Deo versus okselgrot

, Nicolaas Veul

Nicolaas gaat de strijd aan met zijn okselstank. Na jarenlange frustratie over slecht werkende supermarktdeo’s komt hij bij een kruidenvrouwtje terecht...

Langdurig fris en optimaal verzorgd, 48 uur beschermd tegen geurtjes: allerhande deodorantmerken beloven me de donzige hemel onder mijn armen. Maar na een dag op kantoor is mijn oksel een verschrikkelijke synthese van bacteriën, zeepgeuren en verstikkend aluminium. En hoe vaak ik mijn zalmkleurige deoroller ook in mijn armgrotten begraaf: een geur van muffe geparfumeerde geitenstal weet zich altijd weer een weg naar mijn neus te banen, door alle smeerlagen heen. En dan ben ik nog niet eens een echte zweetkees.

Die geitengeur is de best mogelijke uitkomst van alle deo’s die ik ooit geprobeerd heb; de zalmroller leek na flink wat proefondervindelijke research de beste oplossing. Tenminste, de beste oplossing onder de supermarktdeo’s. Lange tijd ging ik ervan uit dat de cosmeticaprofessoren wel wisten wat werkte op een stinkoksel en wat niet. Hun langdurige beschermende deo’s waren het beste wat zij te bieden hadden tegen een menselijke weeffout waar zij dag en nacht hun hoofd over breken. 

De stank was vast een genetische overlevering en zou ervoor moeten zorgen dat andere mensen mij bijvoorbeeld niet willen opeten. Stinken, dacht ik, dat is in eerste instantie mijn probleem – een actie van mijn reptielenbrein. Het was al aardig van de supermarktdeofabrikant dat ik naar zeep rook tot de lunch. Mijn stank, mijn schaamte, mijn schuld.

Hoe vaak ik mijn deoroller ook in mijn armgrotten begraaf: een geur van muffe geparfumeerde geitenstal weet zich altijd weer een weg te banen naar mijn neus

Nadat ik weer een shirt had weggegooid omdat er een geurende okselkorst inzat, besloot ik mijn heil te zoeken bij mijn favoriete vitamine- en natuurwinkel om de hoek. Daar werkt een vrouw die ooit uit de tv-wereld is gestapt omdat ze die te stressy vond. Dat had ze een keer verteld nadat ik aanklopte voor pillen tegen hartkloppingen vanwege een tv-productie waar ik aan werkte. Nu heeft ze haar thuis gevonden tussen de preparaten en loopt tussen de vitaminepotjes en natuurcrèmes alsof het haar moestuin is. Deze vrouw weet inmiddels net zoveel van mij als Google.

Ze wees me, na mijn vraag over die eeuwige geurende okselgrot, op een nieuw deomerk. Het is een poedertje met een zweverige vormgeving. Best wel duur, en gemarket op vrouwen die aan yoga doen en zeggen dat boos zijn voor hen nu een gepasseerd station is. ‘Probeer dit eens, het werkt echt.’ Aldus het kruidenvrouwtje. Ik betrap mezelf er altijd op dat ik in eerste instantie alles wantrouw wat uit Moeder Aarde komt en niet uit een fabriek. ‘Nee joh! Natuurpoeder?’

Ik mag het gratis proberen en mijn initiële cynisme verdwijnt als sneeuw voor de zon. Vanaf die dag bepoeder ik elke ochtend netjes mijn oksels. En tot mijn verbazing stink ik niet meer. Er komt na een hele kantoordag geen lucht onder mijn armen vandaan. Uit enthousiasme en totaalverbazing laat ik iedereen die ik tegenkom aan mijn oksel snuffelen. ‘Ruik dan! Niets! Dit is na een hele zomerse dag! Op kantoor!’

Uit enthousiasme en totaalverbazing laat ik iedereen die ik tegenkom aan mijn oksel snuffelen. ‘Ruik dan! Niets! Dit is na een hele zomerse dag! Op kantoor!’

Als de testflacon op is, ren ik naar de winkel. Dood aan de parfumgeitengeur! Mijn tv-producer turned kruidenvrouwtje grimast als ik de deo wilt kopen. ‘Je kan het heel makkelijk zelf maken. Heb je niet van mij, hoor.’ Ze wijst op de ingrediënten op het potje. ‘Kokosolie vermeng je met baking soda en dat smeer je onder je oksel. That’s it.’ Ik kan bijna niet geloven dat de oplossing voor stinkoksels zo simpel is, terwijl ik zo lang heb lopen kloten met deo’s en geurtjes. En velen met mij. 

Zowel kokosolie als baking soda vermoorden bacteriën, en dus zweetgeur. Het zijn precies de bacteriën die de supermarktdeo maskeert, maar niet doet verdwijnen. De supermarktdeofabrikant leeft op die bacteriën die samen met zeep groeien tot iets dat uiteindelijk weer gaat stinken. Hoe meer stank, hoe meer omzet. Ik wantrouwde niet de roller die mij 48 uur frisheid voorhield, maar mijn eigen stinkende lijf dat door die belofte heen wist te breken. Goede marketing dus van de deofabrikant. Stinkbedrijf.

Nicolaas Veul is programmamaker bij de VPRO. Zo streamde hij zijn leven voor Super Stream Me, ging hij achter de geraniums kijken in Oudtopia en knuffelde hij veel dieren voor het VPRO Jeugd-programma Beestieboys. Momenteel is hij te zien in de prikkelende reisserie De Westerlingen. Nicolaas zit ook op Twitter en hij schrijft elke twee weken een column voor vpro.nl.