Het nieuwe denken

Ik heb niets tegen nieuwe haring, maar van nieuwe politiek moet ik niets hebben. Het begon met Fortuyn, een roomse jongen die voor zichzelf begon.

Ik heb niets tegen nieuwe haring, maar van nieuwe politiek moet ik niets hebben. Het begon met Fortuyn, een roomse jongen die voor zichzelf begon. Dat leverde in het begin nog wel aardige slapsticktelevisie op, maar het liep ten slotte uit op pure terreur, volksvertegenwoordigers van een dichtgemetselde eenmanspartij die door brievenbussen in de gang pisten en oude mensen aan het huilen maakten door ze zwijgend op tien centimeter afstand te volgen. De nieuwe politiek moet iedere dag voor opwinding zorgen, terwijl iedereen weet dat het cijferen, waar het allemaal om draait, een saai en tijdrovend werk in de achterkamer is.

In mijn eigen leven ben ik sinds kort geconfronteerd met het nieuwe denken. Ik heb een vriend die ik al een halve eeuw ken. Hij heeft een degelijk, geslaagd leven geleid, vrouw en kinderen die ook geen aanstoot geven. Maar nu praat hij al een tijdje over het nieuwe denken, en is daardoor overgestapt op het nieuwe doen. Hij heeft zijn oude vrouw verlaten en een nieuwe genomen, tientallen jaren jonger. Een wandaad.