Angst

, A.L. Snijders

Onze kinderloze buren namen na de Hongaarse opstand in 1956 twee gevluchte broers in huis.

Het waren pientere jongens die onze taal snel leerden. Ze gingen naar de middelbare school en later naar de universiteit. De oudste werd econoom, de jongste arts. Het werden succesvolle en vooral realistische mannen. Hun vreugde dat ze in het vrije Westen woonden reserveerden ze voor zichzelf. Latere stromen vluchtelingen konden niet op hun sympathie rekenen, het waren geen weekhartige humanisten.
In   was een Oostenrijk-deskundige uitgenodigd. Hij sprak accentloos Nederlands, maar had de Duitse nationaliteit. Een echte Europeaan, leek me. Hij vertelde een anekdote, het type dat me sinds 1956 niet onbekend voorkwam. Hij zat onlangs in Wenen in een taxi die bestuurd werd door een Serviër die zeer moeizaam Duits sprak. Die man vertelde dat het erg slecht ging met Oostenrijk, er waren te veel vluchtelingen, daar moesten harde maatregelen tegen genomen worden.
Toen ik hoorde dat Trump getelefoneerd had met de president van Taiwan, wachtte ik bevend op de reactie van de vasteland-Chinezen. Ik had het goed, ze waren woedend. Ik was bang dat ze raketten zouden afvuren richting New York, waar vrienden van me wonen. Dit soort angsten heb ik vaak gehad. Bijvoorbeeld toen de Amerikanen ontdekt hadden dat de Russen op weg waren naar Cuba om daar zwaar geschut te plaatsen. Het duurde even voordat de aanvallers het roer omgooiden. In de tussentijd had mijn benedenbuurman, die politicologie onderwees aan de universiteit, me gewaarschuwd – de atoomoorlog stond voor de deur. Ik kon een nacht niet slapen, maar praatte er met niemand over. Het vreemde was dat ik niet geloofde dat deze rampen werkelijk zouden gebeuren, maar toch bang was.
Toen Gorbatsjov op de Krim huisarrest kreeg en in Moskou orthodoxe communisten met hulp van legereenheden het parlement in het Witte Huis wilde bezetten, bleven de verkeersregelaars in functie. Ze regelden niet alleen het gewone autoverkeer maar ook de tanks die daartussen reden. Tanks die door rood reden werden tot de orde geroepen. Toen ik dat op de televisie zag, verdween mijn angst.