steun vpro

Bijgeloof

, Esther Gerritsen

‘Crisis in de psychologie,’ stond er niet zo lang geleden in de krant. ‘Psychopillen doen meer kwaad dan goed (...). In Nederland worden zo’n tachtig psychofarmaca voorgeschreven. En het overgrote deel daarvan heeft geen bewezen werkzaam effect.’

98 procent van de recepten zouden we kunnen schrappen.
Als pillenslikker is het soms een hele prestatie om je geen sukkel te voelen. Je gaat er maar vanuit dat jouw pillen bij die twee procent terechte medicatie horen. Waarom niet, een mens mag toch dromen.
Sinds de crisis in de psychologie tot mij is doorgedrongen, vraag ik mij steeds vaker af of ik over veertig jaar tegen mijn kleinkinderen zal zeggen: ‘Ja, toen slikten we allemaal pillen, we dachten dat het werkte.’ ‘Echt waar oma?’ ‘Ja, echt waar schat, wisten wij veel, je deed wat de psychiater zei hè, daar luisterde je toen naar.’
Ik denk dan aan Vincent van Gogh, die ook maar probeerde te snappen waar zijn problemen vandaan kwamen, en heus wel wilde toegeven dat hij misschien niet zo veel moest drinken, maar in 1889 toch ook aan zijn broer schreef: ‘Wat een afschuwelijk bijgeloof van sommige mensen met betrekking tot alcohol, zozeer dat zij zich erop laten voorstaan dat zij nooit drinken of roken.’ Nu kunnen we er smakelijk om lachen, dat hij de schadelijke effecten van roken of drinken bijgeloof noemde.
Lachen mijn kleinkinderen mij later ook uit? Wat moet de leek die braaf naar zijn eigen psychiater heeft geluisterd met de nieuwste inzichten?
Behalve dat onderzoek dus lijkt uit te wijzen dat veel pillen niet werken, is er ook steeds wel weer ergens te lezen dat mensen tegenwoordig al pillen krijgen voorgeschreven als ze twee weken somber zijn, maar ik kan niet zo snel terugvinden uit welk onderzoek dat nou naar voren komt.
Zou er werkelijk een huisarts zijn die zegt: ‘Jazeker, als iemand twee weken somber is, schrijf ik pillen voor.’ Ik vermoed van niet. Liegt de huisarts, liegt de patiënt? Klopt mijn vermoeden niet? Ik weet het niet. Over veertig jaar zal ik wel wijzer wezen.
Voorlopig accepteer ik mijn vertwijfeling en medicatie, en opgewekt sluit ik mij aan bij Vincent van Gogh, die in 1887 een brief aan zijn broer besloot met de luchtige woorden: ‘Je kunt beter van je leven genieten dan jezelf van kant maken. Hartelijke groeten bij iedereen thuis. Bien à toi, Vincent.’