steun vpro

Smerigheid

Soms ontvang ik een e-mail waarin de afzender van die e-mail mij vertelt dat ik vies of smerig ben. Meestal staat er iets in de trant van: ‘Wat ben jij een vies mannetje.’ Soms houdt de afzender het op: ‘Smerige pedo.’ Genuanceerde uitlatingen over bijvoorbeeld pedofilie maken sommige mensen ziedend.

Soms ontvang ik een e-mail waarin de afzender van die e-mail mij vertelt dat ik vies of smerig ben. Meestal staat er iets in de trant van: ‘Wat ben jij een vies mannetje.’ Soms houdt de afzender het op: ‘Smerige pedo.’ Genuanceerde uitlatingen over bijvoorbeeld pedofilie maken sommige mensen ziedend.

Daar staat tegenover dat ik nog nooit een ­e-mail heb ontvangen waarin stond: ‘Smerige Jood.’ Het meest primitieve antisemitisme is in Nederland niet meer salon-
fähig, zelfs niet in primitieve kringen, maar dat kan natuurlijk veranderen.

Het gebruik van de adjectieven ‘vies’ en ‘smerig’ heeft mij aan het denken gezet. Mensen die een ander vies en/of smerig ­noemen, suggereren dat ze zelf niet vies of smerig zijn. Ik heb namelijk nog nooit een ­e-mail mogen ontvangen waarin stond: ‘Jij bent een smerig mannetje, maar ik ben zelf ook niet altijd even fris.’ Nee, wie de ander ‘smerig’ noemt bedoelt daarmee te zeggen dat hijzelf het tegendeel vertegenwoordigt, dat wil zeggen: reinheid.

In veel mensen schuilt een diep verlangen naar reinheid en zij kunnen dat verlangen alleen gestand doen door de mensen die zij smerig vinden aan te vallen, al was het maar per e-mail. Zoals identiteit vrijwel altijd een vijandbeeld veronderstelt, zo gaat het verlangen naar reinheid gepaard met de behoefte de smerige elementen aan te wijzen, te isoleren en desnoods met harde hand rein te maken.

De grote vraag blijft: waar komt dit verlangen naar reinheid vandaan?

Zeker, lichamelijke hygiëne heeft zijn voordelen – wie wil een soa oplopen? –, maar met lichamelijke hygiëne heeft het verlangen naar reinheid weinig te maken. Anders zou ik wel mails krijgen waarin stond: ‘Smerig mannetje, jij zou eens wat vaker moeten douchen.’ Nee, ik vermoed dat het verlangen naar reinheid projectie is. De mens die naar reinheid streeft, betrapt zichzelf op gedachten of gevoelens die in zijn ogen allerminst rein zijn, hij raakt in paniek en reageert het af op de in zijn ogen onreine medemens.

We zijn misschien niet allemaal Marokkanen, maar we zijn wel allemaal smerig. Dat besef zou een stap in de goede richting zijn.

Gedeelde identiteit = gedeelde smerigheid.