De patiëntveiligheid op de intensive care van het Flevoziekenhuis in Almere is vorig jaar zo ernstig in gevaar geweest, dat de afdeling eigenlijk had moeten sluiten. Dit blijkt uit een vertrouwelijk onderzoeksrapport dat in handen is van Argos. Zelfs aan de meest basale eisen voor IC-zorg voldeed het ziekenhuis niet. Deskundigen spreken van ‘een verwaarloosde IC’ en ‘een IC uit de oude doos’. Zij dringen aan op ingrijpende maatregelen.

Mogelijk zijn door de situatie in het Flevoziekenhuis patiënten onnodig overleden. Verpleegkundigen geven tegenover Argos aan dat er van zeker één sterfgeval sprake is geweest waaraan een medisch incident is voorafgegaan. Daarnaast blijkt uit interne stukken dat een overlijdensgeval op de afdeling cardiologie indirect te maken had met de situatie op de intensive care.

Meldingen van incidenten of mogelijke calamiteiten worden ook niet altijd goed onderzocht, meldt het vertrouwelijke onderzoeksrapport Intensive care, rapportage verbetertraject – augustus 2021, geschreven door een externe organisatieadviseur die tevens als intensivist-cardioloog verbonden is aan het ErasmusMC. De IC is ondanks de risico’s opengebleven, omdat sluiting grote gevolgen zou hebben gehad voor de behandeling van covid-patiënten.

Vertrouwen opgezegd

Hoewel de situatie inmiddels enigszins is verbeterd, hebben de verpleegkundigen hun vertrouwen in de raad van bestuur opgezegd en aan de bel getrokken bij de raad van toezicht en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Volgens de verpleegkundigen zijn de omstandigheden op de IC nog uiterst fragiel en neemt het ziekenhuisbestuur niet de maatregelen die nodig zijn om de patiëntenzorg structureel te verbeteren.

Zij verwijten met name bestuursvoorzitter Anita Arts de afgelopen jaren nauwelijks naar hun noodkreten te hebben geluisterd. Twee interim-leidinggevenden die vorig jaar werden aangesteld om de boel weer op de rails te krijgen, hebben hun opdracht voortijdig teruggegeven omdat de raad van bestuur bepaalde verbeterplannen niet wilde uitvoeren. Een van de interim-leidinggevenden is de intensivist uit het ErasmusMC.

‘Ernstig onprofessioneel gedrag’

De problemen in het Flevoziekenhuis komen vooral voort uit de volledig verstoorde werkverhoudingen tussen enerzijds de verpleegkundigen en anderzijds de intensivisten. Met name in die laatste groep zouden enkele medisch specialisten zich schuldig hebben gemaakt aan ‘ernstig onprofessioneel gedrag’.

Argos voerde afgelopen weken vertrouwelijke gesprekken met 12 (oud-)verpleegkundigen, arts-assistenten en andere betrokkenen, en kreeg inzage in diverse interne stukken. Daaruit blijkt dat vier van de zes intensivisten er een volstrekt eigen werkwijze op nahielden, waarbij de zorg voor patiënten vaak uit het oog werd verloren.

Zo onderzochten de intensivisten hun patiënten niet of nauwelijks zelf aan het bed. Zij beoordeelden hen voornamelijk op basis van de gegevens in het computerdossier. Als in dat elektronische patiëntendossier informatie ontbrak, vond bijvoorbeeld een dialysebehandeling ‘zonder monitoringsdata’ plaats.

De lijst met gedocumenteerde gebreken is lang. Een zogeheten multidisciplinair overleg, een standaardvergadering over de IC-patiënt met inbreng van de verwijzend artsen (bijvoorbeeld van cardiologie of longziekten), bestond in de praktijk niet. Intensivisten hanteerden een vrijwel volledig eigen behandelbeleid, wat kon leiden tot ‘buitenproportionele wisselingen’ in de zorg. 

Als voorbeeld meldt de rapportage van de externe onderzoeker dat een ernstig zieke patiënt tijdens de dienst van de ene intensivist een zogeheten ‘abstinerend beleid’ kon ondergaan (het staken van medisch levensverlengend handelen) terwijl dat tijdens de dienst van de volgende intensivist weer werd teruggedraaid – vaak zonder onderbouwing van het besluit en ‘zonder voortschrijdend inzicht’ in de situatie van de patiënt.

Hoewel zij er niet bekwaam in zijn, werden IC-verpleegkundigen ingeschakeld voor zeer zeldzame en ingewikkelde plasmaferese-behandelingen. Plasmaferese behelst het vervangen van het bloedplasma en wordt normaal gesproken alleen uitgevoerd door gespecialiseerde teams van bijvoorbeeld Sanquin.

‘Onacceptabel’

Onervaren arts-assistenten moesten daarnaast van elkaar leren hoe zij bij de patiënt een ‘centrale lijn’ moesten aanbrengen. Zo’n riskante ingreep, waarbij een infuus via de hals of lies in een grote ader wordt geprikt, wordt meestal uitgevoerd door de intensivist, of in elk geval onder diens toezicht.

Patiënten konden er ook niet op vertrouwen dat ‘acute problemen op het gebied van respiratie’ (beademing) ‘s nachts direct zouden worden behandeld. Verscheidene intensivisten die de avond- en nachtdienst thuis draaiden op oproepbasis, lieten zich niet eenvoudig overtuigen om bij spoedgevallen naar het ziekenhuis te komen. Hierdoor waren arts-assistenten minder snel geneigd om aan de bel te trekken.

‘Een voorbeeld is dat er ’s nachts een patiënt wordt opgenomen en dat de intensivist niet in het ziekenhuis is’, vertelt een van de verpleegkundigen aan Argos. ‘En dat we vervolgens zelf een arterielijn moeten prikken, maar die krijgen we er niet in, de arts-assistent ook niet, waardoor de patiënt op een gegeven moment twintig keer wordt geprikt omdat de intensivist niet wordt gebeld.’

Hoogleraar IC-geneeskunde Jan Bakker en emeritus-hoogleraar patiëntveiligheid Jan Klein reageren geschrokken op de situatie in het Flevolandziekenhuis. ‘Onacceptabel. Ongelooflijk dat zoiets nog bestaat’, zegt Bakker, zelf intensivist en verbonden is aan het ErasmusMC, de New York University en de Columbia University in New York en de katholieke universiteit in Santiago in Chili. 

‘Als je zelfs niet voldoet aan de minimale eisen die gelden voor wat wij een IC noemen, ja, dan bén je het eigenlijk ook niet.’

‘Ik word hier heftig ongerust van’, zegt Jan Klein, ‘vanwege de risico’s die patiënten lopen en hebben gelopen, maar ook vanwege de termijn waarop deze problematiek speelt.

‘Deze intensivisten van het eerste uur hebben niet goed gefunctioneerd en zijn niet gecorrigeerd. Daarmee is die groep in feite gaan disfunctioneren. Zij zijn zich niet of onvoldoende gaan houden aan de standaarden zoals wij die kennen in de intensive care: niet of onvoldoende communiceren met de verpleegkundigen, geen dagelijkse besprekingen houden of erger zelfs: niet naar het ziekenhuis komen als daarom wordt verzocht door een arts-assistent of een verpleegkundige. Uiteindelijk staat de kwaliteit van zorg, inclusief de veiligheid dus ernstig onder druk door het functioneren van de intensivisten.’
 

‘Meldingen zeer ernstig’

Volgens Klein is de nood aan de man. ‘Overal waar mensen werken, worden fouten gemaakt en kan een organisatie als het ware ontaarden doordat een beperkt aantal professionals de zaak terroriseert. Maar in deze omstandigheid is het extra kwalijk, omdat de patiënten daarmee schade oplopen, of kunnen oplopen. Dus ik heb met grote onrust en met gekromde tenen de documenten gelezen.’ 

Klein en Bakker vinden dat de ziekenhuisleiding veel eerder naar de IC-verpleegkundigen had moeten luisteren en direct had moeten ingrijpen. ‘Met name op de intensive care zijn de verpleegkundigen de backbone van je afdeling’, zegt Bakker. ‘Die staan 23 uur en 50 minuten aan het bed. De dokter daarentegen spendeert gemiddeld zo'n 10 minuten aan dat bed. Dus als de verpleegkundigen ontevreden zijn met de geleverde zorg, en je kunt of wilt dat niet oplossen, dan heb je een onacceptabel probleem.’

Sommige IC-medewerkers wijzen erop dat bepaalde verpleegkundigen ‘wel erg pittige dames’ zijn, ‘die van mening waren dat zij de waarheid in pacht hadden’. Ook dat had volgens hen negatieve gevolgen voor de sfeer op de afdeling en was fnuikend voor de teamspirit. 

De vertrouwelijke rapportage meldt dat de kwestie al bijna tien jaar teruggaat en hardnekkig is. Hierdoor spelen in de verhoudingen tussen teamleden ‘individuele pijnpunten die een zodanig onveilig gevoel geven dat heling niet haalbaar is’.

Het aantal meldingen over onprofessionele bejegening door intensivisten is ‘buiten proportie’, zeggen zowel verpleegkundigen, arts-assistenten als de externe onderzoeker in haar rapport. Inhoudelijk zijn de meldingen ‘(zeer) ernstig’.

Veel personeel vertrokken

Toch weigert de raad van bestuur hard in te grijpen. Afgelopen jaar zouden al bijna twintig verpleegkundigen zijn opgestapt. Ook de directeur Zorg en Bedrijfsvoering heeft onlangs haar ontslag ingediend. Van de vier ‘dwarsliggende’ intensivisten is er één vertrokken. Een ander heeft een ‘leerstage’ achter de rug in het UMC Groningen; een mediation-traject moet uitwijzen of hij over een tijdje kan terugkeren naar de IC.

Vooral de kans dat deze intensivist terugkomt, alsook het feit dat twee andere intensivisten niet worden aangepakt, leidt tot frustratie onder de verpleegkundigen. Velen hebben geen vertrouwen in een goede afloop. De persoonlijke verhoudingen zijn daarvoor te zeer geschaad, zeggen zij. Ook de externe onderzoeker concludeert dit in haar rapport.

‘De patiëntenzorg is dankzij de maatregelen van de interim-leidinggevenden echt wel verbeterd’, erkent een van de verpleegkundigen. ‘Er is nu een multidisciplinair overleg en intensivisten moeten nu ook patiënten-visite aan het bed doen. Maar dat de interimmers niet het mandaat van de raad van bestuur hebben gekregen om echte veranderingen door te voeren, zegt genoeg. Anita Arts houdt als bestuursvoorzitter gewoon iedereen de hand boven het hoofd. Het is hartstikke belangrijk op een IC dat je goed met elkaar samenwerkt. Maar met die drie intensivisten gaat dat niet. Die zouden gewoon weg moeten. Dat vonden de interim-leidinggevenden ook. Maar om de een of andere reden mag dat niet van de raad van bestuur.’

RvB: 'berichtgeving onjuist'

Het bestuur van het Flevoziekenhuis bleek in de aanloop naar deze publicatie niet bereid tot een vraaggesprek over de IC-crisis, noch wil het schriftelijke vragen beantwoorden. Het ziekenhuis noemt de berichtgeving van Argos ‘onjuist en onvolledig’, zonder daarbij aan te geven welke feiten ‘onjuist’ of ‘betwistbaar’ zouden zijn. 

Een interviewafspraak met de raad van bestuur ter voorbereiding op de radio-uitzending van zaterdag werd eerder deze week afgezegd. In een nagezonden reactie stelt een woordvoerder: ‘Het Flevoziekenhuis kiest er bewust voor achteraf te reageren op de uitzending van Argos. We zijn een open en transparante organisatie en precies om die reden willen wij zorgvuldig en op basis van volledige informatie kunnen reageren op wat er in de uitzending aan de orde komt.’  

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd zegt in reactie op vragen van Argos toezicht te houden op het verbetertraject van de Almeerse IC. ‘De verbeteringen zijn nog niet afgerond en de inspectie verwacht nog de nodige stappen van het Flevoziekenhuis’, aldus een woordvoerder. Het ziekenhuis moet de komende tijd onder meer rapporteren hoe het verbeterplan op de IC wordt geborgd. ‘Veiligheid en kwaliteit van de zorg is de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. Het gaat de inspectie altijd om de verleende zorg, nu en in de toekomst. (…) Het gaat er dus niet om dát er mogelijk risico’s waren, maar hoe die konden ontstaan en wat er gedaan is om de risico’s weg te nemen. Dat toetsen wij in ons toezicht.’
 

Nieuw bestuur op IC

In een brief aan de Raad van Bestuur van begin februari, concludeert de IGJ zelf ook al dat er bezorgdheid onder het personeel bestaat over de vraag of de prille verbeteringen wel blijvend zullen zijn. ‘Dit uitte zich in onrust onder de professionals, waarvan ook signalen de inspectie bereikten.’ De IGJ maant in de brief het ziekenhuis de nieuwe IC-leiding in staat te stellen ‘resultaatgericht te handelen’.

De ziekenhuisleiding benoemde vorige maand een nieuwe externe interim-voorzitter van de IC-afdeling. Ook heeft bestuursvoorzitter Anita Arts de verantwoordelijkheid voor het IC-beleid overgedragen aan haar collega Marc Seelen. Dit gaf de verpleegkundigen enige hoop op verandering. Toch is die bij velen alweer verdwenen na de eerste kennismakingsbijeenkomst.

‘Ik had gedacht dat hij de situatie zou kunnen verbeteren’, zegt een betrokkene. ‘Wij hadden eerder een brandbrief aan de raad van toezicht geschreven, omdat we het niet meer zagen zitten met dit bestuur. Dat was een noodkreet. Maar Seelen zei tijdens de bijeenkomst: ik heb nog nooit meegemaakt dat ik een brief krijg van verpleegkundigen, en dat wil ik ook niet meer hebben, jullie moeten dit voortaan met de manager bespreken. Ik dacht: dit kan niet! Er zijn onderzoeken geweest, rapporten geschreven, er is zo veel informatie, en dat wordt nu zo van tafel geschoven.’
 
‘We kregen gewoon een tik op de vingers’, zegt een andere verpleegkundige. ‘Terwijl ik gewoon goede patiëntenzorg wil geven. Alleen heb ik daar wel dokters voor nodig die dat óók willen. Maar de afgelopen tijd hebben wij vooral een soort wildwest-geneeskunde bedreven.’