Autoriteit

, Esther Gerritsen

Esther Gerritsen verbaast zich over haar autoriteit.

Mijn dochter kwam aanrennen om mee te eten en ik vond het weer eens opmerkelijk dat zij het normaal vindt dat zij niet zomaar een zak chips mag opentrekken, maar dat ik dit wel mag, net wanneer ik daar zin in heb. 

Toen ze me later om een koekje vroeg en ik zei dat ze dat niet mocht, vroeg ze: ‘Hoe bepaal je dat als moeder eigenlijk, wanneer een kind wel of niet een koekje mag?’ 

‘Tsja,’ zei ik, en ik hield een vaag verhaal over gezond maar niet te streng, regels maar niet te strak, uitzonderingen op het juiste moment, en sloot af met: ‘Dat gaat allemaal een beetje op gevoel.’ 

Ik ben nog steeds verbaasd dat mijn dochter mij als autoriteit accepteert. Dat ik dat bepaal van die koekjes en die chips en dat zij zich daar aan houdt. Heeft ze niet door dat ik er weinig aan kan doen wanneer ze gewoon met die koekjes wegrent? 

Ze zal het wel fijn vinden, zo’n autoriteit. Ze heeft me tot haar achtste gevraagd of ze in huis haar sokken uit mocht trekken. Ik kan me niet herinneren dat ik daar ooit ''nee" op zei. Ze houdt gewoon van toestemming vragen. 

Laatst waren we in de supermarkt en had ik al op drie van haar voorstellen ‘ja’ geantwoord. ‘Mag ik roze koeken?’ ‘Ja.’ ‘Mogen we waterijsjes mee?’ ‘Ja.’ ‘Mag ik scheerschuim om slijm te maken?’ ‘Ja.’ 

Toen ze daarna thuis vroeg, het was tien uur in de ochtend, of ze nu een waterijsje mocht, zei ik: ‘Nee.’ 

Vrolijk riep ze: ‘Ik vroeg me al af wanneer er een "nee" zou komen.’ 

Ze houdt van de klassieke rolverdeling. Dat had ik moeten weten toen ze me op haar vierde ooit voorstelde: ‘Zullen we doen alsof jij de moeder bent en ik het kind?’