Hoe komen journalisten van tijdschriften en kranten eigenlijk aan interviewkandidaten voor de talloze verhalen die elke dag verschijnen? Via een Facebookgroep.

Gênante wintersportanekdotes, vriendschap tussen mensen die veel van elkaar verschillen, iemand met een man cave en een vrouw die er plotseling financieel alleen voor kwam te staan. Dagelijks staan de kranten, tijdschriften en websites van Nederland weer vol persoonlijke verhalen. Waar halen journalisten al die mensen vandaan? Je buurvrouw of je schoonzus kun je maar een keer interviewen. Dus wenden veel mediamensen zich tot de groep Roept u Maar (RuM) op Facebook. Hierin verschijnen dagelijks oproepjes van journalisten die op zoek zijn naar interviewkandidaten. De groep heeft een kleine 20.000 leden. Zo goed als elke oproep, hoe algemeen of specifiek ook, krijgt reacties. Soms voelt een groepslid zich zelf aangesproken, of hij of zij tagt een bekende die bij de oproep past. ‘RuM is een ideale manier om je netwerk te vergroten,’ zegt Annemarie Moerman. Zij is freelancejournalist en richtte de groep in april 2012 op. ‘Ik zag veel collega’s oproepjes doen op hun persoonlijke Facebookpagina, maar op die manier blijft je bereik klein. Daarom ben ik de groep gestart.’

Hoeveel journalisten er precies in de groep zitten, weet Moerman niet. ‘Dat kan ik moeilijk inschatten, maar ze zijn wel in de minderheid. De rest van de groep bestaat uit allerlei andere mensen die het leuk zouden vinden om in de media te verschijnen.’

Twijfelgevallen

Met alleen het oprichten van RuM was Moerman er niet. Om te zorgen dat er alleen serieuze oproepen van journalisten in de Facebookgroep staan, moet een beheerder een bericht eerst goedkeuren voor het zichtbaar wordt. ‘Mensen willen allerlei oproepjes doen, bijvoorbeeld dat ze op zoek zijn naar concertkaartjes of een workshop aanbieden. Ook oproepen voor studieopdrachten en mensen hun eigen verhaal graag willen delen in de media, keur ik niet goed. Daar zijn weer andere plekken en groepen voor.’ Te algemene of vage oproepjes komen er ook niet in, vertelt Moerman. ‘Ik vind het vervelend om mensen te moeten afwijzen en leg vaak uit waarom ik het doe. Groepsleden moeten wel relevante dingen voorbij zien komen, anders haken ze af.’

De regels van RuM schrijven voor dat er in een oproepje moet staan voor wat voor soort medium het is, en dat het de bedoeling is dat het verhaal gepubliceerd wordt. ‘De meeste oproepjes hebben succes, anders zouden we het wel horen,’ zegt Moerman. ‘Het komt een enkele keer voor dat iemand een gesprek heeft met een journalist en daarna niets meer hoort. Dat vind ik niet netjes.’

Sinds zomer 2015 deelt Moerman het beheer van de groep met drie andere journalisten. Om de beurt nemen ze een week voor hun rekening. ‘Daarvoor kostte het me echt te veel tijd. Nu ben ik er als ik ‘dienst’ heb maximaal een uur per dag mee bezig, maar ik houd het wel de hele dag in de gaten. Vroeger was er vaker gedoe en discussies. De regels zijn nu duidelijk en we zijn ook beter geworden in afwijzen of toestaan van leden en oproepjes. We hebben een Whatsappgroep met de beheerders waarin we twijfelgevallen bespreken. We zien allerlei verzoeken voorbijkomen, maar veel tijdschriftjournalisten zoeken specifieke cases, bijvoorbeeld iemand die weduwe is geworden tijdens de zwangerschap. Zo iemand heb je meestal niet direct je in je netwerk.’

‘Vind je op de hoek van de straat een beter verhaal dan online? Ik vraag het me af.’

Annemarie Moerman

Verdwijnen

Journalisten moeten wel blijven opletten wie er op hun oproepjes reageren. ‘Er zijn groepsleden waarvan we als beheerders zeggen: die heeft echt alles meegemaakt,’ zegt Moerman. ‘Die mensen willen heel graag in de media. Ik ben daar steeds alerter op en vind dat journalisten ook kritisch moeten blijven. Ik vraag interviewkandidaten of ze ook nog in andere bladen staan. De Facebookgroep heeft geen zicht op en ook geen verantwoordelijkheid voor de manier waarop het contact verloopt na een oproepje.’

Sommige berichtjes in de groep zijn wel heel algemeen (‘Wie viert er binnenkort een bijzonder feest?’), of juist zo specifiek dat een telefoontje naar de afdeling voorlichting wellicht effectiever was geweest (Voor een kort portret in een detailhandel magazine, zoek ik iemand die in de sector dranken werkt.) ‘Soms wordt Roept u Maar “de groep voor luie journalisten” genoemd, maar dat vind ik flauw,’ zegt Moerman. ‘Ik zoek zelf ook op andere manieren naar interviewkandidaten, maar soms heb je een breder netwerk nodig. Je ziet ook vaak dezelfde deskundigen in de media verschijnen, omdat zij makkelijk te vinden zijn via Google. En vroeger interviewden journalisten ook vaak mensen uit hun eigen netwerk. Vind je op de hoek van de straat een beter verhaal dan online? Ik vraag het me af.’

Een journalist die via RuM een speld in een hooiberg vond, is radiomaker Maartje Duin. ‘Ik heb verschillende strategieën om mensen te zoeken voor mijn radiodocumentaires,’ vertelt ze. ‘Ik vertel altijd aan zo veel mogelijk mensen dat ik met een thema bezig ben. Verder ga ik veel googelen en bellen.’ Maar voor haar radiodocumentaire De verdwijners stond ze voor een bijna onmogelijke opgave: ze zocht iemand die wilde verdwijnen. ‘Ik zit al een tijd in de groep, maar vond de drempel om iets erin te zetten best hoog. Toen ik zag dat collega’s het regelmatig doen, besloot ik het te proberen.’ En warempel: paradoxaal genoeg vond ze via RuM de hoofdpersoon voor haar documentaire. ‘Iemand die de maatschappij ontvluchtte en op een berg in Turkije ging wonen. Ze zat natuurlijk niet op Facebook, maar een vriendin van haar wel, en zo ben ik met haar in contact gekomen.’

Billen

Elske Kolkman verscheen dankzij RuM een paar keer in de media, een keer zelfs met haar blote billen. ‘Ik ben meisjescoach en heb mijn eigen coachingspraktijk. Ik sloot me aan bij de groep omdat het me als deskundige interessant leek. Toen zag ik een oproepje: “groot meidenblad zoekt iemand met een bijzondere relatie met haar billen.” Nu heb ik vrij ronde billen en in mijn praktijk gaat het vaak over onzekerheid over je lichaam. Het leek me leuk om mee te werken aan een reportage met allerlei soorten billen. Maar wat ik niet had verwacht, is dat ik terechtkwam in een indrukwekkende fotoshoot bij een zwembad in het Gooi voor Linda. Meiden. Ik kreeg een zwempak dat me veel te klein leek. En toen het blad eenmaal uitkwam, bleek dat er ook allemaal BN’ers op de foto waren gegaan. Ik kreeg heel veel reacties, niet allemaal even positief. Maar uiteindelijk ben ik heel trots op de foto’s en heeft de publiciteit die het heeft opgeleverd ook weer goede gevolgen voor mijn werk gehad.’

Zonder RuM was Kolkman nooit in de glossy beland, maar later stond ze met andere verhalen ook nog in de Mijn geheim en Kek mama. ‘Ik woon in de Achterhoek, dus heb normaal gesproken niet zo veel contact met de mediawereld. Ik scroll een of twee keer per maand door de groep om te kijken of er iets interessants in staat. Soms tip ik een collega of vriendin die ik bij een oproepje vind passen. Zo vergroot je allemaal je netwerk.’

RuM wordt steeds breder ingezet, merkt beheerder Moerman. ‘In het begin deden vooral journalisten van vrouwenbladen oproepjes, tegenwoordig plaatsen ook bloggers, schrijvers bij dagbladen en bijvoorbeeld documentairemakers een bericht.’ Zo begint een groot deel van de verhalen in de landelijke media bij haar. ‘Daar had ik eigenlijk nooit bij stilgestaan, maar zo is het wel.’