Al jarenlang lopen honderden zedenzaken ernstige vertraging op vanwege capaciteitsgebrek bij de zedenpolitie. In 2019 werd daarom structureel 15 miljoen geïnvesteerd in zedenteams om de achterstanden weg te werken. Daarvan was 7 miljoen specifiek bedoeld om 60 fte nieuwe zedenrechercheurs te werven. Uit onderzoek van Argos blijkt echter dat de inzetbaarheid bij de zedenteams sinds 2019 nauwelijks is toegenomen. Ook zijn er grote regionale verschillen in de wachttijden van zedenaangiftes.

Al jaren spelen er tekorten bij de zedenrecherche. De achterstanden die hieruit voortvloeien zorgen voor lange wachttijden. Inmiddels is één of zelfs twee jaar voor het afhandelen van een zedenaangifte geen uitzondering meer. Uit meest recente cijfers blijkt dat politie in april 2022 3.490 zedenzaken in behandeling heeft, waarvan 646 zaken al langer dan een half jaar op de plank liggen.  

Binnen de politie geldt de afspraak dat zij 80 procent van alle zedenaangiftes binnen een half jaar onderzoekt en doorstuurt naar het OM. In 2018 lukte dit doorsturen binnen een half jaar nog in 66 procent van de zedenaangiftes, in 2021 was dit percentage gedaald tot 52 procent. Kortom: ondanks de miljoeneninvesteringen vanuit de politiek, zijn de doorlooptijden van de zedenaangiftes gemiddeld gesproken niet korter maar juist langer geworden. 

15 miljoen voor opschalen zedenteams

Tweede Kamerlid van D66 Hanneke van der Werf diende april dit jaar een motie in om voor het einde van de kabinetsperiode de capaciteitsproblemen bij de zedenrecherche op te lossen. Al drie jaar geleden riep de Tweede Kamer de minister op om de zedenpolitie uit te breiden en de achterstanden weg te werken. Dit was de motie Klaver cs, die op 19 september 2019 unaniem werd aangenomen. Vanwege onderbezetting bij de zedenpolitie liepen toen al jaarlijks honderden zedenzaken ernstige vertraging op.  

De minister Grapperhaus stelde structureel 15 miljoen euro beschikbaar om de capaciteit van de zedenpolitie, forensisch onderzoek en de opleiding van zedenrechercheurs op te schalen. Daarvan was 7 miljoen specifiek bedoeld om 60 fte nieuwe zedenrechercheurs te werven. De overige 8 miljoen ging naar het werven van digitale rechercheurs, analisten, de politie-opleiding en forensisch onderzoek. Wel wees de minister erop dat het werven een uitdaging zou vormen, mede gelet op de krappe arbeidsmarkt.

Regionale verschillen

Uit de cijfers die de Argos ontving van de politie, blijken er in de doorlooptijden ook grote regionale verschillen.

Geen van de tien politieregio’s haalt de ketennorm van 80%. Amsterdam komt daar met 71% in 2021 het dichtste bij in de buurt, maar dat percentage is wel gezakt. In 2019 was dit nog 79%. Bij de meeste regio’s is het percentage gedaald. Slechts bij een regio, de eenheid Limburg, is het percentage tussen 2019 en 2021 gestegen: van 46% naar 51%. 

De grootste verslechtering was te zien in Rotterdam en Den Haag. Waar er in 2019 nog een doorlooppercentage van respectievelijk 81% en 62% werd gehaald, is dat in 2021 gedaald naar 62% en 49%. Kortom, deze eenheden stuurden 19% en 13% minder zaken binnen een half jaar door naar het OM in vergelijking met twee jaar daarvoor.    

Het slechtst ten aanzien van de doorlooptijden presteerde de eenheid Zeeland-West-Brabant. Daar lag het percentage in 2019 op slechts 40% en is het verder gedaald naar 35% in 2021. In vergelijking met het landelijk gemiddelde van 52% is dat een derde lager.

Tweede Kamerlid van D66 Hanneke van der Werf schrikt van de cijfers: ‘Ik vind het heel erg verdrietig dat als je in dat deel van het land woont, de kans blijkbaar tweederde is dat je niet goed geholpen wordt op het moment dat je met een seksueel misdrijf te maken hebt. En ik vind het ook heel erg vervelend voor de mensen die daar bij de zedenrecherche werken, bij wie het werk dus overloopt. En die eigenlijk veel te weinig collega’s hebben om hun bij deze zware baan te helpen.’   

40,5 fte extra zedenrechercheurs aangesteld

Ondanks deze extra investeringen neemt het aantal zedenzaken die de politie en het Openbaar Ministerie binnen de afgesproken tijd afhandelen niet toe, maar juist af. In mei 2022 informeert de nieuwe minister van Justitie en Veiligheid Yeşilgöz de Kamer van de voortgang van deze structurele investeringen. In deze voortgangsrapportage staat dat april 2022, inmiddels 44,5 van de 60 fte zedenrechercheurs zijn geworven. Daarvan zijn 40,5 fte dan ook al aangesteld.

Kortom: de motie Klaver cs ligt op koers uitgevoerd, is de strekking. Verder staat omschreven dat naar verwachting eind 2023 de uitbreiding van de capaciteit bij de zedenteams is afgerond. Daarmee zou ook recht worden gedaan aan de motie Van der Werf, die het kabinet opdraagt om de capaciteitsproblemen bij de zedenrecherche voor het einde van de kabinetsperiode op te lossen.

Extra recherchekracht alleen op papier

Echter dit rooskleurige beeld van de opschaling van de capaciteit is alleen een papieren werkelijkheid. Volgens de cijfers van de bezetting die Argos via een verzoek op basis van de Wet Openbaarheid Bestuur opvroeg bij de politie, blijkt dat de zedenteams in praktijk slechts minimaal zijn opgeschaald.

Sinds 2019 is de formatie van de zedenteams gestegen met 33,4 fte. Dit is de bezetting volgens de begroting op papier. Omdat deze ook openstaande vacatures bevat, geeft dit geen goed zicht op de werkelijke bezetting. De zogeheten ‘feitelijke fte’ is sinds 2019 gestegen met 25,3 fte. Maar daaronder vallen ook vrijwilligers of rechercheurs die tijdelijk zijn ingevlogen van andere afdelingen.

Zowel de formatie als de ‘feitelijke fte’ zijn dus geen goede maatstaf voor het aantal zedenrechercheurs dat extra beschikbaar is sinds de motie Klaver van 2019. De inzetbare fte is dat wel. Dat is het aantal uren dat zedenrechercheurs daadwerkelijk in te roosteren zijn, minus ziekte, opleiding en verlof. En sinds 2019 is het aantal daadwerkelijk inzetbare fte’s van zedenteams gestegen met slechts 8,5 fte. Dat is een stijging van minder dan 2 procent ten opzichte van een totale inzetbaarheid van 439,6 in 2019. Tegenover de 7 miljoen die beschikbaar was voor extra zedenrechercheurs, komt dit neer op en structurele investering van bijna een miljoen per extra inzetbare zedenrechercheur.

Uitstroom van zedenrechercheurs

Jan Struijs, vakbondsvoorzitter van de Nederlandse Politiebond, herkent het beeld van de achterblijvende capaciteitsstijging: ‘Wij krijgen al langer signalen van zedenrechercheurs hierover. Zij zien in de praktijk niet wat er is gebeurd met de gelden uit de motie Klaver. Velen van hen zeggen in ieder geval niet veel meer extra directe collega’s te hebben.’

Als verklaring voor de uitblijvende extra inzetbaarheid tegen de 40,5 fte aangestelde zedenrechercheurs, kijkt Struijs vooral naar de uitstroom van zedenrechercheurs die met pensioen gaan. ‘Wij waarschuwen als vakbond al jaren voor deze naderende uitstroom. Ons vermoeden is dat de Klavergelden vooral zijn ingezet om deze golf van pensioenen te compenseren, in plaats van de teams daadwerkelijk op te schalen.'

Inspringen op andere afdelingen

De politie, die de aanstellingscijfers voor de minister aanleverde, kon in een reactie geen antwoord geven op de vraag of zij hierbij inderdaad de uitstroom vanwege pensioenen of andere redenen hebben afgetrokken. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid ontkent dat de Klavergelden zijn ingezet om te compenseren voor zedenrechercheurs die met pensioen gaan. Wel geven zij aan dat de 40,5 fte zedenrechercheurs het aantal betreft dat bij de zedenpolitie is gekomen: in dit cijfer is geen rekening gehouden met het natuurlijk verloop.

Het ministerie geeft daarbij aan dat het gebruikelijk is dat de daadwerkelijke inzetbaarheid afwijkt van de formatie, en dat zij continue werken aan het vervullen van vacatures. De politie geeft in hun schriftelijke reactie nog een andere verklaring voor deze lage stijging van inzetbaarheid van de zedenteams. Door de algemene onderbezetting binnen de politie, kunnen zedenrechercheurs worden ingezet voor tekorten op andere afdelingen: ‘Dat heeft ook zijn weerslag op zedencollega’s die naast hun eigen werk als executief politiemens soms ook in moeten springen in andere vormen van politiewerk’.

Jan Struijs: ‘Het is pijnlijk hoe de schaarste moet worden verdeeld.’ Zedenrechercheurs kunnen namelijk wel inspringen bij andere eenheden, alleen is dat andersom niet zo makkelijk. ‘Vanwege de specifieke expertise die bij zeden komt kijken. Soms is dat inzetten van zedenrechercheurs op andere afdelingen overmacht, maar het is zeker niet de bedoeling dat dit structureel gebeurt.’

Reacties

Download hier de volledige reacties van de politie en het Ministerie van Justitie en Veiligheid. 

Reactie politie

Reactie Ministerie Justitie en Veiligheid