Blikken bloemen

, A.L. Snijders

A.L. Snijders kijkt 's nachts televisie.

Op een festival in België sprak ik ooit een jongeman over het kerkhof van Sint-Joost-ten-Noode. Het was een vriendelijke, toegankelijke man, maar hij sprak me toch tegen. ‘Ik meen dat Sint-Joost-ten-Noode geen kerkhof heeft. Toen ik weer thuis was bij mijn eigen boeken zocht ik het gedicht ‘Suzanne’ van W.F. Hermans op. Een gedicht dat ik uit mijn hoofd zou moeten kennen, want het telt slechts zeven regels – een kort gedicht. ‘Waarom ben je niet in Brussel gestorven? / Dan had ik je begraven in Sint-Joost-ten-Noode. / De paarden zouden van de helling draven / En op mijn knieën lagen blikken bloemen, / Die men voor 16 frank per krans kan kopen. / Zij blijven jaren paars, hun takken groen en / Komen als de sneeuw smelt dadelijk boven.’

Gisteravond keek ik na middernacht naar een herhaling van Terzake. In Schaarbeek was in haar eenzaamheid een allochtone prostituee van 23 jaar met vele messteken vermoord. Deskundigen lieten hun licht schijnen over deze gebeurtenis. Onder hen was ook de burgemeester van Sint-Joost-ten-Noode. Ik vroeg me af of hij het gedicht van Hermans kende, en dan vooral de eerste regel. Ik wachtte er eigenlijk op, mijn leven zou een speciale betekenis krijgen als hij het bij wijze van hommage aan de in den vreemde gevallen vrouw uit zijn hoofd zou voordragen. Dat deed hij niet, misschien vond hij het ongepast, misschien kende hij het gedicht niet of had hij zelfs nooit van W.F. Hermans gehoord. De cultuur in de klassieke zin van het woord is immers volledig opgezogen door het mobiele scherm. Mijn buurman leert voor het eerst in zijn leven gedichten uit zijn hoofd, omdat hij gelezen heeft dat je zo alzheimer op afstand houdt. Het utiliteitsprincipe tot in de dood.

Ik schakelde door naar een man die lopend een zoutwoestijn in Noord-Afrika probeerde over te steken. Dit was onmogelijk, maar het lukte hem toch. Daarna bedwong hij een onneembare rotspartij. Ik leefde zo met hem mee en was zo bang dat hij zou sterven aan uitdroging, honger of een val van vijftig meter in een rotsspleet, dat ik m’n toevlucht moest nemen tot een flauwe truc: hij was niet alleen, buiten beeld waren cameramensen, landrovers, gekoelde tenten, de modernste verbindingsmiddelen.
’s Nachts voor de televisie, deuren op slot, gordijnen dicht. Bij ondraaglijke spanning het ventiel eruit.