'Ik ben een perennial'

Mediapionier Jonna ter Veer, socialemediaredacteur

, Elja Looijestijn

De wereld verandert en de media veranderen mee. Makers gebruiken nieuwe technologieën en strategieën om hun verhalen bij het publiek te krijgen. In de negende aflevering: Jonna ter Veer (40), socialemediaredacteur.

Dit artikel verscheen in VPRO Gids #36 (9 t/m 15 september 2017) en is de negende in een serie portretten van hedendaagse mediapioniers. Lees de overige artikelen hier.

Jonna ter Veer werkt als socialemediaredacteur voor nos.nl. Ze is begonnen in de traditionele media, maar is inmiddels helemaal digitaal.

Ter Veer: ‘Mijn vak is het vertellen van verhalen, en dat kan op alle platforms zijn. Ik ben begonnen in de tijdschriftenwereld, maar toen sociale media opkwamen was ik er snel bij. Ik vind het leuk om te experimenteren met nieuwe vertelvormen en op Twitter kon dat ineens in 140 tekens.'

'Uiteindelijk zag ik meer kansen op het online vlak dan in de traditionele geschreven media. Ik heb bij Marie Claire de online tak opgezet en bij Vice een blogplatform. Het leuke aan sociale media vind ik dat je als maker in gesprek kunt gaan met je publiek.’

Wat doe je precies bij de NOS?
‘Ik ben verantwoordelijk voor het wegzetten van de producties die mijn collega’s maken op de verschillende sociale media. Ik bedenk welk platform en welke vorm het meest geschikt zijn en analyseer hoe de berichten worden ontvangen en wat er beter kan. Op Snapchat maak ik de dagelijkse nieuwsuitzendingen en ik selecteer nieuwsfoto’s voor Instagram. Ik ben ook medeverantwoordelijk voor strategie; bij nieuwe projecten denk ik mee over de manier waarop we ons verhaal willen vertellen.'

'We zijn de grootste nieuwsorganisatie van Nederland en dat brengt veel verantwoordelijkheid met zich mee. De berichtgeving moet feitelijk juist zijn en onze werkwijze transparant, maar tegelijkertijd moet het aantrekkelijk gebracht worden.’

Hoe heeft NOS op 3 zich ontwikkeld?
‘Twee jaar geleden besloot de NPO te stoppen met de dagelijkse nieuwsuitzendingen van NOS op 3 op televisie. NOS op 3 besloot daarop volledig online te gaan. Mijn functie is daar speciaal voor gecreëerd. Ons team gaf zichzelf een halfjaar de tijd om te ontdekken wat werkte en wat niet.'

'De doelgroep van NOS op 3 bestaat uit mensen tussen de twintig en dertig, dus we richten ons iets meer op hun belevingswereld. We hebben gemerkt dat kleine, menselijke verhalen heel goed werken om nieuws dichtbij te laten komen. Een van onze eerste grote successen was een video vanaf Lesbos, over een grafdelver die overleden moslimvluchtelingen een islamitische uitvaart gaf.'

'Een heel aangrijpend filmpje, maar geen traditioneel nieuwsitem. Op Facebook hadden we een bereik van maar liefst 2,4 miljoen en 40.000 reacties.’

(artikel loopt door onder de afbeelding)

Hoe gaat de redactie meestal te werk?
‘We zijn al vrij snel gestopt met delen van lollige filmpjes die je overal op internet vindt, zoals een panda in een dierentuin of iemand die uitglijdt over een bananenschil. We gaan liever uit van onze eigen vragen. In de ochtend bespreken we wat ons bezighoudt op nieuwsgebied. Wij stellen de vraag waarvan je nog niet wist dat je hem had.'

'Bijvoorbeeld: wie houdt op dodenherdenking eigenlijk die twee minuten bij? Maar ook: wat is het dark web? Als je moeilijke dingen op een begrijpelijke manier kan uitleggen, zodat mensen het doorvertellen, dan heb je een grote kracht te pakken.'

'Onze volgers geven reacties als: nu snap ik eindelijk hoe de bankencrisis in elkaar zit.’

Waar willen jullie verder in groeien?
‘We merken dat positieve, constructieve verhalen die een oplossing bieden het heel goed doen. Ik denk ook dat er een grote toekomst ligt voor journalistiek waarbij het publiek onderdeel wordt van de reis van de journalist. Dat is wat we bij #InMolenbeek hebben gedaan, vorige zomer. De wijk Molenbeek in Brussel werd na de aanslagen aldaar gezien als broeinest van radicalisme. Onze verslaggever Mustafa Marghadi is er een maand lang gaan wonen en heeft dagelijks een portret van een inwoner gemaakt. Voor dat project hebben we De Tegel gewonnen, een belangrijke journalistieke prijs.'

'We zouden ook graag meer korte videodocumentaires willen maken. De wereld is zo vluchtig, ik merk dat er een grote behoefte is aan verhalen die belangrijk genoeg zijn om te onthouden.’

Een perennial begrijpt hoe sociale media werken en kan ook omgaan met de vluchtigheid die het internet met zich meebrengt.

Jonna ter Veer

Hoe zie je de toekomst van de onlinenieuwsmedia?
‘Ik denk dat het – in het kader van fake news – steeds belangrijker wordt om je als nieuwsmedium te verantwoorden tegenover het publiek. Je moet duidelijk laten zien hoe een verhaal tot stand is gekomen. Bijvoorbeeld door naast een video ook een geschreven artikel met meer context duiding en uitleg te plaatsen.'

'Snapchat vind ik op dit moment het leukste platform, hierop kun je als maker heel creatief zijn. Wij hebben daar met @nosnieuws een trouwe groep kijkers die op dit moment nog steeds groeit. Facebook live vind ik een interessante ontwikkeling. De NOS maakt hier al veel gebruik van en het zal voor nieuwsmakers steeds belangrijker worden.'

'Ook voorzie ik een grote toekomst voor podcasts. The Daily van The New York Times is een groot voorbeeld, die podcast bespreekt dagelijks het nieuws met journalisten. Hij brengt je op de hoogte en draagt ook weer bij aan de transparantie en authenticiteit van het platform.’

Ben je zelf ook de hele dag online?
‘Ik heb abonnementen op The New York Times en de Linda. Op vakantie kan ik me gerust drie weken afsluiten van sociale media en e-mail, en op vrijdagavond kijk ik graag met mijn kinderen naar The Voice Kids. Maar verder heb ik de traditionele media bijna helemaal achter me gelaten. Ik ben niet opgegroeid met digitale media, maar mijn manier van denken en gedrag is voor een heel groot deel digitaal. Ik merk ook dat dit helemaal niet meer leeftijdgebonden is. Daar is een nieuwe term voor bedacht: perennials. Een perennial begrijpt hoe sociale media werken en kan ook omgaan met de vluchtigheid die het internet met zich meebrengt. Je leeftijd heeft daar niets mee te maken.’