Afkeer

, Arnon Grunberg

Een korte verhandeling over afkeer, walging en aantrekkingskracht.


1. Afkeer is een milde vorm van walging. Je kunt zeggen: ‘Ik heb een afkeer van mango-ijs.’ Veel mensen die een afkeer voelen van Trump zullen eerder zeggen: ‘Ik walg van Trump,’ dan dat ze over afkeer beginnen. Als het om personen gaat, voelt men weinig afkeer; men gaat van onverschilligheid over naar walging.

2. In analyses van het gedrag van kiezers wordt weinig over afkeer gesproken. Ten onrechte, politieke voorkeuren ontstaan veelal uit walging. Een beter politiek klimaat zou kunnen ontstaan als burgers bereid zijn van walging afkeer te maken.

3. Doet het ertoe of de afkeer irrationeel is of niet? Ik vermoed van niet.

4. Kun je zeggen: ‘Op rationele gronden voel ik me sterk tot je aangetrokken en ik zou graag willen dat we daar iets aan gaan doen?’ Dat kan, maar het lijkt me omslachtig. Het benadrukken van de rationele kant van aantrekkingskracht is misschien hetzelfde als verliefdheid reduceren tot een stofje in de hersenen? Het effect of neveneffect wordt verward met oorzaak. Dat er biologische en dus rationele gronden voor aantrekkingskracht bestaan, de symmetrie van het gezicht bijvoorbeeld, wil nog niet zeggen dat de aantrekkingskracht volledig rationeel is.

5. Sommige mensen voelen zich aangetrokken tot het geld van een ander. Ik weet niet eens zeker of dit rationele aantrekkingskracht is. Zeker is wel dat aantrekkingskracht net als stemgedrag ook economische aspecten heeft die rationeel lijken.

6. Mensen stemmen op een politicus, omdat ze zich tot hem aangetrokken voelen of omdat ze afkeer hebben van zijn vijanden of een combinatie van beide. Die aantrekkingskracht hoeft niet altijd erotisch te zijn, maar onderschat dat aspect niet. Zo wees Ian Buruma erop dat er vrijwel geen kale Amerikaanse presidenten hebben bestaan.

7. Als wij ons laten leiden bij het stemmen door subtiele boodschappen van de politicus die misschien weinig met politiek te maken hebben is het de vraag of een stemwijzer zinvol is. Is zo’n stemwijzer niet veeleer de quasi rationele schaamlap voor irrationele voorkeuren?

8. Het irrationele heeft ten onrechte een slechte naam, maar minder walging en iets meer afkeer zou hoe dan ook een stap voorwaarts zijn.