumenten, ecoloog Bas Roels van het Wereld Natuur Fonds en onderzoeker Frank van Gaalen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). ‘Nederland bungelt onderaan de Europese lijstjes. We hebben het beroerdste water van Europa. Dat komt door het intensieve gebruik van ons land. Elke vierkante meter wordt gebruikt.’

Vergelijkbaar met stikstofcrisis

De vergelijking met de stikstofcrisis ligt voor de hand. Zoals Nederland akkoorden sloot om de achteruitgang van kwetsbare natuurgebieden als gevolg van stikstofdepositie een halt toe te roepen, zette de Rijksoverheid ook haar handtekening onder Europese afspraken op gebied van waterkwaliteit. Voor 2027 moet het Nederlandse oppervlaktewater voldoen aan de zogeheten Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Door halfslachtig beleid en uitstelgedrag is die doelstelling steeds verder buiten bereik gekomen, zien de onderzoekers. Het PBL rekende plannen van vorig jaar alvast door en concludeert: daarmee gaat in 2027 slechts 10-15% van de wateren ecologisch op orde zijn.

Tom Kunzler van Natuurmonumenten: ‘Als we met de ingediende waterbeheerplannen de doelstellingen niet gaan halen zou je, net als bij de Urgenda-klimaatzaak en de stikstofcrisis, vanaf begin volgend jaar bij de rechter kunnen eisen dat de overheid meer actie moet ondernemen om de waterkwaliteit te verbeteren. Op de vraag of Natuurmonumenten zo’n rechtsgang overweegt antwoordt Kunzler: 'Die optie sluiten we nooit uit natuurlijk, al wachten we eerst af tot de plannen definitief zijn.’

De Kader Richtlijn Water is een Europese richtlijn voor de verbetering van de waterkwaliteit. Binnen die richtlijn kunnen landen zelf bepalen hoe ze hun waterkwaliteit willen verbeteren en deze in de zo natuurlijk mogelijke status terugbrengen. Het doel is dat er in 2027 zoveel mogelijk wateren zijn teruggebracht in deze toestand, zowel chemisch (welke stofjes zitten er in het water?) als ecologisch (welke dieren en planten leven er in en rondom het water?).

Een dergelijke gang naar de bestuursrechter zou opnieuw dramatische consequenties kunnen hebben, vrezen de onderzoekers. In 2019 stelde de Raad van State de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) buiten werking, nadat een halfjaar eerder het Europese Hof constateerde dat het Nederlandse stikstofbeleid niet voldeed aan de Europese Habitatrichtlijn voor kwetsbare natuurgebieden. De zware beperkingen die deze uitspraak oplegde aan de bouwsector en landbouw leidden tot de stikstofcrisis en de protesten van boeren en projectontwikkelaars.

Papieren werkelijkheid

Het Nederlandse programma op gebied van waterkwaliteit stevent af op een vergelijkbare rechtsgang, ziet het Planbureau voor de Leefomgeving. Maar dat niet alleen: boetes dreigen als de waterkwaliteit niet snel substantieel verbetert. In vergelijkbare gevallen heeft Brussel al dwangsommen opgelegd aan verschillende landen, zegt PBL-onderzoeker Van Gaalen. Zo kreeg Frankrijk in 2005 een boete van 20 miljoen voor het niet naleven van Europese visrichtlijnen.

In een poging dit soort boetes te ontlopen rekenen waterschappen zich in hun beheerplannen een weg uit de crisis, door definities aan te passen: ‘Nederland heeft zo’n 98% van haar water aangemerkt als ‘kunstmatig water’ of ‘sterk veranderd water’, daarvoor gelden lagere kwaliteitsnormen’, zegt onderzoeker Van Gaalen.

Veel 'natuurlijk' water heeft Nederland niet, en de tactiek valt ook binnen de grenzen van wat mag. Maar zo creëert Nederland wel een ‘papieren werkelijkheid’, zegt WNF ’er Bas Roels. ‘Daar bereik je niks mee. Het water is er niet bij gebaat. De regels zijn er niet voor zichzelf, maar voor de natuur. Al dat gedoe op papier is uiteindelijk onhoudbaar. Je schuift echte ingrepen alleen maar vooruit naar de toekomst.’

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geeft op vragen van Argos aan dat provincies verantwoordelijk zijn voor vaststellen van de KRW-doelen, maar dat het halen de doelstellingen een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van alle bestuurslagen en belanghebbenden. ‘Het Rijk heeft de juridische instrumenten om regionale partijen medeverantwoordelijk te stellen’, schrijft een woordvoerder. ‘Maar dat zal het alleen doen wanneer er sprake is van nalatigheid.’ 

Minder vee de oplossing?

In drukbevolkt Nederland, waar elke meter strak ingericht is, zijn er drie grote vervuilers: burgers, de industrie en de landbouw. ‘De waterkwaliteit is deels zo slecht door de grote druk die de mestuitstoot op het systeem legt’, merkt Roels op. ‘Om in de richting te komen van de doelstellingen is het nodig om landbouw te dwingen minder te vervuilen. Dat zou een krimp van de veestapel betekenen’. Tom Kunzler van Natuurmonumenten wil aan die beladen term z’n handen niet branden, maar pleit wel voor een ‘extensivering van de landbouw’. Hij werkt het liefst samen met de boeren aan een oplossing. Ook landbouworganisatie LTO ziet geen brood in een krimp. Het zou ‘de noodzaak tot verduurzaming weghalen’ en het probleem ‘naar het buitenland verplaatsen.’

In een eerdere versie van dit artikel stond vermeld dat voor Natuurmonumenten de optie van een rechtsgang naar de bestuursrechter ‘zeker op tafel ligt’. Dit is aangepast, omdat Natuurmonumenten wil afwachten tot de stroombeheerplannen definitief zijn. Dat gebeurt op 22 november, dan gaan de plannen naar de Tweede Kamer. Ook is de reactie van het ministerie aangepast. Een eerdere versie wekte de indruk dat provincies verantwoordelijk zijn voor de KRW-doelen, zonder aanvullend te vermelden dat het halen van die doelen een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de samenwerkende bestuurslagen en belanghebbenden.