steun vpro

Filosoof

De denker des vaderlands, René Gude, sprak over de emotieverlenger. Hij noemde het niet zo, alsof het een huishoudelijk apparaat betrof, maar zo is het in mijn denkgebruik gaan heten.

De denker des vaderlands, René Gude, sprak over de emotieverlenger. Hij noemde het niet zo, alsof het een huishoudelijk apparaat betrof, maar zo is het in mijn denkgebruik gaan heten.
Hij vertelde over emoties die spontaan opkomen, bijvoorbeeld wanneer de dokter tegen je zegt: ‘U heeft vermoedelijk niet lang meer te leven,’ en hoe die emoties vanzelf weer wegebben. Met het verstand kun je die emoties verlengen.
Je denkt: ‘Waarom ik? Waarom nu? Waarom? Het is niet eerlijk!’ Zo blijf je je langer ellendig voelen. Nooit te beroerd om mijzelf als studieobject te nemen, ben ik mijn persoonlijke emotieverlenger gaan observeren. En jawel hoor, ik heb het laatste, het nieuwste, het beste model!
Ik schiet vol als ik een lied hoor dat me aan iets droevigs herinnert en vervolgens gaat mijn rede er mee aan de haal: ‘Ja, natuurlijk ben je droevig, het was ook niet niks, en beter gaat het ook niet worden, moet je zien, hoe jij je dagen vult, denk maar niet dat je ooit nog naar dat lied kunt luisteren, je kun beter meteen al je cd’s wegdoen, et cetera.’ Het lullige is, dat mijn rede met positieve emoties het tegenovergestelde doet.
Lachend op de fiets met een ijsje? ‘Jaja, je begrijpt toch wel dat dit gevoel niet lang duurt? En wat hebben we hier nou aan? Je kunt moeilijk de hele dag ijsjes op de fiets eten. Laat maar dat geluk, het beklijft toch niet,’ en zo ben ik weer terug bij de negatieve emotie die ik uitentreuren verleng. Je zou kunnen zeggen dat ik zo snel mogelijk een manier zoek om de negatieve emotieverlenger in te zetten. Alsof ik een nieuwe citruspers heb en geen gelegenheid voorbij laat gaan om hem te gebruiken.
Ik luister nog eens naar René Gude en hij noemt dit ‘een verkeerd gebruik van de rede.’
Ik word er vrolijk van. Mijn gezanik klinkt nu als een prachtig misverstand dat ik wil aanpakken, een klus waar ik aan wil beginnen.
Op advies van de denker des vaderlands lees ik de brief van Seneca aan Marcia, die zo lang rouwt om de dood van haar zoon. Ik lees over het verschil tussen jezelf toestaan te lijden en jezelf verplichten te lijden. Met Seneca onder mijn arm zal ik deze week naar de huisarts gaan.
Ik houd een kort en helder betoog en ik besluit met: ‘Dokter, ik maak verkeerd gebruik van de rede, wilt u mij doorverwijzen naar een filosoof?’