Fietsen

Heel soms doe ik niet mee met de fietsers van Amsterdam. Dan zit ik wel op een fiets, maar dan ben ik niet als zij, dan ben ik kalm en stop voor een zebrapad en zie hoe ze doorfietsen en voetgangers net niet aanrijden, of soms wel en hoe ze de bejaarde vrouw maar laten wachten aan de rand van de straat.

Heel soms doe ik niet mee met de fietsers van Amsterdam. Dan zit ik wel op een fiets, maar dan ben ik niet als zij, dan ben ik kalm en stop voor een zebrapad en zie hoe ze doorfietsen en voetgangers net niet aanrijden, of soms wel en hoe ze de bejaarde vrouw maar laten wachten aan de rand van de straat.
Ik steek gracieus mijn hand uit, maak een gebaar van: ‘Gaat u maar,’ maar ik word ingehaald door andere fietsers en als de bejaarde vrouw inderdaad op mijn verzoek zou oversteken zou ze prompt omver worden gefietst. Dus wachten we allebei maar. Ik had net zo goed door kunnen fietsen.
‘Ga maar,’ zegt de vrouw dan chagrijnig, een kleine agressieve zwaai met de hand makend.
Ik zeg: ‘Nee, u eerst,’ maar weer word ik ingehaald door een fietser. Nu kijkt de oude vrouw alleen nog maar kwaad naar mij. Soms denk ik dat ik het er maar verwarrender op maak als ik kalm ben.
Maar meestal ben ik helemaal niet kalm. Ik heb onlangs nog over iemands voeten gefietst. Ik kan geen verzachtende omstandigheden aanvoeren. Zebrapad, rood licht, noem maar op. Het was duidelijk wie er voorrang had. Maar ik dacht dat het nog wel kon. Ik dacht ook: Lukt wel, ze zien me toch, ze zien toch hoe snel ik ga en dat het zonde zou zijn om nu te remmen. Maar het was net alsof die voetganger het ook heel gewoon vond om over te steken terwijl hij mij toch zag! Ik verbaasde me over zijn brutaliteit.
Het is niet eens zo dat ik dan haast heb. Ook wanneer ik te vroeg van huis vertrek, ga ik door rood. Er gebeurt iets met me als ik in Amsterdam fiets waardoor ik voorrang heb en ik ben niet de enige. Ik geloof dat we erg veel over de mens kunnen leren enkel door de fietsers in Amsterdam te bestuderen.
Pas toen ik over de voeten van die jongen fietste, de oneffenheid onder mijn wielen voelde, riep ik: ‘O sorry!’ als had ik de jongen niet gezien. Mijn excuus werd niet geaccepteerd. De jongen liep woest door. Het excuus was ook belachelijk. Preposterous zeggen de Engelsen. Dat is een goed woord, dat kun je niet rustig uitspreken. Dat woord gaat altijd vergezeld door de juiste verongelijkte klank. Mijn excuus was preposterous. Het is iemand welbewust in het gezicht meppen en daarna sorry zeggen alsof het je zelf ook maar overkwam.