steun vpro

Miskenning

, Arnon Grunberg

Een korte verhandeling over rancune en miskenning.

  1. Iedereen is miskend. Alle menswetenschappen zouden hiervan uit moeten gaan. Je kunt bijvoorbeeld president van Amerika worden en ziedend zijn dat er niet genoeg Amerikanen naar je inauguratie zijn gekomen.
     
  2. Het is verstandig de eigen miskenning te relativeren. Ik zou het zelfs een deugd willen noemen, ook tegenover vrienden en kinderen, vooral als het je eigen kinderen zijn, te zwijgen over het feit dat je miskend bent. Val collega’s niet lastig met lofzangen over jezelf. Je hoeft jezelf niet naar beneden te halen, maar als je het niet kunt laten over jezelf te praten, wees dan kritisch, echter zonder te opzichtig naar medelijden te hengelen. Zeg niet: ‘Ik ben een enorme klootzak, was ik maar dood.’ Verklaar tijdens een vergadering: ‘Ik ben een betrekkelijk onaangenaam mens.’
     
  3. Rancune is het directe gevolg van gebrek aan erkenning. Relativeer het feit dat je talenten niet genoeg gewaardeerd worden, je salaris te laag is, je partner te lelijk en je kinderen te dom. Dat neemt niet weg dat er genoeg geldige redenen bestaan om rancuneus te zijn. Onschuldig te zijn opgesloten in de gevangenis bijvoorbeeld. Een slachtoffer van oorlogsgeweld zou ook goede redenen hebben rancuneus te zijn. Heden ten dage verwarren veel mensen miskenning met slachtofferschap. Zij denken: ik ben miskend, dus ik ben een slachtoffer, dus ik mag boosaardig zijn. Neen.
     
  4. Een veel voorkomende verschijningsvorm van rancune is nijd, de ander van alles misgunnen. Erkenning, geld, een minnaar. Menselijk, al te menselijk. Ook hier geldt, onderdruk uw behoefte. Zelfs als u iemand iets misgunt, kunt u ten minste doen alsof u blij bent voor hem of haar. Zeg: ‘Wat mooi dat je eerste bent geworden in de tekenwedstrijd.’ Probeer niet al te veel kwaad te spreken achter de rug van deze en gene om. Mensen zijn niet gek, zij zien de nijd door het schijnbaar objectieve oordeel heen sijpelen. Roddelen is goed voor de gezondheid, maar roddelen is nog geen nijd. Praktiseer het genot van het leedvermaak niet vaker dan één keer per week.
     
  5. Verzamel mensen om u heen die nog miskender zijn dan u. Dit maakt het leven draaglijker.