Drie klanten van ING Bank stappen naar het College van de Rechten van de Mens nadat de bank een onderzoek instelde naar hun transacties in verband met het voorkomen van terrorismefinanciering. De klanten stellen dat de bank hen heeft gediscrimineerd en gestigmatiseerd op grond van hun ras of nationaliteit. Mensenrechtenadvocaat Jelle Klaas: 'De ING bank onderschat totaal de impact die hun klantonderzoek heeft.’

In september 2022 maakt Jalal Et-Talabi 100 euro over van zijn eigen creditcardrekening naar zijn betaalrekening bij ING. Een administratieve handeling: eerder had hij zijn broer 100 euro voorgeschoten en nu hij het geld heeft teruggekregen, wil hij dat vastleggen in zijn boekhouding. Dat doet hij door de transactie te labelen als ‘100 euro cash Abdelhamid’ - de naam van zijn broer.

'Wie is die Abdelhamid?'
Dat het geld een week later nog steeds niet op zijn ING-rekening staat, valt hem in eerste instantie niet op. Dat ziet Jalal pas als er een brief van de ING bij hem op de mat valt waarin staat dat hij moet meewerken aan een klantonderzoek in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (WWFT).

In eerste instantie heeft Jalal geen idee waarom hij de brief krijgt. Maar dan ziet hij de naam van zijn broertje staan en de vraag van de bank om zijn volledige naam, woonplaats en geboortedatum met de bank te delen. Jalal: ‘De hoofdvraag was: wie is die Abdelhamid?’ Kan het zijn dat de bank hem alleen op basis van de voornaam van zijn broer verdenkt van terrorismefinanciering?

Kort nadat voormalig president George Bush na de aanslagen van 9 september 2001 de ‘war on terror’ aankondigde, kregen banken de verantwoordelijkheid om transacties te monitoren op mogelijke terrorismefinanciering. ‘Dat was een soort van holy grail na 9/11’, zegt hoogleraar politicologie Marieke de Goede van de Universiteit van Amsterdam. ‘De financiele wereld vroeg zich af: hoe kunnen we een terrorist aan z'n financiële transacties herkennen?’

Klantonderzoek
Banken gingen aan de slag met het opsporen van verdachte transacties, maar nog altijd is de effectiviteit van dit klantonderzoek twijfelachtig. De Goede: ‘In de afgelopen 20 jaar is er heel weinig onderzoek is gedaan naar de vraag: hoe effectief is dit? Werkt dit wel? En werkt dit wel zoals wij het zouden willen?’

Als Jalal Et-Talabi het informatieverzoek van de ING krijgt, weigert hij in eerste instantie om de gegevens van zijn broer door te geven. Hij wil weten waarom de bank vindt dat zijn transactie verdacht is. Pas nadat Jalal een formele klacht heeft ingediend bij de bank, krijgt hij reactie: ‘In de onderhavige situatie kwam de naam Abdelhamid voor op een sanctielijst.’

Zaak bij College voor de Rechten van de Mens 
‘Het is een beetje alsof je op zoek bent naar Willem Holleeder en bij elke transactie waarin de naam Willem staat, vraagt: 'is dit Willem Holleeder?'’, zegt mensenrechtenadvocaat Jelle Klaas, die nu namens Jalal en twee andere ING-klanten een zaak aanspant bij het College voor de Rechten van de Mens.

De ING dreigde bij één van hen de rekening op te heffen als ze niet meewerkte aan een onderzoek. Volgens Klaas is deze manier van screenen niet alleen bijzonder ineffectief, maar ook discriminerend, omdat de screenings met name voorkomen bij namen die Arabisch klinken en bij andere mensen met een migratieachtergrond.

Waarschuwing tegen 'structurele discriminatie'
Nationaal Coordinator tegen Discriminatie en Racisme Rabin Baldewsingh waarschuwt dat moslims ‘structureel gediscrimineerd’ worden door banken en andere financiele instellingen. Hij vreest voor een nieuw toeslagenschandaal. Hij is inmiddels in gesprek met onder meer de Nederlandse Vereniging van Banken, De Nederlandse Bank het Ministerie van Financiën in gesprek, maar zegt dat banken vaak nog steeds ‘hun eigen vooroordelen niet zien.’

Kris Marx, hoofd van het Money Laundering Reporting Officer Team van de ING, gaat niet in op individuele casussen, maar benadrukt dat de bank elke vorm van discriminatie afkeurt en dat de klantonderzoeken uiterst zorgvuldig worden gedaan. Bovendien, zegt hij, heeft de bank een wettelijke verantwoordelijkheid om navraag te doen: ‘Dat is gewoon een verplichting om alle transacties te screenen.’

De zitting voor het College van de Rechten van de Mens vindt naar verwachting in de loop van de zomer plaats.