Als de geheime diensten bijvoorbeeld toestemming hebben om een Chinese hacker te volgen, en die hackt jouw kabelbodem, dan willen de diensten zonder externe toestemming óók jouw kabelbodem kunnen hacken of tappen. En stel dat de Chinese hacker naar een apparaat van je collega springt, dan wil de geheime diensten kunnen meespringen. Daarbij krijgen ze dus toegang tot alle informatie die op jouw apparaat en die van je collega staat.
‘Ach, ik heb toch niets te verbergen voor de geheime diensten’, zou je kunnen denken. Maar wat als het om een apparaat van een journalist, arts of advocaat gaat? Durft een journalist bijvoorbeeld nog wel riskante onderwerpen op te pakken als de kans bestaat dat de inlichtingendiensten legaal je laptop hacken en kunnen meekijken? Wat betekent deze inperking van de bronbescherming voor hun werk?
We praten erover met cybersecurity expert, voormalig medewerker en toezichthouder op de geheime diensten Bert Hubert. En met Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten.