Ga terug

, Niels Hoeben

Spookrijders veroorzaken vaak verkeersongevallen met zwaar letsel, vandaar dat alle alarmbellen afgaan bij verkeersleiders als er een wordt gesignaleerd.

Bezuiden Utrecht, ingeklemd tussen knooppunt Oudenrijn en het Amsterdam-Rijnkanaal, ligt een van de zes verkeerscentrales van waaruit Rijkswaterstaat ’s lands rijkswegen, tunnels en bruggen in de gaten houdt. In de controlekamer van het moderne gebouw is het opvallend rustig, terwijl er toch zeker zo’n vijftien à twintig mensen aan het werk zijn.

Verkeersleider Rob Verrips zit in een comfortabel ogende lederen stoel achter zijn bureau, waar hij, net als zijn collega’s, een tiental schermen monitort en bedient. Vandaag zit hij op Rotterdam, zegt hij, terwijl hij met zijn muis de verschillende verkeersaders rond de havenstad aanwijst. Een scherm rechts toont camerabeelden van de tunnelmond van de Drechttunnel in de A16 bij Dordrecht. Boven de weg floepen de matrixborden met ‘70’ aan. ‘Dat gaat allemaal automatisch,’ vertelt Verrips. ‘Lussen in het wegdek registreren de snelheid van het verkeer. Vertraagt dat, dan gaan de matrices vanzelf aan. Daar komt geen mens meer aan te pas.’

Vandaag rijdt het allemaal redelijk goed door, de meeste wegen zijn groengekleurd. ‘Gisteren was dat wel anders, door een gekantelde vrachtwagen, hier op de Moerdijkbrug.’ Met zijn cursor omcirkelt Verrips een weggedeelte ten zuiden van de stad. ‘Het hele scherm was rood. Dat ding lag dwars over alle rijbanen, niemand kon er meer langs. Ook alle omleidingsroutes stonden muurvast. Toen is besloten mensen op te roepen niet meer naar of via Rotterdam te rijden.’

ANWB bezig met een wegafzetting na melding van een spookrijder

hectometerpaaltjes

Verkeersleiders van Rijkswaterstaat begeleiden niet alleen verkeersstromen, ze komen ook in actie bij ongelukken en meldingen van spookrijders. Vooral in dat laatste geval gaan alle alarmbellen af, want hoewel spookrijders niet vaak voorkomen – gemiddeld minder dan tien keer keer per maand, ongeacht weertype of seizoen – leiden ze wel tot verkeersongevallen met het zwaarste letsel.

‘Automobilisten die bellen, komen vanzelf bij de meldkamer van de politie in Driebergen terecht,’ legt Verrips uit. ‘De centralist zorgt ervoor dat de regiopolitie alvast de goede kant op wordt gestuurd en maakt een melding in ons systeem. Dat zien wij hier meteen als “112-spook”.’ Hij wijst naar een scherm met verschillende grijze blokjes, waarbij elk grijs blokje voor een melder staat. ‘Je moet je realiseren dat er soms over één spookrijder wel twintig meldingen binnenkomen. Het is dan nog steeds zaak goed uit te zoeken of ze allemaal over dezelfde gaan, of dat er misschien wel een tweede geval tussen zit.’

'Het was een flits, opeens zag ik hem opdoemen. Je schrikt je helemaal suf'

Arnoud Broekhuis

Nadat de melder de politie aan de telefoon heeft gehad, verbindt de alarmcentrale de automobilist door met een verkeersleider in de verkeerscentrale. Verrips: ‘Het achterhalen van de precieze locatie van de spookrijder heeft de hoogste prioriteit. Maar probeer dat maar eens, die melders zijn vaak helemaal in paniek. Het belangrijkste is om ze hun verhaal te laten doen en begrip te tonen. Ze zijn zich rot geschrokken. Maar tegelijkertijd is “ik rijd in de buurt van Utrecht” niet genoeg voor mij om te bepalen waar de spookrijder zich bevindt. Ik vraag dan waar ze ongeveer rijden, of ze informatie op de hectometerpaaltjes kunnen doorgeven.

Tegenwoordig staan er op die paaltjes – naast de afstand en het wegnummer – ook de aanduidingen ‘‘Li” en “Re”, links en rechts, waarmee we de rijrichting kunnen bepalen. Daarnaast wil ik ook zo veel mogelijk informatie hebben om aan de 112-centrale te kunnen doorgeven zodat de politie-eenheden weten waarop ze moeten letten. Wat is het merk van de auto, de kleur, hoe ziet de persoon eruit, hoe oud schat u de bestuurder?’

tijdwinst

Spookrijders zijn grofweg in te delen in twee groepen: jonge bestuurders, vaak onder invloed van alcohol of drugs, en de oudere bestuurder, die sneller in de war raakt op onoverzichtelijke punten, bijvoorbeeld daar waar op- en afrit vlak naast elkaar liggen. Ook leert de ervaring dat het vaker misgaat op rustige momenten, als er minder verkeer is en automobilisten niet op de automatische piloot hun voorganger achterna kunnen rijden.

Ook baldadigheid of gemakzucht liggen ten grondslag aan spookrijden. Berucht is de jaarlijkse TT in Assen, wanneer motorrijders met een bijna lege tank meer dan eens besluiten om te keren op de snelweg en via de vluchtstrook terug te rijden naar een zojuist gepasseerd tankstation. Ook verbindingsbogen worden wel eens tegen het verkeer in genomen. Tijdwinst: maximaal één à twee minuten. Jaarlijks vervolgt het Openbaar Ministerie zo’n 150 spookrijders. Nieuwplegers krijgen een boete van ten minste 520 euro plus zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid.

De maatregelen die Rijkswaterstaat kan nemen zodra er een spookrijder is gesignaleerd, zijn beperkt. Verkeersleider Verrips: ‘Het afkruisen van de rijbaan waarop de spookrijder rijdt, is te ingewikkeld. Het vergt te veel handelingen en je moet zeer precies weten waar hij zich bevindt. In theorie zouden we wel een brug kunnen openen of een tunnelbuis kunnen afsluiten, maar voor zover ik weet, is dat nog nooit gebeurd, ik heb het in ieder geval nooit meegemaakt.’ Wel zijn er preventieve maatregelen die het bestuurders moeilijker moeten maken zich te vergissen. Zo is eind vorige eeuw het verkeersbord C2 – rond, rood, witte horizontale balk – vervangen door een exemplaar met een geel, fluorescerend kader en het onderbord ‘Ga terug’. Ook staan er pijlen die de juiste rijrichting aangeven op het wegdek van een op- en afrit.

reclameblok

‘Eén keer ben ik zelf een spookrijder tegengekomen. Op de ring van Milaan, in de spits.’ Arnoud Broekhuis, chef van de afdeling verkeersinformatie van de ANWB, weet het nog precies. ‘Het was een flits, opeens zag ik hem opdoemen. Je schrikt je helemaal suf. Met een ruk aan het stuur kon ik hem nog net ontwijken. Het is allemaal goed afgelopen, dat heb ik achteraf nog gecheckt.’ Broekhuis geeft leiding aan het team van filelezers van de ANWB. Het hoofdkantoor van de automobielclub in Den Haag bestaat uit verschillende gebouwen die met gangen en loopbruggen met elkaar verbonden zijn.

Via de vloer van het contactcentrum lopen we richting zijn afdeling. ‘Hier nemen 200 medewerkers telefoontjes van leden aan. En dat zijn nog niet eens mensen die met pech langs te weg staan. Die krijgen ons contactcentrum in Assen aan de telefoon. Hier beantwoorden we vragen als: welke auto ze moeten kopen, welke verzekering ze moeten nemen, naar welke garage ze het beste kunnen gaan voor reparatie.’ De drempel voor ANWB-leden om contact op te nemen, blijkt laag. ‘Sommigen bellen zelfs om te vragen tot hoe laat de Ikea open is of hoe lang die ene file waar ze in staan bij Lyon nog duurt.’

Terwijl in Utrecht de verkeersleider in contact staat met de melder, zorgt een collega dat de informatie over de spookrijder zo snel mogelijk wordt doorgegeven via het verkeersinformatiesysteem, zodat de locatie van de spookrijder zo snel mogelijk wordt verspreid. Ook de anwb is aangesloten op dat systeem, maar vanwege de urgentie van een spookrijdmelding wordt er ook altijd vanuit Utrecht met Den Haag gebeld.

‘Zodra dat telefoontje hier binnenkomt, vliegen onze filelezers hun studio in,’ weet Broekhuis. ‘Met één druk op de knop leggen ze verbinding met Hilversum en schreeuwen: “Spook!” Dat is via een speaker te horen in de regieruimte, waarna de regisseur het gesprek of de plaat direct kan laten onderbreken. Secondewerk. In principe kunnen we altijd rechtstreeks de zender op, alleen de Ster wordt vanwege technische redenen zelden onderbroken. In die gevallen zitten we meteen na afloop van het reclameblok.’

De standaardtekst bij een spookrijdersmelding

cell broadcasting

De standaardtekst die elke luisteraar hoort bij een spookrijdersmelding is al zo’n dertig jaar geleden ontwikkeld. Vroeger werden verkeersberichten gelezen door de nieuwslezer of iemand in de politiemeldkamer, waardoor er een zekere uniformiteit in het bericht moest zitten. Broekhuis: ‘Voorheen vermeldde het bericht ook de rijrichting waarin de spookrijder zich begaf. Maar dat zorgde alleen maar voor verwarring: mensen weten vaak niet waar ze rijden, wordt de rijrichting van de automobilist bedoeld of die van de spookrijder? Dat “ik herhaal” zit er trouwens om twee redenen in. Allereerst zodat de automobilist er extra alert op is, maar ook als signaal naar de dj dat de filelezer bezig is aan zijn laatste zin en dat daarna de uitzending weer kan worden vervolgd. Ik heb niet het gevoel dat presentatoren een melding als vervelend ervaren. Goed, je interview of plaat wordt onderbroken, maar wel voor iets urgents.’

Hoeveel automobilisten bereikt worden met een spookrijdersmelding, valt moeilijk te zeggen. Feit is dat de berichten van de ANWB enkel op de publieke radiozenders en BNR te horen zijn, en dan ook nog alleen tussen 5.45 en 22.30 uur. Daarbuiten wordt de verkeersinformatie verzorgd door de nieuwslezer van dienst. Broekhuis: ‘We hebben geprobeerd om commerciële stations onze waarschuwingen te laten doorgeven. Dat willen ze wel, maar onder de voorwaarde dat dit het format niet schaadt. Een plaat mag niet onderbroken worden. Tja, dat kunnen wij natuurlijk niet beloven. En stations als Sky Radio zijn moeilijker vanwege de non-stopmuziek. Er zit daar simpelweg niemand om de uitzending te onderbreken.’

Daarom pleit Broekhuis voor een systeem dat automobilisten via hun navigatieapparatuur op de hoogte stelt van een spookrijder op hun route. ‘Cell broadcasting is al heel ver ontwikkeld, kijk maar naar dat NL-Alert laatst bij de Europa Leaguefinale van Ajax. ik geloof niet dat het heel moeilijk moet zijn om die berichten gericht naar auto’s te kunnen sturen die zich in de omgeving van een spookrijder bevinden. Heel lang zou dat niet hoeven te duren, binnen een jaar moet dat gerealiseerd kunnen zijn. Als we files al kunnen doorgeven via navigatiesystemen, dan spookrijders ook. Het is de enige methode waarmee je echt álle automobilisten kunt bereiken.’ 

Rob Verrips (vooraan): ‘Soms komen er over één spookrijder wel twintig meldingen binnen. Het is zaak goed uit te zoeken of ze allemaal over dezelfde gaan.’

het verhaal achter de cover

De VPRO Gids heeft elke week een prachtige coverfoto of illustratie. Maar waar komt zo'n foto nou eigenlijk vandaan? Deze week staat op de cover van gids #26 een foto van een ware spookauto. Bekijk hieronder de making-of.

Na een paar rondjes Noord-Holland vonden ze deze locatie in Zuiderwoude.

Voor spook speelde de Alfa Romeo Berlina van Roel Siebrand.

Dit is de foto die op het omslag staat.

Maar een spook is geen spook als hij geen gaten heeft om doorheen te kijken.
Dus die knipte Beate er ter plekke in.

Tijdens het wachten op het perfecte licht maakten we met de zelfontspanner deze foto.

Vlnr: Roel Siebrand, Merlijn Doomernik, Beate Wegloop