steun vpro

Spullen

In het Italiaanse restaurant zag de ober me niet. Dat gebeurt me vaak. Ik vind het moeilijk om daar geen conclusies aan te verbinden.

In het Italiaanse restaurant zag de ober me niet. Dat gebeurt me vaak. Ik vind het moeilijk om daar geen conclusies aan te verbinden. Ik neig te denken dat mensen met meer persoonlijkheid wel worden opgemerkt. Gewone bespiegelingen, die ik ook die avond niet al te serieus nam. Uiteindelijk werd ik ook heus wel bediend en toen ik wilde betalen en weer niet gezien werd, liep ik maar naar de bar toe. Zo erg was dat nou ook weer niet. Maar de dag erna deed de kraan op het toilet van theater Bellevue het niet. Een kraan met een sensor. Ik bewoog mijn handen er langs maar hij ging niet aan. Ik merkte onmiddellijk op dat ik het persoonlijk nam.
‘Ik ben er wel,’ wilde ik zeggen tegen de kraan, ‘ik ben er godverdomme wel,’ en ik schoot vol. Zoals de tranen op een klotedag soms ook pas vloeien als er een tafel in de weg staat en ik mijn scheenbeen stoot. Toen ik laatst op Koninginnedag over de vrijmarkt liep, werd ik droevig van alle troep die toch niemand wou hebben. Al die bierglazen met opdruk, lelijke knuffels, vieze slippers, slechte boeken. Maar even later werd ik droevig van alle goeie boeken die er lagen, alsof niemand ze meer wilde lezen. En toen werd ik droevig van echt goeie skipakken voor kinderen, die ook heel goedkoop waren, maar die ik toch niet kocht, terwijl ik wist dat ik in de winter, als er weer zo veel sneeuw valt, zo’n zelfde pak zou kopen voor veel meer geld. Vanwege diezelfde gedachtegang kocht ik toch maar wel die waterschoentjes, al wist ik niet eens of ik ze wel nodig zou hebben deze zomer. Ook kocht ik een blouse en een trui en ik vroeg waarom de eigenares ze niet meer droeg, wat zat daar achter? Waarom lag dat prachtig spul daar zo maar?
Bij elk kledingstuk dat ik oppakte vroeg ik het: ‘Maar waarom?’ Ze zei dat in de blouse haar borsten zo groot leken en dat de trui te flamboyant voor haar was. Beide redenen leken me voor mij geen bezwaar en ze vroeg maar vijftig cent per kledingstuk. Maar toen ik het later thuis paste, werd ik toch weer droevig, want toen zag ik waarom ik die kleren niet wilde dragen en ik moest ze snel verstoppen of weggooien. Ik wist heus wel dat ik ook deze spullen niet de schuld van alles kon geven, maar dat nam niet weg dat ze me toch pijn deden.