Gewonemensentaal

, Elja Looijestijn

Na 29 jaar over het taalgebruik gewaakt te hebben bij de NOS is Peter Taal met pensioen. Zijn belangrijkste erfenis: minder stoffige taal in de nieuwsberichten én twee nominaties voor Woord van het jaar.

Peter Taal (64) laat zijn telefoon zien, waarop de mails aan tikfout@nos.nl nog steeds binnenkomen. Hij leest ze op de dag van ons interview voor het laatst, want vanavond wordt zijn account afgesloten: hij is net met pensioen. ‘Kijk, hier wijst een lezer ons op deze zin: “Hij raakte zijn rijbewijs kwijt, omdat hij gevaarlijk rijgedrag vertoonde.” Hij vraagt of we niet hadden moeten schrijven “omdat hij gevaarlijk reed”. Ja natuurlijk, zo iemand moet ik helemaal gelijk geven.’

In 1990 begon Taal als redacteur bij het radionieuws, later kwamen daar teletekst en de onlineberichten bij. ‘Ik werkte mee aan de wekelijkse interne nieuwsbrief met taaltips en -verbeteringen. Later werd de nossamengevoegd in een gebouw op het Mediapark en heb ik die traditie voortgezet. Bij de televisieafdeling bestond al een soort taalpolitie: de Taaliban, met onder anderen Henny Stoel. Er was een taalcommissie die advies gaf aan de redactie. We spraken bijvoorbeeld af wat we doen met vrouwelijke en mannelijke beroepstermen, zeg je regisseur of regisseuse? Het is handig om daar één lijn in te trekken. Omdat ik die taaltips verspreidde – en natuurlijk mijn achternaam meehad – kwam ik ook in die commissie en fungeerde ik als aanspreekpunt.’

Vervlotting

Het allerbelangrijkste volgens Taal is dat het taalgebruik van de nostoegankelijk is. ‘Ik ben een groot voorstander van vervlotting: gebruik gewoon alledaagse spreektaal. Dat werkt het beste. De nos is er voor iedereen, ook mensen die minder geschoold zijn moeten het begrijpen. Zorg dat de taal intermenselijk is, in plaats van officieel of deftig. Ik erger me aan wollige, stoffige ambtenarentaal.’

Nieuwe stagiairs bij de nos kregen een taalworkshop van Taal, waarbij de belangrijkste boodschap was: laat het academische taalgebruik dat je gewend bent van de universiteit los. Je wordt niet beoordeeld op hoeveel moeilijke woorden je kent. Een andere tip: begin een tekst nooit met een instituut. ‘Dan haakt de luisteraar of lezer meteen af. Open met het gedeelte van het verhaal dat de mensen raakt. Dus niet: “De Tweede Kamer heeft besloten dat…” Maar: “We gaan minder belasting betalen.”’

Nog een advies van Taal aan beginnende journalisten: ‘Lees de tekst nadat je hem hebt geschreven eens hardop aan jezelf voor. Dan merk je vanzelf of hij goed loopt. Peter Buwalda heeft zijn nieuwe roman helemaal aan zijn broer voorgelezen door de telefoon, las ik in een interview. Dat lees je eraan af. Dat geldt ook voor de teksten van Nico Dijkshoorn. Daar zit muziek in, ritme, het swingt.’

Zo’n nieuwe term is net als een scheef zittende stropdas bij een presentator: het leidt af'

Peter Taal

Plaatsvinden

Toegankelijkheid zit hem ook in woordkeus. ‘Niemand zegt toch: het ongeluk dat plaatsvindt? Een ongeluk gebeurt gewoon. Zo zijn er meer termen: echter, alsmede, ondanks dat. "Aldus" heb ik er grotendeels uit gekregen. In de kranten lees je het gelukkig ook niet zo vaak meer. Dat is zo’n typisch journalistiek jargonwoord dat niets toevoegt. Jonge journalisten denken vaak dat je woorden als "plaatsvinden" moet gebruiken, omdat dat gezag zou hebben. Juist niet!’

Aan de andere kant blijft de noseen instituut, met een voorbeeldfunctie, dus te populair taalgebruik is ook niet de bedoeling. ‘Het moet natuurlijk niet doorschieten. Zo hoorde ik een paar weken geleden in het Journaal: "De mensen in Groningen schrokken zich rot." Dat is net wat te plat voor de nos. Of een voetballer die zegt: “Dit was een kutwedstrijd.” Zo’n term moet je niet gretig in een kop boven het artikel zetten. Het moet wel fatsoenlijk blijven.’ 

De NOS heeft de richtlijn dat ze niet te veel vooroplopen als het gaat om taalvernieuwing. ‘We volgen liever ontwikkelingen in de samenleving. Eerst hadden we het bijvoorbeeld over de homobeweging, nu spreekt men van lhbt. Als een term vertrouwd begint te worden, dan gaan we mee. De hoofdredactie heeft buiten de taalcommissie om besloten dat we van een witte huidskleur zouden gaan spreken en niet meer van blank. Ik had daar liever iets langer mee gewacht, tot het echt ingeburgerd was geraakt. Ik vind dat we bij taalvernieuwing niet voor de troepen uit moeten lopen. Het probleem is dat mensen blijven hangen bij zo’n nieuwe term, en ze niet meer naar het bericht luisteren. Het is net als een scheef zittende stropdas bij een presentator: dat leidt af.’

Niemand zegt toch: het ongeluk dat plaatsvindt? Een ongeluk gebeurt gewoon.

Peter Taal

Hard gelach

Peter Taal geeft onomwonden toe dat hij zelf ook weleens een dt-fout maakt. ‘Er gaat meer fout dan eigenlijk zou moeten of mogen, maar we werken onder grote tijdsdruk en de nieuwsvloer is een hectische omgeving. Vorige week hadden we een artikel op de site waarin de term "een hard gelach" stond, zelfs als tussenkopje. Dat is natuurlijk een blunder van de eerste orde.’

Voorlopig lukt het Taal nog niet om zonder zijn oplettende blik een tekst te lezen. ‘Ik let altijd op taal, ook als ik de krant lees. Ik ben er zo lang op gespitst geweest, dat afkicken lastig is. Er valt me nog steeds veel op, zoals wanneer een zin begint met "naast" of "behalve". Dat moet je vermijden, want zo’n zin ontspoort vaak. Dat zat er zo ingeramd op de redactie. Het ontspannen lezen begint te komen, maar ik moet het wel loslaten.’

Afgezien van toegankelijkere taal en beter schrijvende NOS-redacteuren laat Taal nog meer achter: twee door hem verzonnen worden haalden de lijst Woord van het jaar. ‘Vooral voor teletekst heb je in de kop maar heel weinig ruimte, dus moet je creatief zijn. Laura Dekker was een tijdlang veel in het nieuws; een jong meisje dat de wereld rond wilde zeilen. Toen kwam ik op het woord "zeilmeisje", dat is echt ingeburgerd geraakt. Later verzon ik "Damschreeuwer". Als je dat ook elders ziet opduiken, heb je toch eer van je werk.’

advertentie