Risico's

, Arnon Grunberg

Een korte verhandeling over risico’s.

1.        Een risico is een inschatting. Wie zegt ‘er zijn risico’s aan verbonden’, beweert dat ons in de toekomst narigheid te wachten kan staan.
        Artsen zeggen dikwijls: ‘Aan elke ingreep zijn risico’s verbonden.’ Daarmee bedoelen ze dat ze niet kunnen garanderen dat het goed gaat. Om de patiënt niet al te depressief te maken, voegen ze er doorgaans haastig aan toe: ‘Maar 95 procent van de patiënten heeft na de ingreep nergens meer last van.’

2.        Leven zonder risico’s bestaat niet.

3.        Mensen proberen de ongewisheid die aan de toekomst kleeft te bestrijden door middel van een vaste baan, een vaste relatie en een koop- of een huurwoning. Ook verzekeringen zijn pogingen de ongewisheid van de toekomst te bestrijden dan wel de effecten van die ongewisheid te verzachten.

4.        Risico’s refereren altijd aan onaangename gebeurtenissen. Alleen tegen iemand die een broertje dood heeft aan geluk kun je zeggen: ‘Het risico bestaat dat je gelukkig wordt.’

5.        Risico’s verwijzen nooit naar gebeurtenissen die je zelf in de hand hebt. Het risico bestaat niet dat u de derde woensdagavond van augustus pannenkoeken gaat bakken. U kunt dat doen of u kunt dat niet doen, van een risico is niet echt sprake. Merkwaardig genoeg spreken ook fanatieke deterministen zelden over risico’s als ze het hebben over menselijke gedragingen. De mens is, zelfs als hij gedetermineerd is, verantwoordelijk voor zijn gedrag. Alleen over criminelen en patiënten wordt gezegd: ‘Het risico bestaat dat hij toch weer gewelddadig wordt.’

6.        Onder invloed van drugs of drank nemen mensen soms risico’s die ze anders niet hadden genomen.

7.        Als je alles weet, oftewel als je in de toekomst zou kunnen kijken, zouden er geen risico’s meer bestaan. Dat vergeten mensen weleens. De uitkomsten liggen dan vast en zijn niet meer ongewis. Een leven zonder risico’s is niet alleen onmogelijk maar ook onleefbaar.

8.        Nostalgie is betrekkelijk risicoloos.

9.        Jonge kinderen hebben weinig of geen besef van risico’s. Daarom is het goed de kinderen stevig vast te houden als je met hen bij de tramhalte staat. U kunt dan tegen het kind zeggen: ‘We nemen geen risico met jou.’