Onze hond heet Sorry. Dat was niet mijn keuze.

Als er al een hond kwam, zou die Sorry heten, zei mijn lief, die er hoogstwaarschijnlijk toch het meest voor zou zorgen. Hij regelde dat Sorry er kwam, dus Sorry heette nu eenmaal Sorry en ik zag het als een gegeven. 

Maar nu blijkt het toch heel lastig te zijn dat Sorry Sorry heet. Vooral omdat haar opvoeding, ze is nu anderhalf, niet helemaal vlekkeloos verloopt. Ze springt nogal eens tegen mensen op, in het park, in het bos, en dan roep ik haar terug: ‘Sorry!’ Soms zeggen mensen dan: ‘O, het geeft niet.’ En ik wil dan ook weer niet roepend gaan uitleggen: ‘Nee, ze héet Sorry.’ 

Ik zou gewoon Corry kunnen roepen, dan komt Sorry heus ook wel. Maar dat vind ik laf, dus ik moet van mezelf Sorry roepen.

Deze week waren Sorry en ik in het Amsterdamse bos, het was er modderig en Sorry werd heel smerig. We kwamen veel mensen met honden tegen, allemaal smerig. Toen zag ik in de verte de enige vrouw in het bos in een nette jurk, die geconcentreerd een paddenstoel stond te bewonderen. Ik zag het gebeuren, Sorry rende op haar af met die modderige poten. Ik wilde niet meteen heel hard Sorry roepen en toen was ik al te laat. Ze sprong van achter tegen de mevrouw op, zodat de vrouw heel erg schrok en natuurlijk onder de modder zat. 

Toen pas riep ik dus, heel erg boos: ‘SORRY!’ Dat hielp niet. Ik weet niet hoe het voelt als iemand zo boos sorry tegen je roept. ‘Kom hier Sorry,’ maakte ik er nog van, alsof de mevrouw het dan wel zou snappen. 

Ze keek kwaad naar haar jurk, probeerde te redden wat er te redden viel, ik kwam dichterbij en vroeg: ‘Is het erg?’

Ik verstond haar gefoeter niet, maar de toon was woest, dus ik zei: ‘Het spijt me.’ Toen zei ze: ‘Ja, daar heb ik wat aan, hou dat kreng bij je!’ 

Dat was dan weer heel erg helder.