steun vpro

De elite ontkent het, dus is het waar

, Nicolaas Veul

Negen jaar geleden, in het Hyves-tijdperk, las Nicolaas Veul graag complottheorieën over ufo's en 9/11. Nu ziet hij hoe Geert Wilders listig gebruikmaakt van dezelfde retoriek.

Geert Wilders kan van alles kan zeggen en iedereen verdacht maken – ‘de elite’, maar ook andere bevolkingsgroepen – zonder enige vorm van verantwoording af te leggen. Zijn partijplan is niet meer dan een A4’tje, dat vol staat met tegenstrijdigheden

Maar zijn ideeën en beloftes met ratio benaderen heeft weinig zin. Hoe meer tegenspraak hij krijgt, hoe harder hij roept ‘dat de burger het niet langer pikt’, dat ‘dit zaakje stinkt’ en hij zich niet de mond zal laten snoeren door de elite. Wilders’ retoriek lijkt sterk op de complotretoriek die zich lange tijd schuilhield in de krochten van het internet, maar die nu dankzij het rechts-populisme mainstream is geworden.

Zo’n negen jaar geleden, in het Hyves-tijdperk, surfte ik vaak naar niburu.nl: een van Nederlands grootste complotsites. Ik smulde van ufo-video’s, van Bush die zelf achter 9/11 zou zitten of de theorie dat goud slikken beter werkt dan kankermedicatie. In de eerste instantie lijkt dit een volstrekt willekeurige verzameling van speculatieve verhalen. Maar hoe verschillend ook, elk verhaal was een bouwsteen van een groter narratief: de burger wordt dom gehouden en bedrogen door de elite, die er alles doet om in het zadel te blijven. Elk verhaal versterkte het beeld van een wereld die niet is wat hij lijkt. 

In het land van complotten kunnen tegengestelde verhalen naast elkaar bestaan en is het feit dat de gevestigde orde een theorie ontkent en belachelijk maakt juist hét bewijs dat het waar is. Waarheidsvinding is onder complotdenkers dan ook geen rationele aangelegenheid, maar een emotionele. Bewijs komt voort uit een gevoel van wantrouwen. 

Ik smulde van ufo-video’s, van Bush die zelf achter 9/11 zou zitten of de theorie dat goud slikken beter werkt dan kankermedicatie

Toen Wilders vervolgd werd door het OM vanwege zijn meer-of-minder-optreden, gaf hij een slotspeech. In vier zinnen wierp hij een schaduw van wantrouwen over het gehele rechtssysteem en de elite: ‘Misschien heeft u mij al veroordeeld. Maar ik sta hier toch. Ik geef nooit op. Ik zal me door niemand de mond laten snoeren.’

Wilders was nog niet veroordeeld. Noch was iemand erop uit om hem de mond te snoeren. Desondanks werpt hij zichzelf op als martelaar: als slachtoffer én hoofdrolspeler in het complot dat de elite tegen hem zou smeden.

In zijn speech gaat hij verder: ‘Wij zullen winnen. Het Nederlandse volk, dat ik vertegenwoordig, zal winnen. En zal zich goed herinneren wie er aan de goede kant van de geschiedenis stond.’

Wie Wilders’ woorden probeert te weerleggen met argumenten, lost het wantrouwen dat hij benoemt en aanwakkert niet op – integendeel. Wie Wilders tegenspreekt maakt zichzelf verdacht en direct tot zijn vijand. De complotretoriek creëert en herbevestigt het gevoel van wantrouwen in een eindeloze loop. De verdachtmakende vinger is een politiek moordwapen, want je kan hem niet met argumenten bestrijden. Met gevoel valt namelijk niet te discussiëren.

Het complot brengt een gefabriceerde vijand ten tonele die de oorzaak is van de boosheid van de burger – een oorzaak ver buiten hemzelf

Een complot schetst een wereldbeeld waarin de complexiteit van de wereld wordt vervangen door een simpel gevecht tussen goed en kwaad. Of het nu ‘de elite’ is, vluchtelingen, Joden of heksen: het complot brengt een gefabriceerde vijand ten tonele die de oorzaak is van de boosheid van de burger – een oorzaak die altijd ver buiten hemzelf ligt. 

De aantrekkingskracht van Wilders’ complotretoriek op de boze burger is dan ook logisch. Wilders biedt deze burger een verhaal dat hem ontslaat van de verantwoordelijkheid voor zijn eigen boosheid. Of beter: Wilders biedt een verhaal dat de burger ontslaat van de emoties die onder die boosheid liggen. Want boosheid is een reactieve emotie; het komt altijd pas na gevoelens van verdriet of angst.

Dus als we over de boze burger praten, moeten we het eigenlijk praten over de angstige of verdrietige burger. Deze burger is niet geholpen met complotten. Integendeel, complotten voeden zijn wantrouwen en maken de wereld alleen maar bedreigender. 

Angst neem je niet weg door een schuldige aan te wijzen en een nog engere wereld te schetsen. Daar heb je een ander verhaal voor nodig.


Nicolaas Veul is programmamaker bij de VPRO. Zo streamde hij zijn leven voor Super Stream Me, ging hij achter de geraniums kijken in Oudtopia en knuffelde hij veel dieren voor het VPRO Jeugd-programma Beestieboys. Nicolaas zit ook op Twitter en hij schrijft elke twee weken een column voor vpro.nl.