Prijs

Ik had net mijn zwemdiploma toen we op vakantie gingen naar bungalowpark de Eemhof van Sporthuiscentrum. In het golfslagbad speelde ik ‘drenkelingetje’. Na de sirene kwamen de golven.

Ik had net mijn zwemdiploma toen we op vakantie gingen naar bungalowpark de Eemhof van Sporthuiscentrum. In het golfslagbad speelde ik ‘drenkelingetje’. Na de sirene kwamen de golven. Dan sprong ik in het diepe en deed alsof ik verdronk. Armen omhoog, steeds kopje ondergaan en als ik even boven kwam moeilijk kijken en wanhopig naar lucht happen. Ik speelde prachtig in mijn eigen verdrinkfantasie. Ik had er geen rekening mee gehouden dat mensen me zagen. Ik werd onmiddellijk gered. Dat was niet de bedoeling. Ik kon prima zwemmen, ik verzoop ook niet, ik wilde alleen zo mooi dramatisch ondergaan en weer bovenkomen, steeds weer.
Een aardige man trok me naar de kant en ik zei beleefd: ‘Dank u wel.’ De man wachtte tot ik het bad uit klom. Toen hij weg was, sprong ik weer in het diepe en speelde opnieuw een drenkeling, ik had daar enorm veel plezier in. Weer werd ik gered. Het was iemand anders die me naar de kant haalde maar mij al eerder gered had zien worden. Nu werd ik ook vermanend toegesproken, dat ik niet meer in het diepe mocht met die golven. Ik bedankte wederom beleefd en zag chagrijnig af van verder spel.
Toen ik wat ouder was, speelde ik in de streekbus altijd ‘vrouwengevangenisje’. Ik zag veel Amerikaanse films over vrouwen die meestal onschuldig naar een gevangenis moesten. Zo’n film begon dan met een bus waarin de hoofdpersoon samen met andere, wel schuldige vrouwen, naar de penitentiaire inrichting werd gebracht. De vrouw keek gekweld naar buiten, terwijl de aantiteling nog over haar heen rolde. Precies zo keek ik altijd uit het raam van lijn 33 van Gendt naar Nijmegen. Mensen die me toen hebben gezien, moeten hebben gedacht dat ik heel ongelukkig was. In die fantasie was ik dat natuurlijk ook, maar ik droeg dapper mijn lot.
Ik heb in mijn leven veel gefantaseerd over heldendaden, maar evengoed verloor ik me graag in de voorstelling van het tragisch slachtoffer. Naarmate ik ouder word, worden mijn fantasieën vriendelijker. Tegenwoordig stel ik me gewoon voor dat ik een prijs win. Uiteraard een prijs waarvan de bekendmaking live op televisie wordt uitgezonden. Ik trek het juiste hoofd als ik zo’n prijs win; soeverein en minzaam glimlachend. Ik oefen die blik als ik in de tram zit. Ik neem de prijs met een eloquente toespraak in ontvangst. Ik maak één leuke grap. Ik draag een zwarte jurk met driekwartmouw die een beetje plooit op de bovenarm.