Een korte verhandeling over het maken.

1.
De maker maakt en aangezien mensen niet zichzelf maken maar regelmatig wel zichzelf en andere mensen kapotmaken, is het niet onrechtvaardig de mens De Grote Kapotmaker te noemen. 

2.
Een kind wordt gemaakt, laten we dat al te klinische ‘verwekken’ achterwege laten. We maken kinderen, we maken ook auto’s, computers, en brillen. Of een tekst wordt gemaakt of geschreven hangt van de tekst af. Misschien moet verschil worden gemaakt tussen typen (maken) en schrijven.   

3.
Zijn er slaven of tot slaaf gemaakte personen? Me dunkt dat iemand per definitie tot slaaf is gemaakt, al dan niet door zichzelf. 

Een gevangene is ook tot gevangene gemaakt, al zal in sommige gevallen zijn straf in onze ogen gerechtvaardigd zijn. 

De nazi’s hebben sommige mensen tot Joden gemaakt, zelf dachten ze Duitser, Belg of Fransman te zijn. Toch hoor je zelden spreken over ‘tot Jood gemaakte personen’. Ooit zullen we misschien buitenaardse wezens hebben die ‘tot mens gemaakt zijn’. Overigens ken ik personen die geloven dat de buitenaardse wezens onder ons zijn. 

4. 
Al het produceren is een vorm van maken, niet al het maken kan ‘produceren’ worden genoemd. Wie met moeite een sjaal breit (maakt) moet niet gaan rondbazuinen dat hij sjaals produceert. 

5.
Wat gemaakt is wordt doorgaans geconsumeerd. Mensen kunnen ook worden geconsumeerd, niet per se in de zin van kannibalisme.  

6.
Artsen repareren (genezen) en maken dus beter of heel. De patiënt komt bij de arts met de vraag: maak mij beter, en snel. 

De arts doet zijn best. Hij produceert gezondheid, al zou Foucault allicht opmerken dat de arts controle en ziekte produceert. 

7.
Niemand zal zeggen: ‘Ik heb weer urine gemaakt.’ Het maken (produceren) van urine onttrekt zich aan onze controle. Wij maken ons eigen afval, maar daar kunnen we vooralsnog niets aan doen.

Meer van Arnon Grunberg