Vrede

, Esther Gerritsen

Esther Gerritsen over tevreden zijn met wat je hebt.

Er is een parabel, door Jezus verteld, over een landeigenaar die ’s ochtends arbeiders inhuurt om in zijn wijngaard te werken en ze één zilverstuk belooft. Als het werk niet genoeg opschiet, huurt hij ’s middags nog wat mensen in en belooft ze ook één zilverstuk. Het allerlaatste uur van de werkdag huurt hij opnieuw mensen in en belooft hun hetzelfde. Aan het eind van de dag betaalt hij eerst de laatst gehuurde mensen één zilverstuk. De mensen die al vroeg zijn begonnen, verwachten nu meer, maar de landeigenaar geeft iedereen precies wat hij ze heeft beloofd: één zilverstuk.

Ik hoorde het verhaal een paar maanden geleden alweer in de kerk, en het laat me niet meer los. Iedereen snapt dat het niet eerlijk is dat je evenveel verdient als je meer werkt, maar de landeigenaar heeft ook gelijk als hij zegt: ‘Ik geef jullie toch wat ik beloofd heb?’ Tevreden zijn terwijl je minder krijgt dan een ander is een zeldzaam verschijnsel.

Het is zo logisch dat je opkomt voor gelijke betaling van mannen en vrouwen, dat docenten in het lager onderwijs evenveel moeten krijgen als docenten in het hoger onderwijs. Iedereen komt op voor zijn deel. Vaak met het argument dat het oneerlijk is dat mensen in vergelijkbare beroepen meer krijgen. Daar valt weinig tegen in te brengen. Tegelijkertijd is het ook best oneerlijk dat een vuilnisman nog veel minder verdient, maar ja, zo kunnen we bezig blijven, dus we laten het bij het eisen van een oppervlakkig rechtvaardige verdeling, en dan natuurlijk alleen voor de mensen in ons eigen land.

De Israëlische filosoof Avishai Margalit zei in 2000 in een interview in de Volkskrant: ‘Mensen praten over vrede en gerechtigheid alsof het gaat om patat met mayonaise, alsof de twee natuurlijk samengaan. Maar ze gaan niet samen. Vrede en gerechtigheid conflicteren meer dan gelijkheid en vrijheid. Vrede vergt compromissen, vergt het opgeven van gerechtvaardigde claims.’ Hij sprak in eerste instantie over Israël en de Palestijnen, maar zijn denkbeelden reiken veel verder. Zijn woorden bleven me altijd bij en in heel alledaagse situaties dacht ik eraan.

Toen ik ging scheiden kwam het ook aan de orde. Ik herinner me dat ik bij de verdeling van onze spullen dacht aan wat ik nodig had. Maar veel van de adviezen die ik kreeg, gingen over waar ik recht op had, terwijl ik werkelijk niets tekortkwam.
Het is nu eenmaal niet erg populair om tevreden te zijn met wat je hebt. Wat dat betreft is dat hele Nieuwe Testament een hopeloos evangelie.

advertentie