steun vpro

I.M. Rutger Kopland (1934-2012)

In het gedicht 'Kaart van een Grieks eiland' richt Rutger Kopland zich tot Herman de Coninck. Hij praat over de dood heen, tot zijn vriend, tot ons, zoals alleen grote dichters dat kunnen. Rutger Kopland zal dat blijven doen.

In het onderstaande gedicht richt Rutger Kopland zich tot Herman de Coninck. Hij praat over de dood heen, tot zijn vriend, tot ons, zoals alleen grote dichters dat kunnen. Rutger Kopland zal dat blijven doen.

Kaart van een Grieks eiland

Herman,

ik had je nog een kaart willen schrijven,
zo'n lullige ansicht, voorzien van een grap
over, nou ja, je weet wel waarover,

maar ik hoorde dat je al dood was
voor ik een grap had gevonden.

Ik leef nog, ons gesprek is niet af,
maar ik leef deze laatste dagen gebogen, over woorden
die ik doorstreep, weer opschrijf -

Waar hadden we het over, waar
waren we gebleven, zonder de dood te verwachten
schrijf je geen poëzie, daar waren we
het hartroerend over eens,

poëzie was geluk, het geluk om een paar woorden
te vinden die even bij elkaar wilden horen
voor de dood ons kwam halen,

een grap, een zorgvuldig verzwegen grap
om de dood, deze doorstrepen en weer opschrijven,
zo was poëzie.

Ik zal je dus nooit meer zien.

Ik leef deze laatste dagen gebogen, voor dat alles,
voor dat verlegen lichaam, dat weemoedige hoofd
waarmee je sprak, voor dat alles
levend wordt begraven,

ik bedoel, ik leef gebogen over die kaart,
je weet wel, zo'n veel te blauwe zee,
zo'n veel te blauwe hemel:
Happy days in Greece.