steun vpro

Aanpassen

Ik heb eens gelezen over een man met het syndroom van Gilles de la Tourette die het niet na kon laten om iedereen die hij tegenkwam op straat, in een winkel, waar dan ook, onmiddellijk na te doen. De manier van lopen, praten, gezichtsuitdrukking.

Ik heb eens gelezen over een man met het syndroom van Gilles de la Tourette die het niet na kon laten om iedereen die hij tegenkwam op straat, in een winkel, waar dan ook, onmiddellijk na te doen. De manier van lopen, praten, gezichtsuitdrukking. Hij kon elke willekeurige vreemde feilloos imiteren en dat deed hij ook, of hij nou wilde of niet. Ik denk aan hem als ik weer eens het accent van mijn gesprekspartner overneem of zijn lach. Gelukkig ben ik er niet zo goed in als hij, want dan zou ik er problemen mee krijgen. Als ik dans denk ik ook aan hem. Al jaren dansen er een aantal mensen in me: Pepijn, Imara, Jeroen en Madonna in haar eerste videoclip. Sommige mensen blijven langer dan anderen. Als ik teleurgesteld ben, trek ik het verongelijkte gezicht van Marian, terwijl ik liever helemaal niet meer aan dat gezicht denk en ik het nog lelijk vind ook om zo je teleurstelling te uiten (opgetrokken neus en mond en gefronste wenkbrauwen, een gezicht dat zich zo klein en lelijk mogelijk probeert te maken). Als ik mijn nichtjes heb gezien, zitten ze ook in me. De manier waarop ze tegen een bank hangen of verveeld door een kamer kunnen sloffen.
Ineens voel ik het en dan roep ik: ‘Hé, nu ben ik Jolijn!’
Als ik jeuk heb in mijn oor, trek ik er wild aan zoals mijn eerste vriendje dat deed en ik rek mij ’s ochtends uit zoals mijn vader dat ’s avonds altijd deed, voor hij de hond ging uitlaten. Hij maakte zich lang, geeuwde en slaakte een soort gil. De hond wist dan dat hij naar buiten mocht, dus sprong hij op mijn vaders buik, die dan weer ineenkromp. Dus als ik mij nu ’s ochtends uitrek, maak ik mij lang, geeuw, gil en krimp dan ineen alsof er een hond op me springt. Mijn dochter kan het ook al.
Ik weet dat we ons aanpassen, dat we gaan lijken op onze vrienden, onze geliefden, familie, maar ik vind het niet altijd fijn hoe gemakkelijk een ander bezit van me kan nemen.
Ik was laatst met een journaliste op stap die mank liep en dezelfde avond zag ik mijzelf met slepend been door de gang van mijn huis strompelen. Ik merkte het pas na een tijdje op en ik voelde me moe. Ik werd niet moe van de imitatie, die ons allemaal in meer of mindere mate treft, maar van het bewustzijn ervan. Alsof ik me al die mensen die ooit in mij zaten stuk voor stuk herinnerde, ze allemaal weer voelde en er ineens één te veel binnenkwam.