Sinds 2018 zijn zeker 440 kinderen omgekomen bij pogingen om Europa te bereiken en daar asiel aan te vragen. Dat blijkt uit data die vandaag – op Wereldvluchtelingendag - worden vrijgegeven door UNITED Against Refugee Deaths, en die door Lost in Europe zijn geanalyseerd.

De meeste kinderen zijn omgekomen bij pogingen om vanuit Marokko, Libië en Turkije het vasteland van Europa te bereiken. Europese landen sloten de afgelopen jaren verschillende vluchtelingendeals in de hoop de komst van vluchtelingen naar Europa te controleren, zoals de ‘EU-Turkijedeal’ in 2016 en de deal tussen Italië en Libië in 2017. De suggestie werd gewekt dat door deze afspraken ook het aantal verdrinkingsdoden op de Middellandse Zee zou verminderen. Uit de vandaag vrijgegeven data blijkt wederom dat dit niet het geval is.

In totaal documenteerde United Against Refugee Deaths sinds 2018 het overlijden van 9901 mensen onderweg naar Europa. Van 440 van deze doden heeft Lost in Europe in kaart gebracht dat het kinderen zijn. Van lang niet alle omgekomen personen weten we wie ze zijn, of hoe oud ze waren.

Database van 44.764 doden

Sinds 1993 verzamelt de organisatie UNITED Against Refugee Deaths data over vluchtelingen die overlijden door ‘Fort Europa’. Elk jaar geeft UNITED een nieuwe lijst vrij met daarop samengevat waar, wanneer en onder welke omstandigheden vluchtelingen zijn overleden.

Het begon met uitgeknipte artikelen uit lokale kranten over vluchtelingen die verdronken in de Oder Neisse-rivieren tussen Duitsland en Polen. UNITED signaleerde dat ’t niet om incidenten ging, maar om een systematische tragedie. Inmiddels heeft UNITED zeker 44.764 vluchtelingendoden gedocumenteerd. De informatie wordt verzameld via eigen research, lokale experts, journalisten, onderzoekers en ook via 550 aangesloten organisaties in 48 landen.  Omdat UNITED alleen gepubliceerde casussen publiceert (uit meerdere bronnen) ligt het daadwerkelijke aantal doden vermoedelijk nog veel hoger. Ook het aantal overleden kinderen is vermoedelijk veel hoger. Wanneer in de UNITED-dataset bijvoorbeeld melding is gemaakt van ‘60 overleden mannen, vrouwen en kinderen’, maar het aantal kinderen niet werd gespecificeerd, is dit in de Lost in Europe-dataset meegerekend als ‘1 kind’. 

Op zondag 20 juni, Wereldvluchtelingendag, zet stichting MiGreat 44.000 gedenktekens voor deze overleden vluchtelingen neer op strand Scheveningen.

Ook na aankomst in Europa overlijden kinderen. Er zijn berichten over kinderen die om het leven komen door gevechten of ongelukken in vluchtelingenkampen. Ze sterven door ongelukken of verstikking in busjes en auto’s waarin ze worden gesmokkeld. Er zijn ook meldingen van kinderen die worden doodgeschoten door grensbewakers.  

Over sommige van deze kinderen heeft Lost in Europe het afgelopen jaar bericht. Abou (15) en Abdallah (17) werden als drenkelingen opgepikt uit de Middellandse Zee. Vanwege de coronacrisis liet Italië hen niet aan land, maar moesten zij nog 14 dagen wachten op een quarantaine-boot. Ze waren zichtbaar ziek, maar kregen niet op tijd medische hulp.

We vertelden ook het verhaal van Fatima, het zusje van de 14-jarige Ali uit Syrië. Ali beroofde zich op het asielzoekerscentrum in Gilze van het leven nadat hij had gehoord dat de asielaanvraag van zijn familie was afgewezen. Ze moesten terug naar Spanje, waar ze eerder onder verschrikkelijke omstandigheden op straat hadden geleefd. 

Ali is het enige omgekomen kind dat in Nederland op de kaart wordt weergegeven. Dat betekent echter niet dat dit de enige casus is waar een link is met Nederland. De Vietnamese Hieu (17) die omkwam in een koeltruck in Essex, Engeland, verbleef voor zijn dood in de beschermde opvang in Limburg. Hij probeerde bij de Nederlandse politie aangifte te doen omdat hij en zijn reisgenoot Quyen (18) onder druk stonden van een georganiseerde mensensmokkelbende. Toen Nederland hen geen bescherming bood, verdwenen ze. Hun dood staat in Engeland geregistreerd.

Daarnaast zijn er kinderen overleden die niet op de kaart staan omdat er over hun dood geen publicaties zijn verschenen. Het COA, verantwoordelijk voor het opvangen van asielzoekers, geeft aan dat er sinds 2018 negentien kinderen zijn overleden die op een asielzoekerscentrum woonden. Er wordt niet geregistreerd of het gaat om een natuurlijke dood, of om een andere doodsoorzaak.

COA registreert alleen de overlijdens van kinderen die nog op een asielzoekerscentrum wonen. Kinderen die al verhuisd zijn naar de gemeente of in een gastgezin wonen, worden niet meegeteld. Een van hen is bijvoorbeeld de 11-jarige Adonay uit Eritrea. Hij verdronk tijdens zijn eerste zwemles. Ook Robel (7) en Michael (11) uit Eritrea, en Lilian (4) uit Syrië, en een 16-jarige jongen die in Ter Apel verbleef zijn verdronken. Een 8-jarige jongen uit Eritrea kwam om bij een woningbrand.

Mogelijk zijn deze overlijdens wel geregistreerd door voogdij-organisatie Nidos. Nidos heeft echter niet op onze herhaaldelijke informatieverzoeken gereageerd.

Bewust beleid

Het aantal kinderen dat in Nederland overlijdt valt in het niet bij de aantallen kinderen die omkomen onderweg naar Griekenland, Spanje en Italië. Dit is deels het gevolg van de geografische ligging – het zijn de gehoopte aankomstlanden voor kinderen die in een bootje de zee proberen over te steken. Het is echter ook het gevolg van het Europese beleid dat Nederland heeft ondertekend.

Nederland heeft, samen met de andere EU-lidstaten, in 2015 ingestemd met de zogeheten Turkije-deal. De Nederlandse topambtenaar Maarten Verwey gaf leiding aan de uitvoering ervan.

Een lucratieve deal voor Turkije

De deal hield het volgende in: Alle vluchtelingen die vanuit Turkije op de Griekse eilanden aankwamen moesten terug naar Turkije worden gestuurd. Turkije op haar beurt nam alleen vluchtelingen terug die op de Griekse eilanden verbleven. Het gevolg was dat het vluchtelingen werd verboden om door te reizen naar het Europese vasteland. In ruil voor elke teruggestuurde vluchteling zou Europa een Syrische vluchteling uit Turkije bescherming bieden. Kortom: Turkije had er juist baat bij om vluchtelingen eerst de oversteek te laten maken naar Griekenland. Over niet-Syrische vluchtelingen zijn geen afspraken gemaakt.

Turkije heeft ook actief asielzoekers en migranten doorgelaten om Europa onder druk te zetten. In 2016 is aan Turkije 3 miljard euro beloofd, waarvan 1 miljard werd betaald uit EU-budget, en 2 miljard uit bijdragen van individuele lidstaten. Nederland betaalde 93,9 miljoen euro. In 2018 werd een nieuwe bijdrage van opnieuw 3 miljard euro toegezegd. 

Griekenland zag zich geconfronteerd met tienduizenden asielzoekers die zij op de eilanden zouden moeten opvangen. In kamp Moria waren de omstandigheden onmenselijk.

Inmiddels voorkomen de Griekse autoriteiten dat mensen aan land gaan om in Griekenland asiel aan te vragen. ‘Dit ging volgens een gestandaardiseerde werkwijze’, schrijft de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa in een open brief. ‘Personen in uniform, zonder identificatie, arresteerden migranten, inclusief mensen die internationale bescherming nodig hadden. Zij werden kort opgesloten in niet geïdentificeerde gebouwen waar hun bezittingen werden afgepakt voordat ze weer werden teruggebracht naar de grens. Onder dwang werden ze op bootjes gezet die werden teruggeduwd richting de Turkse kant van de Evros-rivier.’

Misbruikt onderweg

Honderden migranten- en vluchtelingenkinderen zijn tijdens hun reis door Europa geconfronteerd met geweld en misbruik. Kinderhulporganisatie Save the Children publiceerde afgelopen donderdag 17 juni het rapport Hidden in Plain Sight. De organisatie heeft tientallen kinderen in Italië geïnterviewd over de misdaden die zij onderweg hebben meegemaakt of gezien. Vooral over de Balkanroute (via Oost-Europa) vertellen kinderen dat ze zijn beroofd, geslagen, dat ze zich hebben moeten uitkleden, gevangen werden gezet en dat er geweld tegen hen werd gebruikt.

Frontlinie

In de tweede aflevering van Frontlinie (maandag 21 juni) reist Bram Vermeulen naar de grens van Griekenland met Turkije. Daar wordt een zes meter hoge muur gebouw om migranten en vluchtelingen tegen te houden. Langs de oevers van de grensrivier de Evros zijn nu soldaten van het Griekse leger, politie en warmtecamera's actief om de grens 24 uur per dag streng in de gaten te houden.

Deze zogenoemde pushbacks zijn volgens internationale verdragen verboden, maar vinden op grote schaal plaats. In april dit jaar werd vastgelegd hoe 53 vluchtelingen, onder wie 35 kinderen en 2 zwangere vrouwen, door mannen in zwarte uniformen met bivakmutsen op een reddingsvlot werd gezet en aan hun lot overgelaten. VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR verzamelde informatie over meer dan honderd van dit soort pushbacks op zee tussen Griekenland en Turkije in 2020, en meer dan twintig in het eerste kwartaal van dit jaar.

Libië-deal

Naast de Turkije-deal werd in 2017 ook de Libië-deal gesloten, waarbij de verantwoordelijkheid voor reddingsoperaties op de Middellandse Zee werd overgedragen aan de Libische kustwacht. Sindsdien worden migranten op zee onderschept en teruggebracht naar Libië, waar ze het risico lopen gemarteld te worden in overbevolkte detentiekampen.

Dit betekende ook dat de reddingsacties vanuit Italië drastisch werden teruggebracht.

Reddingsoperaties op zee

Eerst werden migranten op zee gezocht en gered door de Italiaanse marine via operatie Mare Nostrum. Er wordt geschat dat via operatie Mare Nostrum 130.000 migranten zijn gered. De kosten waren te hoog voor Italië om alleen te dragen. In november 2014 werd Mare Nostrum vervangen door Operatie Triton, uitgevoerd door de Europese grensbewakingsorganisatie Frontex. The New York Times berekende dat begin 2015 het aantal verdronken migranten met 1600% toenam, vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder. Bij Operatie Triton werden drie schepen ingezet en twee surveillancevliegtuigen.

Na de Libië-deal werd Operatie Triton vervangen door Operatie Thermis.

De reddingsboten zijn ingewisseld voor drones en helikopters. Dat maakt een groot verschil, omdat het VN-zeerechtenverdrag kapiteins verplicht om hulp te bieden als zij in de buurt zijn van een schip in nood, en drenkelingen naar de dichtstbijzijnde veilige haven te brengen. Libië is niet als veilig te kwalificeren, dus werden de mensen naar Italië gebracht. Tegenwoordig is de Libische kustwacht dus verantwoordelijk.

De Britse krant The Guardian onthulde in april dat Italië en Libië expres de noodsignalen van een migrantenboot negeerden, terwijl er golven van vijf meter hoog over het bootje heen sloegen. De boot van een hulporganisatie, die een paar uur later arriveerde, kwam te laat. 130 mensen zijn die dag verdronken. Tapgesprekken leggen bloot dat dit niet het enige incident is waarbij doden zijn gevallen.

Het Europese antifraudebureau OLAF heeft een onderzoek geopend naar Frontex. Het agentschap wordt ervan beschuldigd internationale verdragen te hebben geschonden door migranten aan de Europese buitengrenzen te verjagen zonder ze de kans te geven asiel aan te vragen.

Reddingswerkers die met eigen boten de zee op willen om migranten te redden, worden aan de ketting gelegd en zelfs aangeklaagd wegens mensensmokkel.

Ook in dit dossier speelt de Nederlandse politiek een opmerkelijke rol. In het Europese migratiepact is een clausule opgenomen dat reddingswerkers niet vervolgd mogen worden als ze op zee mensen redden. Een meerderheid van de Tweede Kamer (FvD, VVD, CDA & SGP) wilde die clausule schrappen.

Reactie: 'Frontex heeft veel kinderen gered'

Wij verwerpen met klem dat Frontex en onze mensen, die zo hard werken om levens te redden en de kwetsbaren te beschermen, op welke manier dan ook verantwoordelijk zijn voor een van deze tragedies’, zo laat Frontex weten in reactie op de honderden kinderen die zijn overleden. 

‘Elke onschuldige dode is een tragedie. Het is extra hartverscheurend als het over kinderen gaat. […] De mensen van Frontex werken hard om zoveel doden te voorkomen als zij kunnen. De afgelopen jaren heeft Frontex bijgedragen aan de redding van 330.000 mensen, onder wie ook veel kinderen.’

Frontex helpt ook bij het opsporen van criminele netwerken. ‘Zij brengen kinderen in gevaar door hen op onzeewaardige bootjes de zee in te duwen, vaak zonder benodigdheden of zelfs een reddingsvest. Deze mensensmokkelaars plaatsen winst boven veiligheid van de meest wanhopigen. Zij zijn degenen die bloed aan hun handen hebben. Laat ons dit essentiële feit niet negeren voordat we gaan vingerwijzen.’