steun vpro

Feest

Als ik net wakker ben ’s ochtends en aan mijn werk denk waar ik zo aan zal beginnen, voel ik dat in mijn grote rechterteen. Ik heb een jaar of acht dezelfde computer gehad met een enorme kast die op de grond stond, die ik altijd aanzette met mijn grote rechterteen.

Als ik net wakker ben ’s ochtends en aan mijn werk denk waar ik zo aan zal beginnen, voel ik dat in mijn grote rechterteen. Ik heb een jaar of acht dezelfde computer gehad met een enorme kast die op de grond stond, die ik altijd aanzette met mijn grote rechterteen. Ik heb alweer jaren een andere computer die ik met mijn rechter wijsvinger aanzet maar mijn rechterteen is het niet vergeten. Lichamelijk geheugen. Bij de gedachte aan mijn werk spant die teen een beetje aan en ik weet dan ook zeker dat mijn grote rechterteen gespierder is dan mijn groter linkerteen, ook al heeft deze teen al zolang niet meer daadwerkelijk een computer aangezet.
Wanneer ik ’s avonds in bed lig en denk aan een feestje waar ik net vandaan kom en ik in gedachten de gesprekken naloop, lig ik op dezelfde manier in mijn bed te glimlachen als ik tijdens zo’n gesprek lachte. Niet alleen mijn geest, ook mijn lichaam loopt alles nog eens na. Als je met een hond een wandeling maakt, loopt de hond meer dan jij; hij loopt een stukkie heen en weer terug en weer heen en weer terug, enzovoort en loopt zo uiteindelijk vier keer zoveel als jijzelf en is dan ook vier keer zo uitgeput. Na afloop van een feestje voel ik me zo’n hond, die geen genoegen neemt met de route maar eenmaal lopen. Eén feestje put me heus niet uit, maar vier op één avond wel degelijk. Omdat ik het grootste deel van die vier feestjes alleen meemaak, na afloop van het oorspronkelijke feest, voelt de tijd waarin ik alleen ben steeds meer als het enige echte leven. Als ik eindelijk uitgefeest ben en na feestje nummer vier in slaap val en de ochtend erna nog enigszins vermoeid naar buiten stap om boodschappen te doen, dan hoop ik dat als ik straks thuis kom, ik daar de boodschappen niet vier maal over hoef te doen.
Tijdens mijn gesprek met de caissière – ‘Hallo,’ ‘Nee, dank u,’ ‘Ja, u ook,’ – vraag ik me al af hoe het zometeen thuis met me zal zijn. Vaak kan ik nauwelijks wachten om het feestje te verlaten of met mijn boodschappen snel naar huis te fietsen om daar mee te maken hoe het echte leven is.