Gewaar

Tijdens de meditatie concentreer ik me op mijn ademhaling. De adem gaat naar buiten en ik ga er achteraan. Ik probeer in de gaten te houden waar die heen gaat.

Tijdens de meditatie concentreer ik me op mijn ademhaling. De adem gaat naar buiten en ik ga er achteraan. Ik probeer in de gaten te houden waar die heen gaat. Overal is mijn adem en daar ben ik ook. Het is als een boek schrijven en dan volgen waar dat boek naartoe gaat, in welke hoofden het zich nestelt, hoe het daar verandert en er dan nog minder van weten. Het is uit het raam kijken om te zien hoe je je voelt, het raam sluiten en verbaasd zijn dat je niets wijzer bent geworden. Dit denk ik allemaal als ik mijn uitademing achternazit, tot ik ’m kwijt ben en opnieuw moet inademen, adem die ik ook weer zal verliezen. Tot waar is mijn adem nog van mij?
Ik ben blij als ik me weer herinner dat ik me alleen hoef te richten op het puntje van mijn neus, waar ik de adem naar binnen voel gaan en weer naar buiten. O ja, haha, is dat alles? Makkie. Dat voelt als vakantie. Zo zit ik midden in mijn huis met mijn ogen dicht, het is een klerebende om me heen, maar ik hoef niets, want ik mediteer, dat wat maar zo weinig mensen kunnen opbrengen, maar ik wel! Ik herlees mijn meditatiehandboek en als alle keren ervoor schrik ik als ik deze zin tegenkom: ‘Ben je echt geïnteresseerd in de realiteit?’ Ik mediteer immers om mij gewaar te zijn. Toch? Nee, ik mediteer om de bende om me heen te vergeten. Aha.
Ik ruim op en mediteer niet.
Ik ruim vaak op. Ik maak dus ook vaak rotzooi, maar ik heb nauwelijks door hoe ik die rotzooi maak, de rotzooi overvalt me steeds weer.
Soms ruim ik op met muziek. Eén kamer moet binnen één nummer schoon. Het zijn wedstrijden.
Nu ruim ik op zonder muziek. Langzaam.
Gewaar.
Leuke spullen.
Ik zit in een auto. Weer geen muziek. Ik wil weten wat ik doe.
‘Ben je echt geïnteresseerd in de realiteit?’
Ik rij op een vijfbaansweg en ik denk: wat is hier in godsnaam aan de hand? Alleen de drie rechterbanen worden gebruikt en iedereen houdt zich aan de maximumsnelheid. Ik race ze voorbij op baan nummer vier en er rijdt niemand achter me. Er is hier plek zat en we kunnen allemaal veel harder! Ik zie dat en ik ben mij gewaar van de gedachte: waar zijn toch de mensen gebleven die me zo opjagen?