Hoestdrank

, Esther Gerritsen

Esther Gerritsen over het kopen en drinken van hoestdrank.

Midden in de week waarin ik ziek in bed lag, dacht ik toch eens: beeld ik het me niet allemaal in?
Wie in bed gaat liggen, voelt zich vanzelf ziek. Dus ik stond op om zelf bij de drogist hoestdrank te  gaan kopen en om te testen of ik eenmaal buiten misschien niet ziek bleek te zijn.
Bij de Etos liep het gewoonste gesprek al stroef. Ik leek niet meer goed te kunnen horen.
Ik vroeg: ‘Heeft u iets tegen hoesten?’
Ik verstond dat de vrouw reageerde met: ‘Hoezo?’
Ik ging er maar vanuit dat ik dat verkeerd verstond, dus ik herhaalde: ‘Heeft u iets tegen hoesten.’
Door de manier waarop ze zei: ‘Is het voor uzelf?’, begreep ik dat ook zij haar woorden herhaalde.
Ik hoestte en zei: ‘Ja’.
‘Wat is het voor hoest?’
‘Die van daarnet.’ Ze raadde me bruistabletten aan.
‘Is het vies?’, vroeg ik.
Ze zei: ‘Nee, maar ik vind niet zo snel iets vies.’
‘Ik wel,’ zei ik.
‘Je moet het gewoon in één keer opdrinken.’ Dat klonk niet geruststellend.
‘Wilt u een bon?’, vroeg ze nog.
‘Nee, dank u.’
Nu was ik blijkbaar niet te verstaan, want ze vroeg weer: ‘Wilt u een bon?’
‘Nee, dank u.’
En even later: ‘En hier is uw bon.’
Ik gaf het op, ik glimlachte en zei: ‘Dank u wel.’
Thuis zette ik naast het glaasje met bruistablet een heel groot glas met water klaar. Ik zou het smerige drankje in één keer opdrinken en dan snel dat glas water erachteraan. Ik wachtte tot de tablet oploste en toen zette ik het glas ferm aan de mond en met grote slokken nam ik het spul tot me.
Tijdens dat gehaaste drinken, bevreesd iets smerigs te proeven, kwam maar heel langzaam de sensatie van de smaak binnen: sinas, heerlijke, frisse, prikkelende, beetje vreemde sinas. Ik proefde dat wel, maar ik was te voortvarend aan de slag gegaan met de boel zo snel mogelijk wegslikken dat het besef niet meteen wilde doordringen.
Toen ik het drankje op had, zette ik dus toch nog onmiddellijk dat glas water aan mijn mond. Maar dat water smaakte na die gekke sinas ineens heel erg vies. Ik zei tegen mezelf: doordrinken, dan gaat de smaak vanzelf weg!  Het duurde wel een slok of vijf voor ik het enorme glas neerzette en ik toe kon geven dat de hoestdrank niet vies was, maar het water.
Ik heb nog even uitgeput, steunend op het aanrecht naar die twee glazen staan kijken. Ik had zo mijn best gedaan de hoestdrank vies te vinden, maar ook mijn fantasie kent grenzen.
Ik besloot dat ik mijn ziekte niet had ingebeeld en ging weer naar bed.