Onmacht

, Arnon Grunberg

Een korte verhandeling over onmacht.

1.
Absolute macht corrumpeert absoluut, luidt het gezegde. Bestaat absolute onmacht? Is wilsonbekwaam zijn absolute onmacht? Is de pasgeboren baby absoluut onmachtig? Hij kan huilen. Hij is afhankelijk, maar afhankelijkheid is niet per definitie onmacht, integendeel. 

2.
De machtsvrije zone bestaat niet. Mensen gaan relaties met elkaar aan, wat voor soort relaties ook, en daar zijn macht en onmacht aanwezig. Vaak ongemerkt, omdat men van de ander niet meer verwacht dan wat binnen de taakomschrijving valt. De schoonmaker maakt schoon. Als zijn werkzaamheden tegenvallen kan hij worden vervangen, men zal zich het tegenvallen van de schoonmaker zelden persoonlijk aantrekken. De schoonmaker kan ook ontslag nemen. Zoals Hegel al wist: knecht en meester zijn afhankelijk van elkaar. 

3.
Als in liefdesrelaties de ander tegenvalt, kan men dat uitleggen als het verdwijnen van aantrekkingskracht, maar dikwijls zoekt men de fout bij zichzelf. Hij valt tegen omdat ík tegenval. Hij doet niet wat ik wil, omdat hij niet meer van me houdt. 

Hier begint die typische onmacht, die behoefte aan macht wordt. Men wil aan de knoppen draaien en de ander besturen om zichzelf minder machteloos te voelen. 

Soms leidt het denken over eigen onmacht tot zelfwalging. 

4. 
Naast al het andere is schrijven je verhouden tot onmacht en daar bovenuit stijgen. Het schrijven is niet zozeer de overwinning op eigen onmacht – hoewel een schrijver niet per definitie machteloos is – als wel de mythologisering van onmacht, voor zover we het over fictie hebben. De volgende vraag luidt: hoeveel kwaliteit heeft de mythe? 

5.
Niet alleen is onze macht over anderen beperkt, wij hebben ook weinig macht over onszelf. Veel van wat spiritualiteit wordt genoemd, bestaat uit pogingen meer macht over onszelf te krijgen of ons te verzoenen met onmacht. Therapie beoogt uiteraard hetzelfde.