Mieren

Ik keek naar een dvd van 'Buffy The Vampire Slayer'. Vier afleveringen achter elkaar. Uur na uur zag ik mensen in vampiers transformeren en weer terug.

Ik keek naar een dvd van Buffy The Vampire Slayer. Vier afleveringen achter elkaar. Uur na uur zag ik mensen in vampiers transformeren en weer terug. Buffy stak ze dood met een stok. Ik zag iemand zijn ziel verliezen en hervinden. Ik zag een groot naakt monster dat mensen verlamde en hun huid opat.
Ik ging een boterham pakken in de keuken. In het keukenkastje liepen mieren. Ik drukte ze dood met een natte vaatdoek. Ik deed het kastje dicht en opende een ander kastje. Daar liepen ook mieren. Die maakte ik ook dood. Ik opende het eerdere keukenkastje nog eens. Opnieuw waren daar mieren. Elke mier die ik zag, maakte ik dood. Ik wist dat ik het niet in de hand had.
Ik ging met een boterham verder televisie kijken. Toen de boterham op was pakte ik mijn mandoline erbij. Ik speelde een liedje, terwijl ik zag hoe een enorme slang met puntige tanden kleine hondjes opat. De mensen renden gillend weg.
Ik probeerde voor het eerst mijn pink te gebruiken bij de akkoorden. Ik moest kijken waar ik ’m neerzette. Er liep een klein spinnetje uit de kast van mijn mandoline. Ik herinnerde me inderdaad dat ik hem er naar binnen had zien lopen en dat ik nog paniekerig: ‘Nee,’ had geroepen, alsof hij een menselijk lichaam binnenglipte. Ik dacht aan die scène uit The Blue Lagoon waarin er een beest uit de mond van een dode zeeman kruipt.
Er gaat van alles zijn gang. Ik kijk ernaar. Ik voel het. Er trilt ook iets bij mijn oog. Al weken. Ik doe niets en toch beweegt er iets aan mijn lichaam. Als ik het trillen aan mijn oog voel, stop ik met al het andere bewegen en dan voel ik alleen maar dat. Heel rustig word ik er van.
Elke dag maak ik mieren dood en ik denk aan de boeddhisten en dat het echt mooi is, dat zij dat niet doen. De mieren lopen ook in de badkamer. Hele kleine zwarte. Ik wijs ze aan als mijn dochter thuis is.
‘Kijk, een mier.’ Als zij er een ontdekt roept ze heel blij: ‘Mama, een mier!’ zoals je dat bij lieveheersbeestjes doet.
Ik raak aan de mieren gewend. Zoals Buffy eindeloos vampiers afslacht en weet dat er nooit een einde aan zal komen.
Er is veel dat ik niet in de hand heb. Trillende spieren, ongedierte, vampiers, lust, liefde. Ik voel me steeds meer een toeschouwer van mijn eigen leven.
De mieren laat ik steeds vaker lopen. Eerst was ik nog een beetje bang voor wat ik aan zou treffen als ik een keukenkastje opendeed. Nu alleen nog maar benieuwd.