Opluchting

, Arnon Grunberg

Arnon Grunberg met een korte verhandeling over opluchting.

Een korte verhandeling over opluchting.
 
1. Aan opluchting gaan verontrusting en angst vooraf. Men denkt de sleutels kwijt te zijn, maar ze liggen op het aanrecht. Men denkt dat de partner seks heeft met een ander, omdat ze urenlang onbereikbaar was, maar de batterij van haar telefoon was gewoon leeg.
Dat laatste voorbeeld moge duidelijk maken dat de opluchting bedrieglijk – gebaseerd op kleine leugentjes – kan zijn.

2. De genade is opluchting bij uitstek. De soeverein of wat daar heden ten dage voor doorgaat verleent u gratie. U moest het land worden uitgezet, maar u bent een schrijnend geval, u mag blijven. Mensenrechten creëren schrijnende gevallen en heel soms leiden die schrijnende gevallen tot opluchting. Ook dat kan schrijnend worden genoemd.

3. Langdurige opluchting bestaat niet. Zij confronteert ons bij uitstek met de vluchtigheid van het leven zelf dat we als volgt kunnen definiëren: een bedrieglijke opflakkering van opluchting tussen het ene niets en het andere. Is dat hopeloos? Welnee. Hopeloos zou het pas zijn als de opluchting eindeloos was.

4. Is de liefde een vorm van opluchting? Zij kan dat zeker zijn. God, het geld en mijn vrienden hebben mij verlaten, maar mijn partner staat nog achter mij. De hoop, mijn partner blijft achter me staan, ook als God, geld en vrienden me verlaten, werd waarheid. Een opluchting.

5. Het tegenovergestelde van de opluchting is de teleurstelling, waarmee eens te meer is vastgesteld dat wie vaak opgelucht wil zijn er goed aan doet regelmatig het ergste te vrezen.
Het huis zal vanavond afbranden. U komt thuis en het huis staat er nog. Bent u niet opgelucht? Dan doet u iets fout. Uw angst was niet werkelijk genoeg; wie naar opluchting verlangt, moet het griezelen leren.

6. Catharsis is opluchting plus educatie: u bent opgelucht omdat het grote lijden dat u heeft aanschouwd niet u betreft, u hebt door het lijden te aanschouwen onder andere geleerd dat bepaald lijden u kan overslaan, vooralsnog.

7. De dood en het orgasme kunnen een opluchting zijn. Eindelijk is die klootzak klaargekomen, nu kan ik slapen. Eindelijk is oma dood, nu kunnen we de erfenis verdelen.