Het is niets

, A.L. Snijders

Ik ben in Amsterdam geboren, het staat in mijn paspoort. Mijn moeder lag in Zandvoort op het strand toen de weeën begonnen, het was een warme septemberdag in 1937.

Ze waren ’s morgens met de trein gekomen, mijn vader had geen auto, hij was kantoorbediende, die konden in die tijd geen auto betalen. Hij had de tegenwoordigheid van geest om een taxi te bestellen, een goede zet. Maar toch ben ik door het oog van de naald gekropen – in Halfweg kregen ze een lekke band.
Ik weet niet of de Wegenwacht toen al bestond, maar de chauffeur (die natuurlijk ook in Amsterdam was geboren) stapte uit om het wiel eigenhandig te verwisselen. Mijn vader, die erbij stond, werd kwaad toen het niet snel genoeg ging, maar de chauffeur was een felle communist en liet zich niet koeioneren door zijn klanten. Hij snauwde dat hij wel een handje bij kon steken als hij zo’n haast had. Mijn vader deed het, hoewel hij het eigenlijk min werk vond.
Als ik daar in die auto was geboren, had ik Halfweg in mijn paspoort gehad. Waarom maken mensen zich zo druk als hun kind in Amstelveen geboren dreigt te worden, wat is er bijzonder aan Amsterdam in het paspoort? Er kan een tijd komen, misschien nog deze week, dat mijn broer Amerika niet meer binnenkomt met dat vervloekte Amsterdamse paspoort, maar dat ik daar in New York gewoon kan doorlopen als ik naar het stempel Halfweg wijs.
Ik zag een documentaire over de 250.000 Iraanse Joden die in Israël wonen. Ik wist niet dat het er zoveel waren, ik bedoel, ik wist eigenlijk helemaal niet dat er Iraanse Joden bestonden. Het was een prachtige documentaire. De Perzische cultuur is aanwezig in elke vezel van zijn onderdanen, of ze nou in Iran (Perzië) wonen of in Israël. Een Perzische Jood, die op zijn twintigste naar Israël is geëmigreerd, waar hij inmiddels vijftig jaar woont, vertelt dat hij voor honderd procent Jood is en voor honderd procent Pers. De interviewer zegt dat dat niet kan, maar de man verzekert hem dat het wel degelijk mogelijk is.
Wat ook zo bijzonder is dat iedereen de dichter Omar Khayyam kent, die duizend jaar geleden leefde. Als je in Teheran of Tel Aviv aan een Pers vraagt of hij een gedicht uit de Rubaijat kent, is de kans erg groot dat hij er een laat horen.  

Gezien of niet de wereld, om het even: het is niets.
wat gij gehoord, gezegd hebt of geschreven: het is niets.
gereisd door de klimaten alle zeven: het is niets.
tot studie en bespiegelen thuis gebleven: het is niets.